Ávila, de hoogstgelegen stad van Spanje

Ávila, de hoogstgelegen stad van Spanje Ávila ligt op de hoogvlakte van de ‘Meseta’. Met een hoogte van 1130 meter is het de hoogst gelegen stad van Spanje. Al is het verder geen hoogvlieger, heeft het een interesante geschiedenis, die terugloopt naar de Prehistoirie. Maar alleen al haar enorme stadsmuren, die nog vrijwel intact zijn, zijn de moeite van een bezoek waard.

Geschiedenis

Prehistorie

De naam van de stad Ávila heeft zijn oorsprong in de stamcultuur van volkeren, die in de Prehistorie in het gebied er omheen gewoond hebben. Één van hen, de Vettonen, noemde het ‘Óbila’, wat betekent 'hoge berg'. Het moet begonnen zijn als een 'castro' (kleine nederzetting). In de zevende eeuw voor Christus was het al een vesting, die van groot belang was.

Romeinse tijd

Toen de Romeinen de macht overnamen -wat overigens zonder al te veel tegenstand gebeurde- veranderde deze naam in ‘Abila’ of ‘Abela’. Een deel van het ommuurde gedeelte van de stad, de wegen, enkele mozaïeken en de Grote Markt zijn overblijfselen uit die tijd. Ook de structuur van het centrum van Ávila herinnert aan deze periode. Die heeft de typische vorm van de steden, zoals die door de Romeinen in heel ‘Hispania’ gebouwd werden: een rechthoekige omtrek, met twee belangrijke straten, die elkaar in loodrecht snijden in het midden van de stad. Waar de originele defensieve blokken samenkomen met de middeleeuwse muur, herkennen we de Romeinse toegangen in de poorten van San Vicente en Gonzalo Dávila.

De Visigothen

In de tijd van de Visigothen, die de Romeinen aflosten, was Ávila één van diens belangrijkste strategische vestingen. Behalve dat had de stad waarschijnlijk ook een religieuze inbreng van groot gewicht, blijkens enkele overgebleven documenten over het concilie van Toledo, die gewag doen van bisschoppen in Abela. In die jaren, om precies te zijn in 687, werd ook het klooster van 'Santa María de la Antigua' gesticht. Dit gemengde klooster is open gebleven tot de invasie van de Moren. Santa Leocadia, dochter van koning Wamba, ligt er begraven. Er is bovendien het graf van de Severiano, een Visigothische hertog. Bij de 'San Pedro' kerk zijn meer graven gevonden.

De aanwezigheid van de Moren

Tijdens de eerste jaren van de Moorse invasie zagen zowel de nieuwe heersers als de Christenen, die hun land wilden heroveren, de stad als een strategisch punt. Alfonso I en zijn zoon Fruela zijn tijdens verschillende invallen (740-742) de stad in geweest zonder er echter te blijven. Hun bedoeling was eerder om de Moorse verdedigingswerken te vernietigen en te plunderen, en inwoners van de stad mee te nemen naar Asturië. Dit had louter praktische redenen: er waren arbeidskrachten nodig op het land. Door al deze invallen en gevechten werd het gebied al snel ontvolkt. De Moren waren ook niet echt geïnteresseerd in het vrij onvruchtbare gebied, behalve dan als bufferstreek.

De Reconquista (de herovering)

Na 1085, zodra Toledo werd heroverd, kreeg Raimundo de Borgoña, schoonzoon van Alfonso VI, de opdracht om het herwonnen land te herbevolken en voor verdediging te zorgen. Zo werden er stadsmuren om een aantal steden gebouwd, waaronder om Ávila. Omdat de ‘Reconquista’ met rasse schreden meer en meer land voor zich herwon, verdween de stad uit het centrum van het Christelijke deel van Spanje en verloor zo haar prominente rol.

Na de Middeleeuwen

Rond de vijftiende en de zestiende eeuw steeg het aanzien van Ávila enorm, wat te maken had met dat Isabella van Castillië er in 1451 geboren werd en dat in de tijd van haar koningsschap ze er veelvuldig met haar hof heen reisde. Daardoor werd het bezocht door veel prominenten literaire en religieuze persoonlijkheden van die tijd.

Santa Teresa de Ávila

Teresa Sánchez de Cepeda y Ahunada, beter bekend als Samta Teresa de Ávila, of Santa Teresa de Jesús, een beroemde heilige, mystica en dichteres, werd 28 maart 1515 in Ávila als dochter van bekeerde joden geboren. Een legende vertelt dat ze als jong meisje al vond dat er weinig glorie te behalen viel voor martelaars en daarom, samen met haar broertje Rodrigo, het plan had gevat om naar het Moorse gedeelte te gaan en daar de marteldood te sterven. Toen de beide kinderen door hun oom waren teruggebracht naar huis, gaf een huilende Rodrigo Teresa de schuld van deze escapade. Twintig jaar later, op 2 november 1535, werd Teresa zonder de toestemming van haa rvader non in het klooster van 'La Encarnación' (De Menswording). Vanaf 1538 moest ze dat klooster vanwege een ziekte weer verlaten waarna ze uiteindelijk in een soort coma van drie jaar zou raken. Na haar wonderbaarlijke genezing, zou in 1556 Jezus voor haar verschijnen, wat haar de naam 'Santa Teresa de Jesús' opleverde. In 1562 raakte ze ervan overtuigd dat ze de karmelietenorde moest hervormen en verliet daarom het klooster.

'Het incorrupte hart en arm' van Santa Teresa

Na de dood van Santa Teresa, in 1582, werd ze begraven in het klooster van 'La Anunciación' van Alba de Tormes, een stadje in de provincie Salamanca, waar oorspronkelijk de hertogen van Alva vandaan komen. Echter, men wilde haar al spoedig terugbrengen naar Ávila, haar geboorteplaats, en ontdekte bij opgraving dat het lichaam van de mystica nog intact was. Een arm werd van het lichaam afgesneden, welke als reliquie in het klooster werd gehouden. Daarna werd het lichaam overgebracht. Na het bekend worden van dit wonder, ontstond er een strijd om het lichaam, waarna de Paus besliste dat het terug moest naar Alba.

Nu liggen het hart en de arm in het kloostermuseum en het lichaam onder het hoofdaltaar van de kloosterkerk, maar niet zonder dat er nog enkele andere lichaamsdelen vanaf gehaald werden, die ondermeer in Rome (rechtervoet en bovenkaak), Lissabon (linkerhand) en Ronda (linkeroog en rechterhand) terechtkwamen. Haar rechterhand werd door generaal Francisco Franco als talisman meegenomen tijdens zijn veldtochten in de Spaanse burgeroorlog. Franco hield ook de rechter ringvinger als privébezit. Deze droeg nog altijd de ring van de heilige.

De moderne tijd

In de zeventiende en achttiende eeuw raakte Ávila in verval en telde nauwelijks 4000 inwoners. Maar in de twintigste eeuw kwam er opnieuw groei in de stad, dankzij de aanbouw van een spoorweg naar Irún, die Midden- en Noord-Spanje in contact bracht met het meer mondaine Frankrijk. Ávila was één van de stations, waar die lijn stopte. Deze nieuwe contacten met het buitenland namen niet weg dat Ávila een provinciestadje bleef, met een zeer conservatieve burgerij. Daarom ook kon het gebeuren dat tijdens de Spaanse burgeroorlog de zetel zijn van de aanhangers van de kroonprins Alfonso in Ávilña was. Zo werd daar ook de eerste regering van de opstandelingen in Castillië gevormd. Al in 1936, bij het begin van de burgeroorlog, verloor de regering van de Tweede Republiek daar al zijn invloed en kwam de stad in handen van de rebellen van Franco.

Heden ten dage is Ávila een groeiende stad met een historisch centrum en meer moderne wijken om de muur heen. In 1985 is de stad opgenomen op de Unesco lijst van het Werelderfgoed.

Bezienswaardigheden

De stadsmuur

Ávila heeft van alle steden in Europa misschien wel de best bewaard gebleven stadsmuren. Ze zijn tweeëneenhalf kilometer lang, twaalf meter hoog en drie meter dik. Ze hebben ook negen poorten, waarvan de belangrijkste de 'Puerto de San Vincente' en de 'Puerto del Alcázar'zijn, en negentig bastions en torens. De ommuring heeft de vorm een trapezium. Voor de constructie werden materialen weggehaald uit de oude Romeinse necropolis binnen de stad, en van de resten van Romeinse en Visigothische stadsmuren. De steen is grijs en zwart graniet, maar er werd ook wel baksteen, mortel en kalk voor gebruikt.

'Las Cuatro Columnas'

Vanaf 'Las Cuatro Columnas' of 'Los Cuatro Postes' (De Vier Zuilen) is een prachtig panorama te aanschouwen op de stad Ávila en de stadmuren. Het ligt aan de weg naar Salamanca. In 1566 werd het gebouwd om een eerder bouwwerkje te vervangen ter ere van San Sebastián (de Heilige Sebastiaan). Volgens de legende werden hier de kinderen Teresa en Rodrigo door hun oom aangetroffen op voettocht naar het Moorse land.

De kloosters van ‘La Santa’ en ‘La Encarnación’

In het woonhuis van de familie van Santa Teresa werd in 1636 het klooster van ‘La Santa’ gesticht. Daar kan de kamer, waar zij geboren werd, worden bezichtigd, al is het tegenwoordig een kapel. Een deel van de vroegere moestuin, die bij het oorspronkelijke huis hoorde, bestaat nog. Er werd een barokke kerk bijgebouwd, in de vorm van een latijns kruis met één enkel schip.

Daarnaast bevindt zch het klooster van ‘La Encarnación’, dat werd gesticht in 1478. Santa Teresa bracht daar een groot deel van haar leven als non door. De cel waar de heilige jarenlang heeft geslapen is er nog altijd aanwezig alsmede diverse voorwerpen uit haar tijd. In het klooster staat ook de biechtstoel van Juan de la Cruz (Johannes van het Kruis). Deze geestelijke en heilige kwam ook uit Ávila -alhoewel uit een dorp binnen dezelfde provincie, genaamd Fontiveros- en was de steun en toeverlaat van Santa Teresa in al haar religieuze ondernemingen. Boze tongen beweren dat ze zelfs meer hadden dan alleen een hechte vriendschap. Hun gedichten zijn dan ook wel zo dubbelzinnig dat ze zowel opgevat kunnen worden als voortkomend uit hun vrome liefde tot God als uit een hartstochtelijke liefde voor elkaar. Het bekendste werk van Johannes van het Kruis is ‘Cántico Espiritual’, beschouwd als één van de hoogtepunten van de Spaanstalige dichtkunst uit die periode.

De kathedraal

De Kathedraal dateert uit het eind van de twaalfde eeuw en werd waarschijnlijk gebouwd naar een ontwerp van bouwmeester Fruchel. Lang is er gedacht dat de bouw in 1091 door Alvar García begonnen werd op de resten van de door de Moren verwoeste 'San Salvador' kerk, met financiële steun van Alfons VI van León. Maar tegenwoordig heeft de theorie dat Fruchel het bouwde meer fundament gekregen omdat het net samenvalt met de repoblatie door Raimondo de Brogoña na de 'reconquista' op de Moren. In ieder geval is het -al zijn de delen van Fruchel nog in een overgang van de romaanse stijl- de eerste gothische kerk van Spanje. Vreemd genoeg heeft het de vorm van een militaire vesting, wat misschien komt omdat men verwachtte het nog tegen de Moren te moeten beschermen. De enorme abscis vormt één van de bekendste torens in de stadsmuur, ‘El Cimorro’ genaamd. De hoofdgevel vertoont een mengeling van gothische en barokke elementen en het interieur bestaat uit drie schepen van wit en roodachtig gesteente. Delen van het hoofdaltaar zijn gemaakt door Pedro Berruguete (1440-1504).

De basiliek van San Vicente

Aan de noordelijke kant van de stadswal staat de basiliek van San Vincente. Er wordt gezegd dat het meteen na de dood van San Vicente op zijn graf werd gebouwd door een berouwvolle beul. San Vicente en diens zusters Sabina en Cristeta stierven namelijk in 306 op die plek de marteldood omdat ze weigerden de Romeinse goden te erkennen. De kerk is echter in Romaanse stijl gebouwd en dateert dus uit de 12de eeuw. Het bestaat in zijn geheel uit een gekleurde soort zandsteen. Het zuidelijk portaal heeft een kroonlijst met een reliëf, dat de strijd weergeeft tussen de zonde en de deugd. In het westelijke portaal zijn beelden van de apostelen.

In de basiliek zelf is het praalgraf van San Vicente en diens zusters Sabina en Cristeta. Er is ook een reliëf dat hun marteldood afbeeldt.

Het Koninklijke klooster van Santo Tomás

Dit klooster werd in 1482 dankzij de schatbewaarder van Isabella van Castillië en haar man Ferdinand van Aragón gesticht ter ere van Thomas van Aquino. Hier bevinden zich een praalgraf uit 1510 met de enige zoon van de katholieke koningen, Don Juan, vervaardigd door Domenico Fancelli. De voorgevel heeft de vorm van een 'H', wat de zg. 'Hispanidad' (al het Spaanse: de cultuur, de taal, de personen en alles wat zich daarmee verhoudt) moet weergeven. Er zijn acht kapellen met beelden van o.a. Franciscus en Domenicus. Het hoofdaltaarstuk, welke in negentien panelen het leven van Thomas van Aquino abeeldt, is van Pedro Berruguete.

Het museum van Ávila

Het museum van Ávila is gevestigd in het 'Casa de los Deanes' (Huis van de Decanen), een romaans bouwwerk dat samenvalt met de oude kerk van 'Santo Tomé el Viejo'. Het bezit een afdeling archeologie, die de periode van het Stenen Tijdperk tot en met de Middeleeuwen omvat. Men kan er ook keramiek, wapentuig en panelen van Vlaamse kunstenaars bewonderen. De afdeling volkenkunde geeft een beeld van de gewoonten, kleding en huishoudelijke voorwerpen van het platteland van de provincie Ávila.

Openingstijden: 10-14 h. en 16,30-19,30 h. Zaterdag: 10,30-14 h. en 16-20 h. Zondag: 10,30-14 h. Maandags gesloten.
© 2010 - 2020 Tjiw09, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Ontstaan der Nederlanden: Europese vorstenhuizenOntstaan der Nederlanden: Europese vorstenhuizenTijdens het ontstaan der Nederlanden, onder Karel V en onder de Bourgondische hertogen, hadden huwelijk en diplomatiek o…
De politieke situatie in Italië rond 1500De politieke situatie in Italië rond 1500Van oudsher was Italië het meest geürbaniseerde deel van Europa, met een traditie van stadstaten die terugging tot de 11…
Óbidos bij Lissabon: historisch en culinair een hoogtepunt!Óbidos bij Lissabon: historisch en culinair een hoogtepunt!Óbidos in Portugal, wordt ook wel de stad der koninginnen genoemd. Sinds 1200 zit deze parel bij de bruidsschat van de P…
Vila do Gerês - PortugalBen je op zoek naar een hele bijzondere bestemming voor vakantiebestemming, dan is het prachtige noorden van Portugal ee…

Aix-en-Provence en de boulevard Cours MirabeauHet was in Aix-en-Provence, aan deze platanenboulevard met haar Italiaans aandoende herenhuizen dat de schilder Paul Céz…
Gratis parkeren in en rondom AmsterdamHet is een bekend feit: anno 2020 is parkeren in Amsterdam een zeer dure aangelegenheid. De tarieven voor het parkeren i…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Pelayo2, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)
  • http://www.arteguias.com/romanico_ambavila.htm
  • http://es.wikipedia.org/wiki/Muralla_de_%C3%81vila
  • http://www.corazones.org/santos/teresa_avila.htm
  • http://www.los-poetas.com/f/cruz.htm
  • http://www.avilaturismo.com/guia_turismo/historia-y-patrimonio/museos/convento-de-la-santa/
  • http://www.avilaturismo.com/guia_turismo/historia-y-patrimonio/museos/monasterio-de-la-encarnacion/
  • http://www.avila2avila.galeon.com/avila.htm

Reageer op het artikel "Ávila, de hoogstgelegen stad van Spanje"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Tjiw09
Laatste update: 29-09-2016
Rubriek: Reizen en Recreatie
Subrubriek: Steden
Bronnen en referenties: 8
Schrijf mee!