InfoNu.nl > Reizen en Recreatie > Reisverhalen > Normandië met mijn motorhome

Normandië met mijn motorhome

Reizen met een motorhome is altijd onderweg zijn. Elk dorp is een mogelijk einddoel. Je rijdt weg maar moet ooit wel weer terugkeren. Tenminste als er nog een ander thuis op je wacht. En dat is bij ons nog het geval. Dus kiezen we als mogelijk terugkeerpunt de mythische Mont St Michel.

28 februari Cap Griz Nez

zaterdag De Haan aan Zee. We vertrekken voor een week naar de Normandische kust. Mogelijk einddoel de magische Mont St Michel, al is bij het reizen met mijn motorhome elk god vergeten dorp op onze route een bestemming.
Eerst even langs de Franse Noordkust, een oude bekende de Cap Griz Nez bezoeken. Wat is deze grijsgenoot veranderd in 3 jaar. Mooi aangelegde parkings moeten de toerist in goeie banen leiden en de natuur beschermen. Het zal wel niet anders kunnen zeker, maar mijn hart bloed. En ja, zelfs nu in februari, wel in het weekend en een vakantieperiode, zijn er al tientallen auto's en motorhomes en honderden mensen, die even achter de aangelegde balkons de zee en enkele kliffen mogen bewonderen. Beneden zie ik het strand bezaaid met de grijze ronde rotsblokken die ooit uit de kliffen los geërodeerd zijn en waar ik zelf ooit in opperste concentratie van de ene rotsblok op de andere de hele kust afdwaalde. Waar is de tijd en de natuur gebleven?

Vlug rijden we verder in onze eigen campingcar. Langs Ambleteuse naar Wimereux tussen een uitgestrekt duinengebied met bloeiende gaspeldoorn (de vallei van de Slack). We draaien dan weer richting binnenland en autoweg om Boulogne sur Mer te vermijden. Niks tegen Boulogne maar we willen nu toch liever kleinere plaatjes aandoen. We nemen de D940 naar Hardelot, Le Touquet op de monding van de Canche, waar een staanplaats bij de jachthaven is, deze is helaas verplaatst naar de camping municipale. Maar wij willen toch nog iets verder via Berck langs de baie d’Authie belanden we in Quend Plage, waar we al eens eerder ‘gelogeerd’ hebben. Een grote parking vlak bij zee en in de zandduinen. Nog veel parkeerruimte hier maar toch staan er wel 27 camping cars.
Een mooie wandeling is mogelijk via het strand naar Fort Mahonplage en via een mooi duinenpad terug in 2 à 3 uur. Je vind er veel wilde rucola, te eten dus, maar hier niet te plukken wegens pissende hondjes en andere zoogdieren.

1 Maart Le Tréport en manneken pis

Ondertussen is er een nachtje voorbij in ons huis op wielen. Langs de baai van de Somme met Parc ornithologique de Marquenterre, eenzaam moerasgebied en het vissersstadje St Valery sur Somme. Ook hier zijn we al eens eerder geweest en stoppen we nu niet, al is dit stadje de moeite waar. Voor plantenliefhebbers is er ook een mooi en sympathieke kruidentuin vlak bij de cap Hornu. Ook de straatjes er omheen zijn versierd met botanische planten. Wij rijden nog altijd langs D940 tot Le Tréport aan de monding van Le Bresle. Hier houden we halt. Met een motorhome op stap is anders dan met de auto of te voet. Altijd wat delicater om te parkeren. We rijden wel even langs de jachthaven en tot aan de zee, maar moeten dan uiteindelijk toch naar de campingcarplaats wat verder op.

Le Tréport ligt nauw ingesloten tussen twee kliffen, dat is altijd wel mooi maar een stadje barst dan altijd wel uit haar voegen en dus moeten ze de hele helling uiteindelijk vol bouwen en dat is hier dus ook gebeurd.

Wij wandelen helemaal naar boven, naar het kruis, maar willen toch vooral de oude kerk van St Jacques bekijken en de présbytère. Boven op de hoek van de pastorij, net onder het dak is er een sterk geërodeerd beeldje te zien, dat een manneken pis moet voorstellen. Het penisje zelf is helemaal weg gesleten, nog straffer er is zelf een gaatje voor in de plaats gekomen. Wat ons doet afvragen of het geen vrouwtje-pis of vrouwtje-vagina is. En wat doet zo’n heidens beeld op het huis van de pastoor? Zou zo’n beeldje zo net onder de dakgoot als waterafvoer bedoeld geweest zijn net als de monsterlijke gargouilles op de St Jacques aan de overkant. Maar laat ik maar niet te nuchter denken, een toerist moet toch ook wat fantaseren. De kerk word uitgebreid gerestaureerd en dat was ook nodig. Zeker in een zeeklimaat zit er nogal wat sleet op de historische gebouwen. Binnen is de kerk al indrukwekkend mooi, als atheist ben ik wel wat jaloers op wat een religie ook voor moois kan realiseren. Ramen, zuilen, orgel, een lichtgevend glasraamroset en dan hoog tegen de zoldering gehesen een schilderij met schip in nood. Dat past er niet helemaal bij, maar daardoor juist zo merkwaardig. De wijwatervaten spraken mij ook wel aan. Je weet wel die bakjes waar je vinger of vingers moet insteken om een kruisteken te maken bij het binnenkomen van de kerk. Hier waren dat bakken in de vorm van een grote schelp. Groot genoeg om een zitbad te nemen, al zal dat natuurlijk wel heiligschennis wezen.

Le Tréport, het begin van Normandie, verder D925 naar Dieppe, we beslissen om naar een andere St Valéry-en-Caux te rijden. Net buiten Le Tréport ligt nog een historisch stadje met de merkwaardige naam Eu bij het indrukwekkende Fôret d’Eu. Ook dat zal voor een volgende keer zijn. Over het plateau, een niet onaardig landbouwgebied, langs Appeville, St Dénis, Bourg-Dun en dan terug dicht bij zee Veules les Roses rijden we St Valéry en Caux binnen. Hier vinden we een prachtige kampplaats helemaal aan de havenmonding en vlakbij de falaise d’Aval.

Het stadje of dorpje is niet spectaculair authentiek. Dat hebben we aan de Naziduitsers te danken. De hoeveelheid dorpen die hier in 1944 verwoest zijn is schrikwekkend en dat heb ik het nog niet over de mensen. St-Valery is vreemd genoeg al gebombardeerd in 1940 toen de Britse troepen na een mislukte landing van hier uit terug wouden vluchten naar de overkant. Van de oudere vakwerkhuizen blijft er maar een exemplaar meer over, maison Henry IV, dat er nu prachtig gerestaureerd bij staat.
De oude kerk was ook vernield en dus heeft men een nieuwe moderne gebouwd die wel aardig is. Goede moderne architectuur spreekt mij wel aan, spijtig genoeg wordt er in onze tijd veel te weinig creatief gebouwd.

Maandag 2 Maart

We rijden naar Cany-Barville, markt op maandag en dus druk, het is wel mooi gelegen in de vallei van de Durdent. Over het plateau rijden we nu terug naar zee. Fécamp weer tussen kliffen ingeklemd maar dan wel volgebouwd. We dwalen wat door de straten, het centrum is nogal lelijk. We bezoeken de oude abdijkerk Eglise de la Trinité. Wandelen van daaruit terug richting kust door een sombere rue Legros, de vroegere rue de Juifs, waar toch als een juweeltje een vrolijk Art Nouveauhuis opduikt. Maar wij zijn toch vooral gekomen om de ‘fabrieken’ van de fameuse elixir Bénédictine te bezoeken. Plots staan we voor exuberante neo-gotische en nog uit wat andere stijlen opgetrokken gebouwen, het musée de la Bénédictine. De straat is ondertussen ook van naam verandert, rue Alexandre le Grand. Alles moest schijnbaar protserige grandeur uitstralen. Toch is dit de moeite waard, niet alleen om de kruidencollectie en de fabricatie van de Bénedictine, maar ook omwille van de religieuse kunstcollectie van houten heiligenbeelden, manuscripten en dies meer. De bezoekersroute loopt ook helemaal door de distilleerderij met zijn mooie koperen alambics nog volop in werking en door de kelders met de eiken houten vaten. In feite heeft mijnheer Le Grand zijn hele fabriekshal gecamoufleerd met de meeste merkwaardige kasteeltorentjes. Vreemd, maar van mij mogen alle directeuren hun lelijke fabrieksgebouwen op deze manier versieren.


Dinsdag 3 maart Deauville, Calbourg, Bayeux en verder

Honfleur tussen Seine en kanaal met in de verte Pont de Normandie. Het weer is omgeslagen, koud winderig en miezerregen. We wilden nog even het stadje in maar beslissen maar om verder te rijden. Eerst nog mijn voorraadje van 25 liter diesel in de tank gegoten, daar kunnen we het vandaag wel mee doen.
We rijden via het plateau naar de mondaine badplaats Trouville en Deauville. Hier geen kliffen of keistrandjes, maar terug zand voor de chiquere tenen. We blijven langs de kust tot Villers waar we terug naar het plateau moeten rond de Falaises des Vaches noires. Deze zwarte koeien hebben we niet bezichtigd, er zouden hier nog ammonieten te vinden zijn. Al moet je dikwijls wel erg veel geduld en kennis hebben om die fossielen te vinden.
Houlgate, Dives, Calbourg hier stoppen we voor de middagpauze. De winkels zijn nog net open. Een broodje en 2 croissants gekocht.

Rustig verder, we proberen in Bayeux te geraken zonder door de stad Caen te rijden via kleine dorpjes. Eerst kruisen we de Orne, dan Colloville-Montgomery, ja hier en verder werd Frankrijk van de Duitse overheersing bevrijd. Maar wij komen, met alle respect, niet voor de oorlogsdoden, al is het goed om er even aan herinnerd te worden. Hermaville en een klein stadje Douvres, waar we nog wat boodschappen doen in een super super U. We tuffen verder over de verkeersdrempels en de ronde puntjes van Reviers (aardig), Colombiers (tumulus), Tierceville, Villers le Sec, Sommervieu en dan uiteindelijk Bayeux. Er is met al die namen wel een gedichtje te schrijven.

In Bayeux willen we kamperen maar we vinden de aangeduide parking niet en beslissen dan maar direct door te rijden naar de Mont St Michel. Om 18.00 stoppen we toch nog ietsje eerder, namelijk in Avranches, een stadje op de heuvel voor de baai van St Michel. Heel in de verte zien we als een goedkoop souveniertje Michel op zijn heuvel.
De camping carplaats lijkt heel nieuw, zelfs nog niet helemaal afgewerkt en wat hellende plaatsen ook. Maar we zullen het ermee doen. Er is wel water te tanken, dat was hoognodig. Veel tankplaatsen zijn nog tot eind maart afgesloten wegens vorstgevaar. Het weer wordt steeds ruwer, wind en regen, zelfs een beetje storm. Worden we in slaap gewiegd of juist wakker geschud? Afwachten maar!

3 maart Avranches en zijn parktuin

Veel straffe verhalen in Avranches. Over de bisschop Aubert van Avranches, die van de aartsengel Michael in de 8ste eeuw, in hoogst eigen persoon en zelfs tot 3 maal toe de opdracht kreeg om op de rotspunt in zee, toen met de naam Mont Tombe een kapel te bouwen ter zijner ere. En daar hebben we nu deze indrukwekkende toeristische attractie aan te danken. Zou de aartsengel daar blij mee zijn?
Over Hendrik II die hier in de vroegere kathedraal boette moest komen doen omdat hij de aanstichter was van de moord op Thomas Beckett, aartsbisschop van Canterbury. Alleen één tegel getuigt nu nog van deze boetedoening.

Bron: PublicDomainPictures, PixabayBron: PublicDomainPictures, Pixabay
We hebben de ochtend gehaald. Grijs maar redelijk droog. Water getankt, voor 2 euro mochten we 7 minuten water laten lopen. We gaan nog even naar de Jardin des plantes. Wat eerder een groot park is maar wel de moeite waard. Een prachtige Metasequoa, opkomende Madonnalelies, Eucalyptus en massaal bloeiende heide en dat allemaal weer met de hele MontStMichel heel ver in de achtergrond. Zo een stadje savonds of smorgens ziet er, vooral door onze ogen, heel verschillend uit. In het park staat ook een modern houten beeldhouwwerk van een naakte vrouw zonder hoofd, gemaakt van een pas omgewaaide seqoiua. Echt sierlijk indrukwekkend en dan niet alleen omdat het een blote vrouw. We kunnen zo toch noch Avranches met een goede indruk verlaten. Op naar de Mont St Michel! Laat dat minibeeldje nu maar eens indrukwekkend groot worden. En dat wordt het snel. Ondanks de wintertijd zijn er toch nog enkele honderden toeristen bij deze topactractie van Frankrijk. Natuurlijk niets vergeleken met de tienduizenden die op zomerdagen zich door de straatjes naar de abdij op de top persen. Het is toch wel een magische plek, ooit een heidens Bretoens heiligdom en dan zoals zovele mythische natuurplekken door de christenen gekerstend.

Mont St Michel

We besluiten om hier op de parkingplek te overnachten, net zoals een tiental andere camping-caristen. Wijds zicht op de baai, water, wolken, zand en een witte kraanvogel, die hier de hele namiddag zijn kostje probeert bij mekaar te pikken. Als we voor ons uit blijven kijken, lijkt het wel of we alleen op de wereld zijn. Maartse buien en koude maken het landschap alleen maar mooier. Langzaam worden we opgeslokt door de schemering en we dromen van de zee, die ons en de motorhome als een schitterend schip meevoert naar eeuwige horizonten.

Lees verder

© 2009 - 2018 Herborist, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Frankrijk, waar gaan we naar toe op vakantie? Normandië?Frankrijk, waar gaan we naar toe op vakantie? Normandië?Frankrijk is een van de meest populaire vakantielanden van Europa. Frankrijk heeft een uitgestrekte kustlijn, waar van v…
Normandië, FrankrijkNormandië, FrankrijkNormandië, het gebied dat zijn naam dankt aan de invallen van de Noormannen in de 10e eeuw. Het is bekend om de camember…
Frankrijk tussen Saint Saens, Lyons en SottevilleNormandië met mijn motorhome. St-Saens, Lyons-la-fôret, Vascoeuil en Sotteville-sur-mer. Bossen, maisvlaktes en uiteinde…
Zalig vertoeven aan de Normandische kustWie zijn batterijen wil opladen, hoeft niet eens zo ver te reizen: Normandië is vlakbij. Op amper 300 km vanuit Brussel…
Invasiestranden Normandië; vakantie in FrankrijkInvasiestranden Normandië; vakantie in Frankrijk6 juni 1944: de invasie In Normandië. Arromanches, Omaha Beach, Pointe du Hoc, Saint-Mère-Eglise, de soldaat aan de tore…
Bronnen en referenties

Reageer op het artikel "Normandië met mijn motorhome"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Herborist
Gepubliceerd: 24-03-2009
Rubriek: Reizen en Recreatie
Subrubriek: Reisverhalen
Special: Motorhome
Bronnen en referenties: 2
Schrijf mee!