InfoNu.nl > Reizen en Recreatie > Binnenland > Het Groninger kustgebied: door rust en ruimte naar het einde

Het Groninger kustgebied: door rust en ruimte naar het einde

Het Groninger kustgebied: door rust en ruimte naar het einde De schoonheid van weids landschap en de heilzaamheid van ruimte ruimte namelijk om, weg van alle drukte, te kunnen ademen - is overal in het Noordelijk kustgebied te vinden. Daarbij gaat die schoonheid in de uithoeken van het gebied gepaard met verlatenheid. Maar toch blijkt steeds dat de mens ook daar heel ijverig aanwezig is geweest. Een bezoek aan wat er overbleef van verlaten dorpen als Oterdum, aan bestaande dorpen als Farmsum en Termijnterzijl, aan de Dollardpolders en Nieuwe Statenzijl is de moeite meer dan waard.
Natuurlijk is het altijd druk in de haven van Harlingen. Ook Holwerd kan in dit verband genoemd worden, tenminste als de boot naar Ameland vertrekt of aankomt. Sinds 1969 hoort ook Lauwersoog met binnenhaven en buitenhaven in dit rijtje thuis.
Het Eemshavengebied is een verhaal op zich.
Eerst bleef het na de aanleg van de haven te rustig, véél te rustig; sinds ongeveer het begin van de 21e eeuw is echter ook hier de bedrijvigheid tot ontwikkeling gekomen.

Even een klein stukje rust, dan is de reiziger, in Delfzijl, helemaal terug in de alledaagse werkelijkheid van woonwijken, winkels, bedrijven en bedrijvigheid. Daarna zijn we weer beland in de schier eindeloze wereld van rust en ruimte. De wereld van polders en dijken en van een enkel klein, soms bijna verlaten dorpje. De mens en zijn cultuur worden steeds schaarser en leggen het steeds nadrukkelijker af tegen de natuur. Natuurlijk is in wezen het landschap hier, met z'n polders en dijken, uitermate gecultiveerd, maar de menselijke bedrijvigheid ontbreekt er nu. Termunterzijl is er nog wel, compleet met sluis, haven en gemaal, maar dan lijkt het of de mens het land hier in cultuur bracht en zich daarna terugtrok.

Verdwenen en bijna verdwenen dorpjes

De expansie van Delfzijl is natuurlijk niet zonder gevolgen gebleven voor de omliggende, vaak eeuwenoude dorpen. Ze hebben het af moeten leggen tegen de gewenste groei van de havenstad. Maar niet zonder slag of stoot. Sommige blijven hardnekkig standhouden, tot het laatste gebouw toe.

Heveskes bijvoorbeeld. In de 19e eeuw moet het nog een aardig plaatsje geweest zijn (zo zien we op het minuutplan van 1826) Nu staan er alleen nog het kerkje (dat grotendeels uit de 17e eeuw stamt), een boerenschuur, een kerkhof en wat oude bomen, eenzaam te midden van het nieuwe industriegebied aan de rand van het haventerrein - als een paar antieke meubels in een strak-modern ingericht huis. Het lijkt wel, alsof de werklieden het kerkje vergaten op te ruimen. Maar niets is minder waar. Het havenschap wilde het wel graag verwijderen, maar een jarenlange strijd voor behoud, heeft het kerkje gered van de slopershamers; het is zelfs gerestaureerd. Het minuutplan laat trouwens zien dat de westelijke helft van Heveskes een radiale verkaveling had. De oostelijke helft, waar de kerk staat, was geheel anders van opbouw. Dat had ongetwijfeld te maken met de aanwezigheid vroeger van een omgracht huis (Opgravingen aldaar hebben uitgewezen dat het een versterkt huis, een steenhuis, moet zijn geweest). Ook de kerk bevond zich dus op de oostelijke helft en zo ook de pastorie en het kerkhof.

Net als Heveskes liggen (dan wel: lagen) er meer wierdendorpen op de oeverwallen langs de Eems tussen Delfzijl en Termunterzijl: Farmsum, Weiwerd en Oterdum.

Farmsum is waarschijnlijk in de 12e eeuw ontstaan en daarmee ouder dan Delfzijl. Het is nu ingeklemd tussen tussen de oude en nieuwe monding van het Eemskanaal en omgeven door de uitbreidingen van Delfzijl. Maar het is altijd nog een (wierde)dorp op zich, met ruim 1400 inwoners. Het heeft een verrassend authentiek gebleven centrum; vooral verrassend vanwege de oude-dorpssfeer die er hangt en die men daar, tussen de stadswijken en industrieterreinen van Delfzijl niet verwacht. Bovenop de wierde staat een grote, mooie kerk uit 1869, met ernaast (aan het Pypplein) een geselpaal uit 1727. De molen Aelos is gebouwd in 1811.

Weiwerd is er ook nog, maar veel is het niet meer. De kerk is al afgebroken en eigenlijk was het de bedoeling dat de rest ook werd gesloopt. Maar niemand hoefde gedwongen te verhuizen, en dus ging de leegloop langzaam. Eind 90-er jaren werd de sloop zelfs gestopt. Er kwam een stichting die de karakteristieke elementen van het dorp het heeft bijvoorbeeld een bijzondere ster-structuur wil herstellen om er zo een cultuur-historische attractie van te maken.

Oterdum werd al in de jaren '60 afgebroken. Een deel verdween omdat het bedrijfsterrein werd (de bedrijven zijn er trouwens nooit gekomen). Het deel dat pal aan de Eems lag, inclusief kerk en kerkhof, moest verdwijnen om de dijk te kunnen verhogen. Het kerkhof werd naderhand op de dijk geplaatst, dat wil zeggen, de zerken staan nu op de verhoogde dijk.

Termunterzijl

Het Termunterzijldiep werd gegraven in 1601. Bij de sluis vestigden zich mensen; te meer omdat er ook een kustbatterij werd aangelegd. In 1725 werden de huidige oude sluis en sluisbrug gebouwd, versierd met achttien wapens. In 1863 kwam er dichtbij de oude zijl een tweede uitwateringssluis. In verband met de dreigende dichtslibbing van de buitengeul, werd in 1906 een nieuwe geul gegraven, met daarbij een spuikom en een keersluis. In 1931 volgde de bouw van het dieselgemaal Cremer, om zo ook water te kunnen lozen bij ongunstige weersomstandigheden. Een goed en efficiënt werkend gemaal bij Termunterzijl was en is noodzakelijk, omdat de Oldambtboezem met de vele polders via het Termunterzijlsterdiep bemalen wordt.

Toen de zeedijk in de jaren '70 op Deltahoogte werd gebracht spaarde men het fraaie sluizencomplex door een nieuw stuk dijk met keersluis buitenom aan te leggen. In 2000 is er, ter vervanging van Cremer, een nieuw gemaal (Rozema) verrezen. Het moet de nadelige gevolgen van de bodemdaling door de aadgaswinning in Groningen compenseren. Termunterzijl was van oudsher een belangrijke haven voor de veenkoloniën en, vanwege de handel en scheepvaart in verband met die koloniën, welvarend geworden; het Gouden Zieltje werd het dorp genoemd. Door de komst van het Eemskanaal kwam er een eind aan de gouden tijd.

Tegenwoordig is Termunterzijl een haven die voornamelijk van belang is voor de garnalenvisserij en de watersport. Een haven waar op een vrije dag tientallen Groningers even een visje halen; in veel facetten is het vergelijkbaar met Zoutkamp. Wat Termunterzijl voor heeft op Zoutkamp is het strandje dat in 1987 werd opgespoten door de toenmalige gemeente Termunten om de recreatie te stimuleren. Niet dat het een probleemloos succes werd. Er spoelt steeds zoveel zand de zee in, dat men continu in de weer blijft met de aanvoer van zand. Bovendien kun je er alleen op het strand liggen als het eb is, en dan is zwemmen weer geen pleziertje vanwege de modder. Maar hoe dan ook: Termunterzijl heeft een zeestrand, en dat is iets wat men elders langs de Groninger kust ook maar wat graag zou willen hebben.

Termunten is er ook nog, maar interessanter is de landtong die oostelijk van het dorp de zee insteekt: de Punt van Reide. Stichting Het Groninger Landschap gaf in 1999 opdracht om daar, in de Polder Breebaart, een 'gedempte getijde beweging' te realiseren. Dat betekent in de praktijk dat het zoute zeewater weer terug komt in dat stuk land en daarmee ook de bijbehorende vogels, vissen en planten. Leuk voor de liefhebbers van die dieren en planten de boeren echter vrézen juist de verzilting.

De Punt is in al z'n rust en weidsheid een passend begin van het laatste stuk van onze kustreis die, door de polders langs de Dollard, naar het einde voert: Nieuwe Statenzijl.

De Dollardpolders; het einde

De Johannes Kerkhovenpolder is een polder met een opmerkelijke geschiedenis. De inpoldering was een particuliere onderneming van de Amsterdamse bankier Johannes Kerkhoven, en na diens overlijden van een maatschap gevormd door erfgenamen; de exploitatie van de polder gebeurde door een Naamloze Vennootschap. Opmerkelijk is ook, dat de hele onderneming van begin af aan een verhaal van tegenslag en rampspoed is geweest, maar dat men toch steeds weer wist te overleven.

Het begon al met de inpoldering: vanouds gold in Groningen de regel dat de kwelder groen moest zijn voor er ingepolderd werd. Slechts éénmaal is dat niet gebeurd, namelijk bij de Johannes Kerkhovenpolder. De Hollanders legden al een dijk aan (in 1843) ten behoeve van de inpoldering toen dat naar Groninger maatstaven nog lang niet kon. En hoewel mannen van aanzien op het terrein van inpolderingen, hoog opgaven over de Hollandse methode, léék het in ieder geval dat die aanpak afgestraft werd, want het duurde door een reeks van tegenslagen tot 1877 voor de polder er eindelijk was. Juist in dat jaar teisterde een zware stormvloed de Groninger dijken en richtte ook in de Kerkhovenpolder grote schade aan. Het duurde al met al tot 1884 voor de polder er eindelijk in cultuur gebracht was en er voor het eerst inkomsten waren.

De Tweede Wereldoorlog eindigde rampzalig voor de polder, waar de NV al met al in de eerste decennia van de 20e eeuw toch wel een florerende onderneming geworden, die het rentmeesterschap voerde over vier boerderijen. De Duitsers verbrandden op hun terugtocht, als wraakneming voor verzetswerk, de vier boerderijen, met alle machines en de oogst. Men moest na de bevrijding in de Johannes Kerkhovenpolder alles weer van de grond af opbouwen. In plaats van vier boerderijen kwam er nu één centraal bedrijf. Een gevelsteen in het nieuwe gebouw herinnert aan de rampspoed van het verleden:
Waar de golven beukten
ruist het koren.
Waar de oorlog woedde
rijpt het zaad.

Dan volgt de Carel Coenraadpolder. Deze polder is van jongere datum (1924) en volgens het traditionele Groninger systeem van landaanwinning gewonnen: geen bedijking in zee zoals bij de J. Kerkhovenpolder - maar op de, al opgeslibde, kwelder.

De dijk aan de Dollardkant heeft een waterkerend functie. De dijk aan de andere kant (rechts voor wie richting Nieuwe Statenzijl gaat) - een slaperdijk heeft die functie niet meer. Toch moeten de slaperdijken, zo heeft de provincie beslist, onaangetast blijven vanwege de cultuurhistorische en landschappelijke waarde; afgraven ten behoeve van de landbouw bijvoorbeeld mag niet.
Genoemde slaperdijk is trouwens gelegen tussen de Carel Coenraadpolder en de Reiderwolderpolder. De laatste werd vanzelfsprekend eerder aangelegd, namelijk het eerste deel in de periode 1862-1864 en het tweede (oostelijke deel) deel in 1872-74

De Oude Statenzijl werd in 1707 gebouwd op de plek waar de Westerwoldse Aa (het water dat de grens vormt met Duitsland vanaf Nieuwe Schans) toen uitmondde in de Dollard. Na de aanleg van de Reiderwolderpolder kwam er een nieuwe sluis: Nieuwe Statenzijl. Bij de plek waar vroeger (in de Westerwoldse Aa) de Oude Statenzijl lag, is nu een exploitatiestation van de NAM. Het land daar heet nog altijd Oude Statenzijl.

In de jaren '70 is er heel wat te doen geweest over het graven van een kanaal vanaf de Westerwoldse Aa naar de Eems, ten behoeve van de afwatering (met een sluizencomplex op de Punt van Reide). Tussen de milieu- en natuurgroeperingen, Rijkswaterstaat, de boerenorganisaties, de provincie Groningen en de landelijke overheid is er jarenlang gedelibereerd voor er eindelijk een definitieve beslissing kwam: Ten behoeve van een betere afwatering zou de Westerwoldse Aa worden verbreed en verdiept en een nieuw gemaal worden gebouw bij Nieuw Statenzijl. Bovendien werd besloten de Dollarddijken te verzwaren. Dat laatste was in 1987 gereed en in 1991 stelde koningin Beatrix het nieuwe gemaal in werking.

En zo is Nieuwe Statenzijl nu een fraai, modern waterstaatkundig complex op de grens met Duitsland. Een grens trouwens waar de passant niets in de weg wordt gelegd. Tot de passanten behoren onder meer de recreanten die de internationale Dollardroute fietsen. De 180 km-lange route is het resultaat van samenwerking tussen een aantal Nederlandse en Duitse gemeenten in de Eems-Dollardregio.

Lees verder

© 2009 - 2017 Petervandenburg, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Gigantisch datacenter Google in Eemshaven GroningenGigantisch datacenter Google in Eemshaven GroningenOp dinsdag 23 september 2014 maakte Henk Kamp, minister van Economische Zaken, bekend dat Google een datacenter gaat bou…
Huizenprijzen (per m²) per gemeente in Groningen (2016)Huizenprijzen (per m²) per gemeente in Groningen (2016)De provincie Groningen kent in 2016 de laagste huizenprijzen per vierkante meter van heel Nederland. Dit was in 2008 ook…
Roodeschool - het noordelijkste station van NederlandRoodeschool is een dorp in het noorden de provincie Groningen. Het behoort tot de noordelijkste plaatsen van Nederland e…
Windmolenparken Nederland - op land, offshore, nearshoreWindmolenparken Nederland - op land, offshore, nearshoreDe Ministeries van Infrastructuur en Milieu en Economische Zaken met de ministers Melanie Schultz van Haegen-Maas Geeste…
Bronnen en referenties

Reageer op het artikel "Het Groninger kustgebied: door rust en ruimte naar het einde"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Reactie

Mw Meems, 30-09-2016 16:56 #1
Deze week in dat gebied geweest, zo mooi, zo weids, prachtig. Reactie infoteur, 04-10-2016
Ja, zeker zowel het gebied aan de oostkant als de westkant, richting Lauwersoog.
Wandelen, fietsen, met de auto: voor elk wat wils. Aanbevolen!

Peter

Infoteur: Petervandenburg
Laatste update: 27-09-2016
Rubriek: Reizen en Recreatie
Subrubriek: Binnenland
Bronnen en referenties: 1
Reacties: 1
Schrijf mee!