InfoNu.nl > Reizen en Recreatie > Reisverhalen > De Weg van Santiago de Compostela

De Weg van Santiago de Compostela

De Weg van Santiago de Compostela Als we het hebben over de Weg van Santiago denken de meesten aan één enkele weg. Maar zoals dat bij alles gaat, altijd zijn er meerdere mogelijkheden. Sommige pelgrims of wandelaars gaan direct van Roncesvalles naar Santiago, andere nemen weer de noordkust. Er zijn ook routes vanuit het zuiden of midden van Spanje, voor elk wat wils. Welke de beste of de mooiste is, hangt af van wat men zelf zoekt. Allen komen tenslotte bij hetzelfde doel: de loutering van de geest door lichamelijke inspanning. ‘Santiago’ is de Spaanse naam voor de apostel en heilige Jacobus. Het is een samentrekking van ‘Sant’ (heilige) en ‘Iago’ (Jacobo). Volgens een legende zou diens graf zich daar bevinden in Santiago de Compostela, een stadje in de provincie La Coruña (Galicië), in de hoek boven Portuga. Daarom was het in de Middeleeuwen één van de belangrijkste bedevaartplaatsen van het christelijke Europa.

Dat het graf van Santiago van groot belang was had ook veel te maken met de Reconquista, de herovering van Spanje op de moslims. De Spaanse christenen, die over de eeuwen heen vanuit het noorden van het Iberische schiereiland gebied trachtten te heroveren, vonden in de apostel Santiago een symbool voor deze strijd. Toen was al bekend dat die zijn graf had gevonden aan de kust van Galicië.

Vanaf het moment dat dit algemene bekendheid had gekregen, waren pelgrims uit heel Europa begonnen met in hun diepste devotie naar dat graf te lopen. Daarvoor dienden ze wel allerlei gevaren en verleidingen langs de weg te trotseren, van rovers en wilde dieren tot prostitutie. Deze voettocht noemt men de Camino de Santiago, de Weg van Santiago.
In 1999 werd de Weg van Santiago door de Europese Unie uitgeroepen tot ‘Europese Culturele Route’.

Legende en geschiedenis

Na de dood van Christus vervolgde de apostel Jacobus, zoon van Zebedeüs, diens werk in Jeruzalem. Het prediken van het Christendom was echter in die periode verboden en onder Herodes Agripa werd hij in het jaar 42 voor dat vergrijp onthoofd. Volgens de overlevering werd zijn dode lichaam daarna door zijn discipelen geroofd en in een boot gelegd. Ondanks de aanwezigheid van deze discipelen, bereikte deze zonder enige besturing de kust van Galicië. Daar werd de dode op een kar geladen en uiteindelijk, omdat de ossen daar weigerden verder te gaan, begraven in het bos van Libredón.

Voor de invasie van de moslims vanuit Noord-Afrika was er al sprake van verering van het graf van Jacobus, maar dat zou pas na de 8ste eeuw tot grote dimensies komen. Onder het koningsschap van Alfonso II, el Casto (de Kuise) kwam het christelijk gebleven Asturiës tot bloei. In die tijd werd ook het graf van de apostel herontdekt (813) en daarop een eerste prerromaanse basiliek gebouwd. In de 899 liet Alfonso III daar een kathedraal van maken. In de 10de eeuw werd de kerk weliswaar door de moslims vernield, maar tegenwoordig staat er nog altijd de katedraal, die in de eeuwen daarna in alle glorie is verrezen.

Het graf van Santiago was in de 9de eeuw al van groot belang bij een machtstrijd tussen de noorderlijke machthebbers en priesters, waaronder de 'Beato van Liébana', en het bisdom van Toledo, dat teveel tolerantie ten opzichte van de moslims en ketterse ideeën werd verweten. Het graf werd zodoende geadopteerd als symbool voor het ware christendom en de Reconquista. Later, tijdens de Spaanse Burgeroorlog, zou ook de rebellenleider en latere dictator, generaal Franco, daar gebruik van maken.

In het zg. Codex Calixtinus, het pelgrimsboek uit de 12e eeuw, genoemd naar Calixtus II, die de Weg in 1122 officiëel erkende, wordt de Camino de Santiago gezien als een aardse weergave van de melkweg. Volgens dat boek zag Karel de Grote op een nacht een weg van sterren, die begon bij de Friese Zee en naar Galicië liep. Jacobus zelf gaf die nacht aan Karel de opdracht om een bedevaartsroute te traceren zodat men zijn graf kon bezoeken.

Karel zelf is overigens nooit verder gekomen dan Zaragoza, vanwaar hij zijn befaamde terugtocht maakte via Roncesvalles nadat hij daar verslagen werd. Maar in feite was het het Franse klooster van Cluny dat in de 11de eeuw de eerste pelgrimstochten naar het graf van Jacobus stimuleerde. Daaromheen was intussen de stad Santiago de Compostela ontstaan. De bijnaam 'Compostela' komt vermoedelijk van het Latijn 'Campus Stellae', sterrenveld. Dat verwijst naar een ster die, volgens de overlevering, het gebeente van Jacobus op deze plaats heeft aangewezen. De naam ‘Compostela’ werd door de pelgrims gebruikt om de plaats aan te geven.

In de 14de eeuw begon het verval van de Weg van Santiago, wat te maken had met sociale bewegingen in Europa en een steeds grotere aandacht van de Spaanse christenen voor het zuiden, waar de moslims nog altijd delen van Andalusië in handen hadden. Van 1378 tot 1417 is er ook sprake van een verdeling van de christelijke kerk door het westers schisma, waarin er sprake was van een tegenpaus in het Franse Avignon.

Tradities

De pelgrims op weg naar Santiago waren herkenbaar aan de Sint-Jacobsschelp, die ze bij zich droegen. Die schelp geeft de heilige Jacobus aan. Het is de schelp van een groot weekdier, wat aan de Galicische kust in overvloed voorkomt. De galicische naam is Vieira, de latijnse ‘Pecten jacobaeus’. Deze schelp werd door de pelgrim gedragen met de sluiting naar boven. Nog steeds geeft deze schelp of een tekening ervan de Weg van Santiago aan.

Andere tradities van de Weg naar Santiago waren o.a. dat de pelgrims een van huis meegenomen steen achter bij Cruz de Ferro legden om zo symbolisch hun zonden van zich a fte leggen en 'verlicht' hun weg te vervolgen. Ook waste men bij 'Lavacolla' zijn kleren in de rivier alvorens de heilige stad binnen te gaan. Tegenwoordig is 'Lavacolla' (wat 'kleren wassen' betekent) een modern dorp met een vliegveld.

De jacobijnse traditie volgt een ingewikkeld systeem om te bepalen wanneer een jaar een special ‘jubeljaar’ is, of 'Año Xacobeo' (jacobijns jaar). Vanwege schrikkeljaren volgt deze gebeurtenis een onregelmatig patroon van 11, 6, 5, 6 en weer opnieuw 11, 6, 5, 6 jaren. Zo waren 1993, 1999, 2004 en 2010 jubeljaren.

De routes

Zoals gezegd zijn er vele routes, die door Spanje naar Santiago leiden, en de meeste hebben dan weer alternatieve routes. Hieronder volgen slechts de drie belangrijkste hoofdroutes:
  • De Franse route
  • De Noordroute
  • De 'Vía de la Plata'

De Franse route begint in Spanje bij Roncesvalles in de Pyreneeën van Navarra. Als men uit Frankrijk komt en een zware bergetappe achter de rug heeft kan men er logeren in het klooster dat in 1132 werd gesticht om onderdak te bieden aan pelgrims. Er zijn tijden geweest dat het klooster jaarlijks aan ongeveer 25.000 pelgrims een maaltijd verstrekte. Nu zijn er twee restaurants.

De bergetappe was in de Middeleeuwen een stuk gevaarlijker dan tegenwoordig, want er waren o.a. nog wolven in het gebied. Nu is de route echter aardig gecultiveerd en bebouwd en er zijn zelfs autowegen. Toch is het landschap nog altijd prachtig en zeer afwisselend en is er ook cultureel het één en ander te bezoeken. Er bestaat een dicht netwerk van zg. refugios (herbergen) langs de route. Vele zijn speciaal voor pelgrims, die er dan ook altijd tegen een zeer schappelijke prijs alle voorrang krijgen.

De route is vanaf Roncesvalles 760 km lang en verder Pamplona, Puente la Reina, Estella, Logroño, Nájera, Santo Domingo de la Calzada, Belorado, Burgos, Castrojeriz, Frómista, Carrión de los Condes, Sahagún, Logroño, Astorga, Villafranca del Bierzo, Ponferrada, O Cebreiro, Triacastela, Sarria, Portomarín, Palas de Rei en Arzúa.

Een ander startpunt is de Col du Somport. Deze route komt samen met die uit Roncesvalles in Puente la Reina en volgt daarna hetzelfde spoor naar Santiago de Compostela.

Bij aankomst in Ponferrada is een alternatieve eindroute is zg. Camino de Invierno (Winterweg), die bij die plaats begint en eindigt bij Lalin. Deze variant gaat onder meer via de mooie vallei van de Sil en vermijdt daarmee de hoogten van O'Cebreiro, en dus de sneeuw in de winter.

De Noordroute was voor pelgrims uit de noordelijke landen lange tijd de veiligste en dus de meest gebruikte route. Pas toen de Moren verder naar het zuiden waren teruggedreven ontwikkelde de Camino Francés (zie boven) zich tot de belangrijkste route.

De laatste jaren neemt de belangstelling voor de noordelijke kustweg echter toe. In feite gaat het niet om één weg, maar meerdere routes. De varianten onderscheiden zich vooral door het moment waarop ze de Spaanse noordkust verlaten om, via het kustgebergte, aan te sluiten op de Franse route. De kortste variant is de Camino Vasco del Interior, van Irún, via Vitoria-Gasteiz, naar Santo Domingo de Calzada (op zo'n 120 kilometer van Puente la Reina). De langste variant is de Camino de la Costa, die van Irún via Santander, Gijón en Ribadeo naar Arzúa gaat. Die laatste plaats ligt ongeveer 40 kilometer van Santiago de Compostela.

Er zijn ook nog allerlei tussenliggende varianten, vanaf de noordkust tot de aansluiting op de Franse route. Eén daarvan loopt zo'n 700 kilometer evenwijdig aan de Costa Verde, de groene kust van de Golf van Biskaje, en loopt zo nu en dan het gebergte van Cantabria in. Die gaat van Irún langs de San Sebastian, Ondarroa en Bilbao. in Asturiës gaat ze naar de bedevaartsplaats Covadonga, waar de Ruta de las Peregrinaciones begint. Deze gemarkeerde pelgrimsroute loopt naar Oviedo. Het laatste stuk richting Santiago moet dan weer via één van de hoofdroutes.

De 'Vía de la Plata', van Sevilla naar Santiago, is een goed alternatief voor de Franse route. Deze gaat door de stille binnenlanden van Spanje. De route voert door het zuiden van Spanje en langs plaatsen als Sevilla, Mérida, Cáceres, Salamanca en Zamora.

Dit alternatief heeft twee slotvarianten vanuit het dorpje Granja de Moreruela, ongeveer 40 kilometer ten noorden van Zamora, namelijk de noordelijke variant, die na circa 100 kilometer in Astorga aansluit op de Franse route en de westelijke variant, die loopt via Orense naar Santiago, langs een eigen, véél minder belopen route.

Een traditioneel vervolg op de Weg

Na Santiago is een mogelijk vervolg een zeer oude pelgrimsroute, die al door de Kelten werd gebruikt. Die route liep door naar het, toenmalige, einde van de wereld, Fisterra (vandaar de andere naam 'Camino de Fisterra'). In de Middeleeuwen volgden veel christelijke pelgrims dit oude voorbeeld, door na Santiago de Compostela verder te lopen naar Cabo Fisterra: de Kaap aan het einde van de Aarde. Men geloofde dat daar waar de zon onderging het rijk van de doden begon. Van de oude Kelten komt de naam 'Sterrenweg', waarvan men geloofde dat ze leidde naar het oude Atlantis.
Deze oude traditie wordt tegenwoordig door steeds meer hedendaagse pelgrims gevolgd.

Herbergen

Voor logies zijn er langs de Weg van Santiago twee types herbergen:
  • De openbare, waarvan er altijd slechts één is in elk dorp. Daar hebben de pelgrims, die alleen of in kleine groepen lopen altijd voorrang boven georganiseerde groepen. Verder is de voorrangsorde als volgt: 1. wandelaars, 2. fietsers of paardrijders, 3. pelgrims gesteund door auto´s en bestelwagens, die de bagage vervoeren of delen laten meerijden. Alle herbergen van de zg. Red de Alberges de la Xunta de Galicia zijn gratis voor pelgrims.
  • Niet-openbare herbergen, die door privé-personen of -instellingen worden ter beschikking gesteld, of door leken- of religuieze instellingen. Gewoonlijk hebben die geen lucratieve achtergronden.

'Credencial del Peregrino'

De zg. Credencial del Peregrino is een formulier, die men kan verkrijgen bij sommige herbergen en kerken. Het doel is dat die enkele keren per dag worden gestempeld. Dat kan in kerken, herbergen en zelfs sommige bars, met hun eigen stempel. Op die manier kan een pelgrim aantonen dat hij recht heeft om te logeren bij de herbergen, die bij de Weg naar Santiago horen. De gewoonte is om bij het verkrijgen van dat formulier een donatie te doen. In het geval dat dit officiële formulier nergens te vinden is, kan een gewoon stuk wit papier ook dienst doen voor het ontvangen van de stempels. Dit wordt ook als geldig geacht.

Wat mee te nemen op de Weg

Als we ervan uitgaan dat het maximum gewicht, wat meegedragen wordt, niet meer mag zijn dan 10% van het gewicht van degene, die het moet dragen, kunnen we op de Weg van Santiago het volgende meenemen:
Sterke sokken (zonder naden!), onderbroek met lange pijpen (vooral voor wie met de dijbenen tegen elkaar aan loopt), pet met zonneklep, een warme jas, een kussensloop, een kleine handdoek (droogt sneller, is lichter), sandalen (voor het laten rusten van de voeten en/of douchen), sport- of bergschoenen (ingelopen), waszeep, plastic zakken om gewassen kleren in te bewaren als ze geen tijd hebben gehad om te drogen, een goede slaapzak, desodorant, shampoo, zeep, tandenborstel, tandpasta, vaseline, voor de voeten, zonnebrandolie, een zakmes, jodium, pleisters, een regenponcho, een kleine zaklantaarn, reservekleding.

Foto boven: de basilica van Santiago in Santiago de Compostela
© 2010 - 2018 Tjiw09, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Bedevaart naar Santiago de Compostela - CaminoBedevaart naar Santiago de Compostela - CaminoDwars door Europa ligt een netwerk van wandelroutes, die uitkomen in Santiago de Compostela in Spanje. De Camino is een…
Onderweg naar Santiago, Mireille MadourecensieOnderweg naar Santiago, Mireille MadouDe Camino de Santiago voert naar het pelgrimsoord Santiago de Compostela, naar het graf van de apostel Jacobus. De camin…
Via de la Plata: pelgrimsroute van Sevilla naar SantiagoVia de la Plata: pelgrimsroute van Sevilla naar SantiagoDe Via de la Plata (ook wel de Zilverroute genoemd) is een van de pelgrimsroutes naar Santiago de Compostela. Hij is min…
Santiago de Compostela met kathedraal bezoeken op één dagSantiago de Compostela met kathedraal bezoeken op één dagZoals zoveel mensen hadden ook wij de wens om ééns in ons leven een bezoek te brengen aan Santiago de Compostela. Welisw…
Jaca, mooie stad in de Pyreneeën met eigen Spaanse cultuurJaca, mooie stad in de Pyreneeën met eigen Spaanse cultuurJaca is een leuke Spaanse stad die gelegen is aan de voet van de Pyreneeën. De stad is niet groot maar is historisch wel…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: CC-BY-SA-3.0, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)
  • http://www.caminosantiago.com/
  • http://caminodesantiago.consumer.es/
  • http://www.caminosantiago.org/
  • http://www.jacobeo.net/

Reageer op het artikel "De Weg van Santiago de Compostela"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Tjiw09
Laatste update: 29-09-2016
Rubriek: Reizen en Recreatie
Subrubriek: Reisverhalen
Bronnen en referenties: 5
Schrijf mee!