Een reis over de Mekong

Een reis over de Mekong

Over Ankor Wat is al veel geschreven en dit reisverhaal gaat dan ook niet zo zeer over Ankor Wat alswel over de reis daarheen. Een avontuurlijke reis over de grote rivier de Mekong. Per boot vanaf Chau Doc in Vietnam via Phnom Penh naar Siem Reap, het Cambodjaanse oord dat als uitvalsbasis dient voor een bezoek aan het tempelcomplex Ankor Wat. De reis begint in Ho Chi Minh, want daar boeken we een Mekong-tour, in het verlengde waarvan we afgezet worden in Chau Doc.

Ho Chi Minh

De onofficiële naam van Ho Chi Minh is nog steeds Saigon. Het is hier verstikkend heet en het verkeer is onbeschrijfelijk. Iedere "welgestelde" Vietnamees zit op een brommer of scooter en vervoert daarop, behalve de gehele familie, vazen, tapijten, geslachte varkens, balen hooi, tandeloze oma's en wat dies meer zij. Alhoewel het ogenschijnlijk een hachelijke onderneming is, blijven deze deelnemers aan het verkeer vrolijk lachen boven hun alom tegenwoordige mondkapjes. Of die mondkapjes wat helpen weet ik niet, maar feit is dat je hier geen zuivere lucht inademt.
Er zijn in Ho Chi Minh best wat bezienswaardigheden, maar het is zo heet dat je al snel in de val loopt en een paar "cycloriders" inhuurt, die je in het beste geval niet al te zeer afleggen. Je kunt het die pezige mannetjes op hun fietsen met zware toeristische vracht nog niet eens kwalijk nemen.
De Mariamman Hindu Temple is een klein stukje Zuid-India in het centrum van HCMC. Het is de tempel van de Tamils (zo'n 60 in HCMC), maar wordt ook door ethnische Vietnamezen en Chinezen als heilig beschouwd. Men zegt dat deze tempel over wonderbaarlijke krachten beschikt. De tempel heeft twee kleurige torens versierd met ontelbare figuren van leeuwen, godinnen en tempelbewakers.

Niet ver hier vandaan is de Ben Than Market. Daar kijken we echt onze ogen uit. Van alles wordt er te koop aangeboden. Een vrouw biedt ons zelfs een hele zak vol slangen aan (om op te eten).
In de buurt van de Notre Dame kathedraal kom je in een buurtje met vergane Franse glorie.
We leggen nog een bezoek af aan het War Remnants Museum, waar je je zowat aan al de verschrikkingen van de oorlog in Vietnam kunt vergapen. Dat betekent voor ons dat we snel weer buiten staan.

Ho Chi Minh is wat ons betreft niet voor herhaling vatbaar. Bij een klein reisbureautje boeken we een Mekong-Delta tour. De deal is dat we aan het einde van de tour naar de grens met Cambodja gebracht zullen worden. Dat gebeurt dan ook (alhoewel we 'm zitten te knijpen, want men spreekt hier alleen wat Engels als ze het uitkomt). Het is dan wel nog vijf uur rijden naar Chau Doc, waar we bij aankomst naar een ander hotel gebracht worden dan geboekt en we met een schreeuwpartij de beloofde airco afdwingen. We drinken in het onogelijke stadje een lauw biertje en eten een stuk brood met smeerkaas (La vache qui rit, maar wij niet). Er zijn volop eetstalletjes, maar we durven het niet aan.

Met de boot naar Phnom Pengh

De volgende ochtend worden we - nog steeds als onderdeel van de tour die we in HCMC geboekt hebben - opgehaald om naar de "snel"- boot te worden gebracht. Dit gebeurt met een fiets met laadbakje, waarop eigenlijk maar één persoon kan zitten, maar we worden er met z'n tweeën met koffers en al opgeperst. De voorbijgangers lachen ons openlijk uit.
Maar goed, we komen op de boot (reken erop dat je een zitplaats hebt waar je maaar één bil op kwijt kunt) en vijf uur lang varen we over de Mekong met een uur oponthoud aan de Cambodjaanse "grens", een plek waar de boot aanmeert en er allerlei administratieve rompslomp moet plaatsvinden. Maar hoe mooi is het als je in de verte de pagodes en de torens van het Koninklijk Paleis van Phnom Penh in het vizier krijgt! We charteren een Cambodjaanse vrijer met een tuc-tuc die ons naar een hotel brengt. 's Avonds lopen we terug naar de rivieroever met zijn vele terrassen. Als we een hapje eten , maken we kennis met de Khmer Cuisine (bijvoorbeeld kip met suikerpalm en ananas, waterbuffel, vis met gember en lemon-grass).

Phnom Penh is een aangename verrassing, mondain met een beetje Franse inslag, maar ook exotisch. Zo kan het plotseling gebeuren dat je een mannetje met een olifant aan de lijn over de boulevard ziet schuifelen. En vergis je niet, direct achter de boulevard zie ik mensen op het gras zitten die elkaar zitten te vlooien. Als we teruggaan naar het hotel is het Paleis sprookjesachtig verlicht. De volgende dag bezoeken we het Paleis en de Zilveren Pagode. Daarna naar Wat Phnom, een tempelcomplex, waar velen komen bidden voor good luck. Je kunt daartoe fruit en bloemen offeren, wierook, hele gegrilde biggen, maar ook stukken rauw vlees en eieren die je in de kaken van de stenen monsters kunt leggen. Je kunt ook betalen voor een handvol musjes. Deze schenk je dan de vrijheid onder het uitspreken van een gelukswens. Vervolgens bezoeken we de Russian Market, maar de drukte en de nauwe paadjes doet ons al gauw belanden op een soort terrasje terzijde van deze markt, waar we al snel bezoek krijgen van jonge in het oranje geklede Boedha-monnikjes, die hun kostje bij elkaar scharrelen.
Buiten het centrum van Phnom Penh bevinden zich de zogenaamde "Killing Fields", de plaats die getuigt van de verschrikkingen onder het bewind van Nol Pot. Ons wacht een enorme vitrine met schedels, massagraven en een boom waartegen kindertjes doodgeslagen werden. Geen plaats om vrolijk van te worden en stilletjes stappen we weer in onze tuc-tuc.

Siem Reap

Inmiddels hebben we op de boulevard bij Hotel Indochine/annex reisbureau een boottocht naar Siem Reap geboekt en een hotel voor drie nachten in Siem Reap.
De boot is afgeladen, maar omdat we vroeg zijn hebben we een plaats (lees 1,5 plaats voor 2 personen). De tocht voert langs dorpjes en pagoden en de Mekong wordt steeds breder. Tenslotte waan je op een enorm groot meer. Na zes uur varen komen we aan in een geweldige negorij. Vanaf de boot moet je zien dat je met bagage en al tegen een steile modderige wand aanklimt. Welkom in Siem Reap! Hier staat voor ons een mannetje klaar met een tuc-tuc om ons naar het hotel te brengen. Hij verhuurt zich meteen ook aan ons als gids voor de komende dagen.

Ankor Wat

Daar ging het allemaal om: om bij dit gigantische tempelcomplex te komen. Siem Reap is een stoffig oord, wat zijn economisch bestaan alleen aan Ankor Wat te danken heeft. We kopen een tempelpas voor drie dagen en met onze tuc-tuc man overbruggen we de afstanden van de ene tempel naar de andere tempel. Want te lopen valt dit echt niet.
© 2010 - 2012 Plato, gepubliceerd in Reisverhalen (Reizen en Recreatie) op . Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.

Gerelateerde artikelen
Cambodja, een land met een wereldwonder! Het toerisme is in Cambodja nog maar weinig ontwikkeld, ook al beschikken ze ove…
Kratie in Cambodja, dé plek om Irrawaddydolfijnen te spotten Kratie is een klein plaatsje in het noordoosten van C…
Goedkoop vliegen naar Vietnam met Vietnam Airlines Als je goedkoop vliegen wil naar Vietnam, dan doe je dat niet vanaf Am…
Vaccinaties voor je reis naar Zuid-Oost Azie Op veel mensen heeft Azie een onweerstaanbare aantrekkingskracht. De cultuur…
Goedkoop vliegen naar Azië met EVA Air Goedkoop vliegen naar Azië doe je met EVA Air. Deze maatschappij biedt uitste…

Reageer op het artikel "Een reis over de Mekong"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Naam: E-mailadres: Meld mij aan voor de wekelijkse InfoNu nieuwsbrief. Reactie:
Infoteur: Plato
Rubriek: Reizen en Recreatie
Subrubriek: Reisverhalen
Schrijf mee!