Bolivië, het onbekende hart van Latijns-Amerika

Bolivië, een land zonder kusten in het midden van het Zuid-Amerikaanse continent, wordt niet zo vaak als reisbestemming uitgekozen. Allerhande vooroordelen en het feit dat het land vrij onbekend blijft staan reizigers in de weg. Wie zich toch aan een bezoek waagt, maakt kennis met een subliem mooi Andesland waar de indiaanse cultuur van voor de komst van de Spanjaarden nog vrij levendig aanwezig is. Een aanrader.

Bolivië, een Andes-kaleidoscoop

Het land kan de bezoeker trouwens een brede waaier aan interessante plaatsen en bezienswaardigheden bieden. Natuurliefhebbers komen aan hun trekken, maar ook wie het eerder heeft voor de indiaanse cultuur, voor Spaanse koloniale steden en voormalige jezuietenmissies, voor archeologie of voor paleontologie kan in Bolivia zeker vinden wat hij/zij zoekt.

Om zo weinig mogelijk last te hebben van de hoogte (hoogteziekte of soroche zoals het daar genoemd wordt) start men een reis best (indien mogelijk in de reisroute) in het laagland. Er kan bijvoorbeeld gevlogen worden op de stad Santa Cruz van waaruit men vervolgens een verkenning van Bolivië kan starten.

Het Boliviaanse laagland, jungle en oude missies

Vanuit Santa Cruz kan u koers zetten naar de stad Concepcion waar u in de voetsporen treedt van de jezuïeten-missionarissen die zich in de 17de en 18de eeuw tot doel stelden deze streken tot het christendom te bekeren. Aan de rand van het regenwoud kan u er prachtige kerkjes ontdekken in dorpen waar de tijd bleef stilstaan.

In het kielzog van de conquistadores trokken een aantal jezuïeten in de 17de eeuw naar Zuid-Amerika. In het tegenwoordige Paraguay stichtten zij een onafhankelijk religieus staatje. Van hieruit verspreidden ze zich vervolgens in de omliggende gebieden en wijdden zich aan hun belangrijkste opdracht: het bekeren van de inheemse bevolking tot het christelijke geloof. Ook de Boliviaanse laaglanden en het Amazone-gebied kwamen onder de invloedssfeer van de jezuïeten en er werden verscheidene nederzettingen gesticht. De bekering en Europeanisering van de indianen gebeurde zo grondig dat alle kennis over de “pre-jezuïetische” cultuur van deze volkeren totaal verloren ging.

De missies werden gesticht in de vorm van hiërarchische gemeenschappen die bekend werden onder de naam “reducciones”. Aan het hoofd van een “reduccion” stonden een aantal priesters. Deze priesters leerden de indianen, die voordien voornamelijk van jacht en visvangst leefden, hoe ze aan landbouw moesten doen. Verder besteedden de jezuïeten de nodige aandacht aan onderwijs en cultuur. Heel wat indianen werden door de jezuïeten opgeleid tot uitstekende vakmannen die prachtige kunstvoorwerpen in hout en zilver vervaardigden. Onder meer de violen en harpen die de Paraguayaanse chaco-muziek kenmerken waren het product van deze indiaanse kunstenaars. Elke “reduccion” had een goed opgeleide en stevig getrainde militaire eenheid, die bestond uit bekeerde indianen. Deze “milities” waren op zeker ogenblik zelfs de sterkste militaire macht in Zuid-Amerika en vormden zo een stevige buffer tussen de Spaanse en Portugese gebieden.

Rond het midden van de 18de eeuw werden de jezuïetenmissies het slachtoffer van de machtsstrijd tussen de kerk en een aantal wereldlijke leiders, waaronder die van Portugal, Frankrijk en Spanje. De machtige jezuïetennederzettingen in Zuid-Amerika werden een doorn in het oog van Spanje. In 1767 werden de missies – niet steeds vreedzaam – ontbonden en de jezuïeten verbannen van het continent. In de loop van de jaren die volgden werden de voormalige jezuïetengebieden van Bolivië schromelijk verwaarloosd door de Spanjaarden die meer interesse hadden in de minerale rijkdommen van het bergland.
De eens zo welvarende missies werden al snel het slachtoffer van de tand des tijds en de eens zo prachtige kerken die de trots waren van deze nederzettingen geraakten zwaar in verval.

Vandaag de dag werden verschillende van deze kerkjes gerestaureerd en laten nu ware kunstwerkjes van ambachtelijke Andeskunst zien. Verschillende restauratie-ateliers zorgen voor het opknappen van beeldhouwwerk en schilderijen uit de koloniale periode.

Officiële hoofdstad Sucre

Sucre wordt vaak de mooiste stad van Bolivië genoemd. Het is nog steeds de officiële hoofdstad van het land. Het hooggerechtshof heeft hier zijn zetel hoewel alle andere bestuursorganen in La Paz gevestigd zijn. De stad is gelegen op een hoogte van 2.790 meter en heeft allerlei bijnamen waarvan “la ciudad blanca” (de witte stad) en “het Athene van Amerika” de bekendste zijn. Deze namen kunnen al enigszins aanduiden hoe de stad er moet uitzien.

Er worden zware inspanningen geleverd om het koloniale verleden van de stad te bewaren. Alle gebouwen in het stadscentrum moeten witgepleisterd of –geverfd zijn. Sucre is een studentenstad en er heerst een ontspannen sfeer. Het klimaat is er mild en aangenaam het ganse jaar door.

Shoppen op de indianenmarkt

Een must voor wie in Sucre verblijft is een bezoek aan de indianenmarkt van Tarabuco. Tarabuco is gelegen op 65 kilometer ten zuidoosten van Sucre, op een hoogte van 3.230 meter. Het marktgebeuren in dit kleine dorp is een uitermate kleurrijk schouwspel waarbij vooral de verscheidenheid van de hoofddeksels en de authentieke kledij opvallen. Elke zondag doet het dorp dienst als marktplaats waarop de Quechua-indianen uit de omgeving hun waren komen aanbieden. Vaak wordt er zelfs nog aan ruilhandel gedaan. Ooit speelde het plaatsje zelfs een historische rol. In 1816 werd hier tijdens de onafhankelijkheidsoorlog de slag van Jumbati uitgevochten. Onder leiding van Doña Juana Azurdy de Padilla slaagden de dorpelingen erin de Spanjaarden te verdrijven. Deze dame is sindsdien een nationale heldin geworden.

Vooral de kleurrijke kledij van de dorpelingen maakt een bezoek aan deze markt zo aantrekkelijk. De weefproducten en de handgemaakte kledij uit de streek van Tarabuco zijn in gans Bolivië gekend om hun uitstekende kwaliteit.
De vrouwen dragen vaak een axsu (rok) van grof geweven stof en een bloes met om de schouders een omslagdoek die vaak rood of paars van kleur is. De mannen dragen een met de hand geweven tuniek met lange mouwen en halflange broeken waaromheen een grote, met nagels beslagen lederen band wordt gedragen. Vaak is hieronder een kleine vierkanten geldbeugel van groene of oranje stof te zien. Over het hemd dragen de mannen een lange poncho met groene en gele strepen op een rode achtergrond.

Naast de klederdracht op zich zijn vooral de hoofddeksels in Tarabuco de moeite van het bekijken waard. Het meest opvallende hoofddeksel is de montera, een helmachtige hoed die van koeienleer is gemaakt en geïnspireerd is op de 17de-eeuwse Spaanse soldatenhelm.

Potosi, de eeuwige zilverstad

Een plaats die zeker een bezoek waard is, al was het maar omwille van de historische rol in de geschiedenis van Latijns-Amerika, is de oude mijnstad Potosi, waar de Spanjaarden een fabelachtige rijkdom vergaarden ten koste van miljoenen indianenlevens. Gelegen op een hoogte van 4.070 meter wordt Potosi vaak beschouwd als de hoogstgelegen stad ter wereld.

De zilvermijnen van Potosi werden reeds voor de komst van de Spanjaarden door de Inca’s geëxploiteerd. De Inca’s hadden het gebied veroverd op de oorspronkelijke bewoners van de streek, de Chicha-indianen. Niettegenstaande deze historische feiten doen er een aantal legendes de ronde over de ontdekking van de mijnen. De meest populaire is wellicht de volgende.

Rond 1544 kwam een zekere Huallpa, een indiaanse herder tot de bevinding dat een aantal van z’n lama’s verdwenen waren. De herder begon onmiddellijk een zoektocht maar toen de nacht inviel waren de dieren nog steeds niet terecht. De herder kreeg het koud en legde een vuurtje aan. Door de hitte van het vuur begon de aarde eronder echter te smelten en een vloeibare blinkende substantie kwam te voorschijn. Huallpa besefte dat dit zilver was en bracht zijn goede vriend Huanca op de hoogte. Ze smeedden een plan om dit metaal - dat voor de Spanjaarden zo kostbaar bleek - te ontginnen en rijk te worden. De zilvermijn bleek echter zo winstgevend dat er al snel ruzie ontstond tussen de twee vrienden over de verdeling van de winst. Huanca besloot toen het geheim aan de Spanjaarden te verklappen en deze beseften al heel snel welke rijkdom de “Cerro Rico" ("de rijke berg", zoals de plaats later zou genoemd worden) bevatte.

Meteen kwamen avonturiers van allerlei slag en soort naar de streek om hun graantje van al deze rijkdom mee te pikken. Het nieuws over deze fabelachtig rijke mijnen bereikte ook het moederland en al snel werd ook de aandacht van de Spaanse vorst gewekt. In 1545 werd aan de voet van de berg de Villa Imperial de Carlos V gesticht, de keizerlijke stad van keizer Karel, met de naam Potosi.

Vanaf toen werd de exploitatie van de mijn op grote schaal geregeld en steeds meer indianen werden gedwongen in de mijnen te werken. Dit werk was zo gevaarlijk en ongezond dat de arbeiders bij bosjes stierven en daarom werd beslist negerslaven uit Afrika in te voeren om de mijnen draaiende te houden. In 1572 besliste de Spaanse onderkoning Francisco de Toledo tot het invoeren van de Ley de la Mita (de mita-wet). Deze wet verplichtte alle indianen uit de 17 provincies tussen Cuzco en Potosi om gedurende vier maanden in de mijnen te werken, met werktijden van 12 uur. Tijdens deze vier maanden mochten de arbeiders de mijn niet verlaten. Elke arbeider moest ongeveer 50 kilogram zilvererts per dag naar boven brengen. Wie na vier maanden uiteindelijk levend terug boven kwam, deed dit met een blinddoek om. Dit om de ogen niet te beschadigen door het felle licht. Men schat dat er tussen 1545 en 1825 ongeveer 8 miljoen indianen en Afrikanen het leven lieten in Potosi.

De rijkdom van de mijnen werd spreekwoordelijk. Getuige hiervan de in de Spaanse taal nog steeds bestaande uitdrukking “valer un Potosi” (een Potosi waard zijn), die gebruikt wordt om zeer winstgevende zaken aan te duiden. Vaak wordt ook beweerd dat er zoveel zilver uit de mijnen werd gehaald dat er een brug mee zou kunnen gebouwd zijn tussen Zuid-Amerika en Spanje.

Het grootste deel van de rijkdommen werd met de befaamde zilvervloten naar Spanje vervoerd. Het was vooral door de import van die onschatbare hoeveelheden edelmetaal dat Spanje een enorme bloei kende. Potosi zelf groeide in de 17de eeuw uit tot de grootste stad in Zuid-Amerika, met een bevolking van bijna 200.000 mensen. Getuige van de grootsheid van de stad was de bouw van meer dan 80 kerken en de oprichting van een Muntgebouw in 1672.

Schone liedjes blijven echter niet duren. Bij het begin van de 19de eeuw bleken de mijnen toch niet onuitputtelijk en begon een periode van verval. Toen Bolivië in 1825 onafhankelijk werd verkeerden de meeste mijnen in moeilijkheden. Een scherpe daling van de zilverprijs op het einde van de jaren 1800 bracht de stad een klap toe die ze niet meer te boven kwam. De exploitatie van zilver werd vervangen door het ontginnen van tin, zink en lood, metalen die voordien als afval beschouwd werden.

In 1952 werd de grootste mijn (de Pailaviri-mijn) genationaliseerd en verbeterden de werkomstandigheden gevoelig. De meeste mijnen in de Cerro Rico bleven echter in handen van mijnwerkerscoöperatieven. In deze mijnen wordt nog steeds in vaak middeleeuwse omstandigheden gewerkt. Wie een bezoek brengt aan de stad Potosi, kan meteen ook een kijkje nemen in één van de nog steeds werkende mijnen, als het ware een reis in de tijd.

Zout in Uyuni

Wie Bolivië bezoekt, kan uiteraard niet om de zuidwestelijke hoogvlakte heen. Dit gedeelte van het Boliviaanse Andesgebied toont een scala van de meest indrukwekkende landschappen en maakt de reis naar dit Zuid-Amerikaanse land voor veel mensen een absolute topper.

Eén van de bekendste namen in die regio is die van het onooglijke dorpje Uyuni, gelegen op 3660 meter boven zeeniveau.
Het plaatsje is om zo te zeggen het bezoeken niet waard ware het niet van de nabijheid van de zogenaamde Salar de Uyuni, het zoutmeer van Uyuni, meer dan 10.000 km² groot. Deze gigantische witte zoutvlakte biedt de bezoeker een surreëel landschap dat onvergetelijk blijkt te zijn.

Midden in dat zoutmeer ligt het “Isla Incahuasi”, een vulkanisch eiland met reuzencactussen. Van op het eiland krijgt u een uniek zicht over het zoutmeer dat verblindend wit afsteekt tegen de hemelsblauwe lucht. Eveneens subliem is een zonsondergang boven het zoutmeer.

Het zoutmeer is ontstaan na het verdampen van het Tauca-meer, zo’n tienduizend jaar geleden. Dit gebied heeft geen uitweg naar de zee en toen het water langzaam verdween bleven de aanwezige mineralen achter op het laagste punt van het gebied.
Men vermoedt dat er meer dan 10 verschillende zoutlagen boven elkaar liggen, elk met een dikte die varieert van 2 tot 20 meter. Volgens bepaalde ramingen biedt het zoutmeer een zoutreserve van minsten 10 miljard ton, waarvan er nu slechts jaarlijks een goede 20.000 ton geëxploiteerd wordt. Naast keukenzout bevat het meer ook enorme voorraden lithium.

Niet alleen deze zoutvlakte maakt dit deel van Bolivië de moeite waard; ook de rest van die hoogvlakte of altiplano laat de bezoeker verwonderd achter. De zuidelijke altiplano is immers één der meest onherbergzame gebieden op aarde. Zo’n 100 miljoen jaar geleden was deze streek een enorme, diepe vallei in het dan nog relatief jonge Andesgebergte. Enorme hoeveelheden alluviaal materiaal werden vervolgens door de erosie afgezet en leidden tot het ontstaan van de hoogvlakte zoals wij ze nu nog kennen. Tot zo’n 10.000 jaar geleden was een groot deel van de zuidelijke altiplano bedekt door de prehistorische meren Minchin en Tauca die elkaar met een tussentijd van 14.000 jaar opvolgden. Toen deze meren verdampten bleef er een gebied achter met brakke plassen en uitgestrekte zoutvlakten. De weinige bezoekers die hier nu komen krijgen een prachtige natuur voorgeschoteld. De witte vlaktes van de zoutmeren en de door algen gekleurde lagunes steken schril af tegen het overwegend aardekleurige landschap. De altiplano wordt hier afgezoomd door heuvels en bergen en aan de Chileense grens ligt een groot aantal vulkanen. In de winter kan het in het gebied bitter koud worden en temperaturen tot –20°C zijn er geen uitzondering.

Hoewel de grond op zich vruchtbaar is, maken het harde klimaat, het gebrek aan voldoende water en de aanwezige zouten, landbouw praktisch onmogelijk. Sinds mensenheugnis leven hier dan ook zeer weinig mensen. De Inca’s slaagden er wel in de zuidelijke altiplano te veroveren, maar de autochtone Aymara-indianen bleven steeds een grote mate van zelfstandigheid behouden. Zo konden ze als één van de weinige gebieden in het Inca-rijk hun eigen taal en cultuur in ere houden. Tot op de dag van vandaag blijft het gebied dun bevolkt en is het leven er een voortdurende strijd tegen de moeilijke natuurlijke omstandigheden.

Een attractie in de regio is ook zeker het actieve geisergebied “Sol de Mañana”, dat op z’n mooist is bij zonsopgang. We treffen er hete modderpoelen aan, actieve fumarolen en geisers. Allerlei minerale afzettingen zorgen er als het ware voor een natuurlijk schilderspalet. Verder naar het zuiden komt u bij de Laguna Verde, een smaragdgroen meertje aan de voet van de Licancabur-vulkaan. De Laguna Verde ligt op 4.600 meter hoogte en heeft een oppervlakte van 17 km². Het meertje dankt z’n groene kleur aan de grote hoeveelheid magnesium die zich in het water bevindt. Op de achtergrond van het meer ligt de bijna 6.000 meter hoge Licancabur-vulkaan. Op de top van deze vulkaan heeft men een Inca-crypte ontdekt. Zoals ook wel op andere plaatsen gebeurde, brachten de Inca’s hier in bepaalde omstandigheden mensenoffers om de goden gunstig te stemmen. Jonge mensen – mannen en vrouwen – werden gedwongen naar de top van de vulkaan te wandelen en vroren daar dood – een ultiem offer aan de goden. Aan de achterzijde van de Licancabur- vulkaan ligt het Chileense plaatsje San Pedro de Atacama.

Iets verder op de altiplano (ongeveer 25 km van de Chileense grens) ligt de Laguna Colorada, een op 4.300 meter hoogte gelegen roodkleurig meer met een grote populatie zeldzame flamingo’s (James flamingo, Andes-flamingo en Chileense flamingo). Het meer, dat gemiddeld nauwelijks iets meer dan 30 cm diep is, heeft een oppervlakte van ongeveer 60 km². De rode kleur van het water wordt veroorzaakt door algen. De intensiteit van het rood wordt beïnvloed door wind en zonlicht. Tegen het midden van de dag kleurt het meer vaak het felst rood.

La Paz

De de facto Boliviaanse hoofdstad La Paz is spectaculair gelegen in een diepe vallei aan de rand van de altiplano. Het zicht op de stad van op de rand van de vallei is indrukwekkend.

Een bezoek aan de stad brengt u sowieso bij het Murillo-plein. Het Murillo-plein is genoemd naar de Boliviaanse patriot Don Pedro Domingo Murillo, die in 1810 na een mislukte revolutie opgehangen werd op het plein dat nu zijn naam draagt. Op het plein staat het standbeeld van één van de vroegere presidenten van het land, Gualberto Villaroel, die in 1946 door een woedende menigte uit zijn paleis werd gesleurd en aan een lantaarnpaal werd opgehangen. Rond het plein liggen een aantal imposante gebouwen. Het Palacio Legislativo (wetgevend paleis) is een groot gebouw in klassieke stijl, waar in 1861 onder politieke gevangenen een bloedbad werd aangericht. Het Palacio de Gobierno (presidentieel paleis) werd in 1875 door opstandelingen in brand gestoken en wordt sindsdien vaak het Palacio Quemado (uitgebrand paleis) genoemd.

Naast het Palacio de Gobierno ligt de kathedraal. De bouw van deze kerk begon in 1835 en de inwijding vond plaats in 1925. Het is een indrukwekkende constructie in neoklassieke stijl.

De Mercado de Hechiceria (heksenmarkt) is zonder twijfel één van de meest interessante en kleurrijkste markten van La Paz. Vooral Aymara-indianen komen hier magische producten kopen en verkopen. De koopwaar bestaat voornamelijk uit kruiden en volksremedies tegen allerlei kwalen en ziektes. Daarnaast tref je ook heel wat zaken aan die bestemd zijn om de vele goede en slechte geesten die de Aymara-wereld beheersen te manipuleren. Een op het eerste zicht misschien schokkend iets zijn de stapeltjes lama-foetussen die her en der in de kraampjes te vinden zijn. Deze foetussen worden vaak geofferd aan Pachamama, Moeder Aarde, om bescherming te vragen.

Titicaca, het heilige meer

Gelegen op een hoogte van 3.820 meter wordt het Titicaca-meer vaak beschouwd als het hoogstgelegen bevaarbare meer ter wereld. Het meer dat gedeeltelijk in Peru en gedeeltelijk in Bolivië ligt, heeft een oppervlakte van ongeveer 9.000 km², maar dit cijfer is niet constant. Tijdens periodes van hevige regenval kan de oppervlakte van het meer heel wat groter worden. Zo kwam er tijdens de overstromingen van 1985-1986 een extra 1.000 km² onder water te staan. Het meer heeft een grillige vorm en heeft een maximale lengte en breedte van respectievelijk 233 km en 60 km. De diepte van het meer wordt geschat op maximaal 280 meter. Buiten de Desagüadero-rivier is er geen natuurlijke afwatering van het Titicacameer. De enige verdere afwatering is verdamping. Daardoor is het zoutgehalte van het meer tamelijk hoog en krijgen we in ondiepe gedeeltes vooral brak water. Dit is op zijn beurt dan weer een ideale groeiplaats voor het bekende totora-riet (waarmee verschillende indianen-groepen nog steeds hun bootjes, huizen en zelfs drijvende eilanden bouwen).

Volgens bepaalde overleveringen werd een eiland in het Titicacameer (het Eiland van de Zon) door de Inca-oppergod (de Zon) uitgekozen als plaats waar hij z’n twee kinderen (Manco Capac en Mama Ocllo) heen zond om van daaruit beschaving te brengen onder de barbaarse volkeren op aarde. Deze legende werd door de eerste Inca handig gebruikt en al snel ging het verhaal dat hij (Manco Capac) en zijn vrouw/zuster (Mama Ocllo) door hun vader (de Zon) naar de aarde gestuurd waren om de beschaving uit te dragen.

Aan de oevers van het meer vinden we aan de Boliviaanse zijde het plaatsje Copacabana. In de tijd der Inca’s was Copacabana een rustplaats voor pelgrims op weg naar de heilige plaatsen op het Eiland van de Zon. Na de komst van de Spanjaarden bekeerden de Dominicanen en de Augustijnen de indianenbevolking tot het christendom. De oude, religieuze tradities bleven echter gedeeltelijk verder bestaan en er ontstond een mengvorm van traditionele rituelen met katholieke praktijken. Het verhaal gaat dat de inwoners van Copacabana de Heilige Maagd, La Santisima Virgen de la Candelaria, tot patrones van de stad uitriepen. Dan kwam men echter tot de bevinding dat er geen gepast beeld was van de patroonheilige om in de kerk te plaatsen. Francisco Tito Yupanqui, een afstammeling van de laatste Inca-heerser, maakte toen een beeld uit klei en plaatste dat in de kerk. Zijn kunstwerk werd echter onwaardig bevonden en door de bevolking uit de kerk verwijderd. Daarop trok de vernederde beeldhouwer naar Potosi om er de kunst van het beeldhouwen aan te leren. Na verloop van tijd had hij genoeg vakkennis opgedaan en begon hij te werken aan een houten beeld van de Maagd. In 1583 werd “La Virgen Morena del Lago” (de Zwarte Madonna van het Meer) met de nodige luister in de kerk geïnstalleerd.

Al zeer snel nadien begonnen er zich mirakels voor te doen rond het beeld en als gevolg daarvan trokken steeds meer gelovigen als pelgrims naar Copacabana. Om de vele pelgrims beter te ontvangen en om de Heilige Maagd een waardiger onderkomen te bieden werd in het begin van de jaren 1600 beslist om een grote kathedraal te bouwen. Tot op de dag van vandaag biedt dit bouwwerk in mudejar-stijl (Moors-Andalusische stijl) onderdak aan de Zwarte Madonna van het Meer, die in 1925 door het Vaticaan gecanoniseerd werd.

Tiahuanacu, voorlopers van de Inca's?

Eén van de weinige archeologische sites die in Bolivië kan bezocht worden is Tiahuanacu of Tiahuanaco. Er is zeer weinig bekend over de Tiahuanaco-cultuur die meer dan 1.000 jaar geleden verantwoordelijk was voor de bouw van het grote ceremoniële centrum op de zuidelijke oever van het Titicaca-meer. Deze beschaving moet ontstaan zijn rond 600 voor Christus.

Tussen 375 en 725 na Christus werd Tiahuanaco een echte stad en kreeg het complex z’n huidige aanzien. Enkele eeuwen later bleef van deze cultuur bijna niets meer over. De Andes had er een nieuwe “verloren beschaving” bij. Invloeden van Tiahuanaco, voornamelijk dan op gebied van religie, doken later echter op meerdere plaatsen in het Inca-rijk op.

Hoewel niemand met zekerheid kan zeggen of Tiahuanaco de hoofdstad van het rijk was, is het wel duidelijk dat het een belangrijk religieus centrum was. Op het hoogtepunt van z’n bestaan moet de stad wellicht meer dan 20.000 inwoners geteld hebben. Voor die enorme massa mensen moeten grote voedselvoorraden noodzakelijk geweest zijn. Door een ingenieus systeem van zogenaamde “verhoogde akkers” (waru waru) slaagde deze beschaving er in haar mensen voldoende voedsel voor te schotelen in een streek waar het klimaat niet echt landbouwvriendelijk is.

De Tiahuanacu-cultuur is zonder twijfel één van de grootste monolithische culturen die de Andes ooit gekend heeft. Helaas is deze stad na z’n ondergang grondig geplunderd door de Spanjaarden die een groot deel van het complex ontmantelden en de stenen als bouwmaterialen gebruikten voor onder meer de kerk van het huidige dorpje Tiahuanaco en voor de bedding van de spoorlijn La Paz - Gauqui. Het weinige dat overblijft is echter nog steeds indrukwekkend.

Al dit moois toont aan dat Bolivië een absolute top-bestemming is voor wie een authentieke en gevarieerde Latijns-Amerikaanse bestemming zoekt.
© 2011 - 2020 Youriblieck, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Salar de Uyuni, de grootste zoutvlakte ter wereldSalar de Uyuni is een gigantische zoutvlakte in het zuidwesten van Bolivia. De zoutvlakte heeft een oppervlakte van bijn…
Vanuit Cusco met de bus naar Copacabana (Bolivia)De meest populaire toeristische stad in Peru is Cusco. Vanuit Cusco is ook het Titicaca meer te bezoeken, dit kan door e…
Bolivia: het Andesgebergte, Altiplano en de AmazoneBolivia: het Andesgebergte, Altiplano en de AmazoneBolivia is een land in Zuid-Amerika dat grenst aan Peru, Argentinië, Chili, Brazilië en Paraguay. Het land is te verdele…
Bolivia Zuid-AmerikaBolivia is een prachtig land in Zuid-Amerika, in het hart van de Andesgebergte, om ontdekt te worden tijdens een rondrei…

Goedkope vakanties zelf plannen: naar het buitenlandGoedkope vakanties zelf plannen: naar het buitenlandIn Nederland moeten we het elk jaar weer doen met maar bar weinig zonuren. Een goedkope vakantie naar het warme buitenla…
Sayalonga - Dorp in Zuid-Spanje met Arabische geschiedenisSayalonga is een dorp gelegen in de Axarquía streek met veel historie uit de tijd dat de Moren Andalusië veroverden. Er…
Bronnen en referenties
  • Lokale gidsen in Bolivia

Reageer op het artikel "Bolivië, het onbekende hart van Latijns-Amerika"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Youriblieck
Gepubliceerd: Maart 2011
Rubriek: Reizen en Recreatie
Subrubriek: Buitenland
Bronnen en referenties: 1
Schrijf mee!