
Voettocht in Tibet
In twee dagen en nachten legt de half jaar jonge Qinghai Railway de 3360 kilometer af van Lhasa naar Chengdu. Het is de hoogste spoorlijn ter wereld, met een pas van 5050 meter. Valleien bezaaid met yaks, nomadententen en in de verte besneeuwde bergketens glijden aan ons voorbij.
In de restauratiewagen zitten we uit te buiken na een lunch van gebakken tomaat, ei en een kommetje droge rijst. Links en rechts uitzicht op de Tibetaanse hoogvlakte. Naast de nylon bloemen op tafel schommel ik zachtjes terug naar de ochtend van onze eerste trekdag in Tsurphu.
Nog nahijgend van het haastige tent opbreken film ik een onwillige jak die zijn bepakking afwerpt en wegstuift. Die eigenwijze hoogtebeesten zorgen ervoor dat we niet eerder dan elf uur in de ochtend kunnen vertrekken. Omdat ik graag de start - met de zeven yaks, twee paarden, drie Fransen, twee dierverzorgers, een kok en gids van de Fransen, onze gids en onszelf - wil filmen raak ik al snel achterop. De yaks en gidsen gaan sneller dat ik had verwacht en zonder te stoppen. Eenmaal achter haal je ze nooit meer in op deze hoogte. Eén van de dierverzorgers is hekkensluiter en wacht vriendelijk glimlachend en geduldig op ons… tenminste in het begin…
Na elke vijftig á honderd passen moet ik een halve minuut op adem komen. Ik voel mezelf één reusachtige long die als een bezetene zuurstof naar elk longblaasje probeert te persen, met hersenen die uit hun schedel barsten. Deze hoogte van 4550 meter vergt aanpassing die me niet is gegund. Het uitzicht op de machtig mooie bergen in beginnende herfstkleuren en de leegte maken echter alles goed. We lopen in stilte om onze energie en adem te sparen. Alleen de snelstromende rivier en de yakbelletjes laten zich horen, afgewisseld met gefluit van één van de dierverzorgers of een gids die een lied aanheft. Regelmatig zingen Tibetanen over hetgeen ze aan het doen zijn. Dat geeft een opgewekte en rustgevende sfeer.
Bij de lunch worden we door nomaden uitgenodigd in hun tent van geweven yakhaar voor een kopje yakboterthee. Het is een jong stel met een baby. Een spaarlamp voor de nacht is verbonden met een zonnepaneeltje buiten op het dak. Het is er warm en gezellig. We zitten op banken die ‘s nachts als bedden dienen, rond een kachel/fornuis - brandend op zongedroogde yakmest - met schoorsteenpijp die uit een gat in het dak steekt. Ik kijk door het gat naar de lucht en vervolgens valt mijn blik op het gat in de broek van de kleine met een geheel ander uitzicht… Luiers zijn er in Tibet niet. Elke broek van de niet-zindelijke is voorzien van een ruime spleet zodat de schade bij ‘lekkage’ wordt beperkt. In de hoek bij de ingang zijn zakken met eigendommen opgestapeld waarop de verzorgers en de gidsen zich hebben genesteld. Ze grappen met elkaar in het Tibetaans terwijl wij via het kind contact leggen met de gastvrouw. Ik waan me nu in de documentairefilm: die Salzmänner von Tibet van Ulrike Koch en voel me ondanks de ongemakken intens gelukkig.
Op een nog rustiger tempo lopen we naar een hoogte van 5050 meter. Onderweg zien we een kudde gemzen, een adelaar en een grote bergmarmot. Ik drink voor het eerst ongezuiverd water uit een heldere beek. Gelukkig zijn mijn darmen het daarmee eens. Bij het dorpje Leten, bestaande uit vijf huizen, zetten we de tent op. Voor mezelf kook ik pasta en Cris voer ik bouillon met gebakken knoflook wat goed is voor aanpassing aan de hoogte. Hij voelt zich beroerd en gaat meteen weer liggen. Op deze hoogte is er nog maar de helft van de hoeveelheid zuurstof die we gewend zijn op zeeniveau.
De volgende ochtend staat er ijs op de tent. Binnen is het twee graden boven nul. Ik hurk naast de tent om te plassen. Op deze vlakte tussen bergtoppen, ver boven de boomgrens, is dat je enige privacy. De Fransen hebben een verzorgde reis waarbij ze niets hoeven te doen behalve lopen en zijn deze ochtend om half negen weg. Wij moeten alles zelf doen en een uur later sturen de gidsen ons met zijn tweeën vooruit. Er is maar één pad zeggen ze en dat kan niet missen. Na twee uur lopen beginnen we echter te vermoeden dat wij dat tweede pad toch hebben ‘ontdekt’. Nog geen spoor van de yakkaravaan en die had ons al ingehaald moeten hebben. Vooruit spiedend zien we ook geen teken van de Fransen. We beginnen ons zorgen te maken. Zijn we verdwaald? We besluiten terug te gaan.
Dan zie ik één van de dierverzorgers. Blij verrast versnel ik mijn pas en roep “Yak?!” om zijn aandacht te trekken. Wij proberen hem te volgen. Hij lijkt zoveel langzamer te lopen dan wij en toch komt hij stukken sneller vooruit. Hoe doet hij dat toch? Na een uur zonder stop moet ik even op adem komen. De man wijst op zijn paard. Met veel moeite en een ‘kontje’ hijs ik me op het bepakte dier. Mijn bergschoenen vastgeklemd in de korte stijgbeugels, houd ik met één hand het tentzeil vast en met het andere de teugels. Ik concentreer me om niet met schuivende lading en al van zijn rug te glijden als het klimt, daalt en door rivieren waadt. Zo stapvoets schommelend en meegaand op de bewegingen van het zwoegend paardenlijf, voel ik me toch een beetje een ‘lonesome cowboy far away from home’. Als de zon verdwijnt begint het licht te sneeuwen. Op de door gebedsvlaggetjes aangegeven pas van 5500 meter spring ik eraf. Om weer warm te worden loop ik verder zelf. Het pad is echter zwaar, al stijgt het niet. Het blijft ‘ pollen hoppen’ in het drassige land, steeds diezelfde rivier overstekend.
De volgende dag komen we langs nomaden die hun kudde van driehonderd schapen over de bergen leiden. De gids die met ons mee vooruit is gegaan vraagt naar de situatie verderop. Daar ‘oefent’ het Chinese leger en mag je niet komen. Maar we horen dat ze de dag ervoor naar Lhasa zijn vertrokken vanwege de kou. Al pratende demonstreren ze hun yakharen stenenslingers, tevens knallende zwepen, waarmee ze de kudde vanaf honderd meter afstand bij elkaar kunnen houden. Na enkele levensgevaarlijke mislukte pogingen dit na te doen geven we het op en zijn ze toch zo vriendelijk om ons een exemplaar te verkopen.
Bij het Dorje Ling nonnenklooster wachten we in een huisje met yakboterhee op de karavaan. Verschillende nonnen komen binnen en gaan tegenover ons zitten kijken… naar ons en wij naar hen. Ze prevelen ondertussen hun gebeden, terwijl ze na elk gebed een kraal aan hun ketting aftellen. Ik kan me een paar van deze gebeden herinneren van toen ik lessen in het Tibetaans Boeddhisme volgde. Eén van de nonnen aankijkend probeer ik mét haar in hetzelfde tempo het gebed te herhalen. Een stralende blik van herkenning en een brede glimlach verschijnen op haar gezicht. Als we naar buiten lopen rent ze achter me aan en haalt samen met een andere jonge non strootjes uit mijn broekspijpen. Ze helpt me de tent opzetten terwijl Cris met de rest de yaks aflaadt en de volgende dag zwaait ze ons uit.
Na vijftig uur in de trein komen we aan op het station in Chengdu. We hebben nog vier uur de tijd om op het vliegveld te komen. Na een laatste winkelbezoek in de stad proppen we onze rugzakken in de reishoezen en ‘s avonds om acht uur zitten we alweer in Amsterdam, thuis op de bank… met een zak patat. Wat een reis! © 2007 - 2009 Ninoc, gepubliceerd in Reisverhalen (Reizen en Recreatie) op 26-06-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Ninoc is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...
Verwante artikelen
- Samenlevingsvorm: Polyandrie: Polyandrie is het gebruik waarbij één vrouw met meerdere mannen trouwt of samenleeft. In tegenstelling tot polygynie, waarbij een man meerdere vrouwen trouwt, komt dit gebruik w…
- China, meer dan de Chinese Muur: China (officiële naam: Zhonghua Renmin Gongheguo) is een ontzettend groot land. Nederland past er 260 keer in. Er is dan ook genoeg te zien en te doen, ook al is het land voo…
- Tibet, Potala paleis: Tot bijna 50 jaar geleden was de residentie van de Dalai Lama het Potala paleis in Tibet. In 1959 vielen de Chinezen het paleis binnen en was de geestelijk leider van de boeddhisten ver…
- Nepal: een introductie: Nepal is het enige Hindoe koninkijk ter wereld en het ligt aan de voet van de hoogste bergen ter wereld, de Himalaya. De geografische coördinaten zijn: 28.00 NB en 84.00 OL. Het land…

Reageer op het artikel "Voettocht in Tibet"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

