
Over bunkers en menhirs: een korte reis in Frankrijk
De aanleg van de Hoge Snelheidslijn zorgde voor een flinke file tussen de Belgische grens en Antwerpen. Een monsterachtige aantasting van het prachtige uitzicht dat een rit langs deze weg ooit eens bood. En of ze die kosten er ook ooit weer uit krijgen...
Zaterdag 7 juni 2003 "Camping de la Warennes"
BleriotHet weerzien met Frankrijk doet me goed. Een bij elkaar geraapt zooitje om te zien ,maar oogt toch harmonisch. Ditmaal nemen we niet de route via Peronne, maar gaan we richting Calais om via de kust naar Normandie te gaan.
Naast bekend vanwege de tunnel naar Engeland, is Calais het vertrekpunt geweest van Louis Bleriot. Deze luchtvaartpionier vloog als eerste in 1909 met een motorvliegtuig van hieruit naar Engeland. In het dorpje met de toepasselijke naam Bleriot-plage, dat vlak tegen Calais aan ligt, staat een monument ter ere van deze man.
De kogelgaten in de stenen zuil kunnen uit zowel de eerste als de tweede wereldoorlog komen.
Vlakbij, in de duinenrij, zien we enkele restanten van bunkers uit de tweede wereldoorlog staan. Via een zanderig paadje met hier en daar prachtige bleek-groene duindistels, zijn de betonnen monsters goed te bereiken.
Goed druk
Bij de plaatselijke supermarkt Auchan kopen we mondvoorraad voor de komende twee dagen en rijden we verder over de D940 zuidwaarts. Een mooie heuvelachtige weg leidt ons langs de kust richting Boulonge-sur-mer. Op een vorige reis hebben we hier nog het zeeaquarium bezocht. Het drukke Boulonge, laten we ondanks de file op de kustweg, snel achter ons. Het wordt tijd om een camping op te zoeken en de eerste zien we in Condette. Goed druk zo te zien. De campinghouder verwacht nog een stel Belgen die een plek gereserveerd hebben. Misschien kunnen we daar nog bij gaan staan, maar het is niet bekend hoeveel ruimte die Belgen nodig hebben. Bovendien is zo'n volle camping niet echt wat ik prettig vind. Niet ver weg in de Dunes d'Ecault vinden we een rustiger terrein nabij de zee. Primitief sanitair maar wel schoon en goed gras om de tent op te zetten. Tijdens de avondwandeling langs het strand zien we weer enkele restanten van Duitse bunkers.
Zondag 8 juni 2003 Eerste Pinksterdag "Camping Le Paradis"
Koude plensNiet veel geslapen vannacht. Toch sta ik niet moe op. Vannacht heeft het diverse keren geregend en als ik 's-morgens de tent op trek, is de lucht zwaar bewolkt met flinke donkere partijen ertussen. Het regent niet. Warm water in de douche is er niet, maar zo'n koude plens over je heen is ook wel eens lekker. Intussen is het weer gaan regenen. Gelukkig is de tent (Zwervende Bever II) zo ontworpen dat je hem kunt opruimen terwijl je de buitentent nog even laat staan. Zo blijft de binnentent droog. De regen valt in buien en als er even geen water naar beneden valt, waait het flink. Zo wordt de buitentent snel droog en voor dat een nieuwe bui spelbreker wordt, is ook die buitentent zo goed als droog in de auto. Het blijft de hele dag verder stevig waaien, maar het is droog en ondanks de zon is het nogal koud.
Victor Hugo en de kleinste rivier
Een deel van het strand is afgesloten omdat er een stuk van de krijtrotsen (falaises) is ingestort. Grote brokken krijt liggen tot bijna in zee op het strand. Bovenlangs kunnen we zien dat zelfs een deel van het voetpad met asfalt en al de diepte is ingegaan.
In Le Hourdel stoppen we even bij de vuurtoren. Eigenlijk is het meer een signaalpaal. Het is nu eb en rond deze tijd (13 uur zomertijd) staat het water het laagst. De hele baai van de Somme is drooggevallen. Enkele tientallen mensen waden over de drooggevallen slibplaten op zoek naar schelpdieren, krabjes en garnalen.
Tussen de duinenrij die als een dik lint richting zuid ligt en het strand, is een meters hoge en diepe laag van kiezelstenen. We wandelen een stuk en zien hoe mooi het licht hier is.
Er loopt een weg door de duinen richting Cayeux. Het zand van de duinen neemt het zicht op de zee weg, maar de grillige, woeste vormenvan de heuvels met de rauwe begroeiing makken alles goed.
Ook in Cayeux maken we een wandeling over de brede en hoge grindstrook.
Hier is alles op het strandvermaak gericht. Er staan hele rijen met strandhokjes die allemaal jongens- en meisjesnamen dragen als Patrick, Valentine enzovoorts. Je kunt je eigen hokje dan wat makkelijker terug vinden, want ze zien er allemaal verder hetzelfde uit.
Bij Valerie-en-Caux willen we een camping vinden. Zoals ik al eerder zei is het hier erg druk en de camping is vol. We besluiten een stukje terug te rijden en in Veules-les-Roses kunnen we tercht. Veules is een klein plaatsje, dat bekend is vanwege Victor Hugo en de kleinste rivier van Frankrijk. Hugo wordt hier geeerd met een drietal bronzen platen aan een muurtje op de boulevard. De middelste plaat laat een aantal scenes zien uit zijn werken, zoals de "Notre-Dame" (de gebochelde) en "les Miserables". De rivier is zo gezegd met zijn 1500 meter van bron tot de zee, de kleinste van Frankrijk.
Door het grote verval hebben hier tenminste drie watermolens gestaan. Eentje is nog compleet en wordt gebruikt voor stroomopwekking en een andere is zodanig beschadigd in de Tweede wereldoorlog dat alleen nog het scheprad is overgebleven.
Maandag 9 juni 2003 Tweede Pinksterdag "Camping les Valles"
Latham 47Vannacht is het droog gebleven. Dat de buitentent toch nat is kmt door condens. De zon brandt al vroeg vrij fel en het tentdoek droogt snel. De wind die gisteren alles onaangenaam koud maakte is nu veranderd in een koele bries. Omdat ook deze camping vrij vol is, sta ik vroeg op om niet in de rij te hoeven staan voor het sanitair. De Fransen zijn over het algemeen niet van die vroege vogels. Nadeel: de warmwater installatie staat nog niet aan en wederom een koude douche.
We willen vandaag de Seine oversteken bij het Foret de Brotonne, dat een eindje richting Rouen landinwaarts ligt.
Vanuit Veules kiezen we een mooie weg richting ons ochtenddoel. Een gevarieerd landschap trekt aan ons voorbij. Boomgaarden, bossen, vakwerkhuizen en een enkel kasteel bij Cany. Voor we de Pont de Brotonne over de Seine nemen, nemen we een draai naar rechts richting Caudebec-en-Caux. Op zichzelf geen bijzonder plaatsje. Dat wil zeggen: even fraai als zovele anderen.
Even voor we het stadje binnen rijden ontdekken we een groot monument. Uit beton gemaakt zien we een groot watervliegtuig uit de rotswand tevoorschijn komen. Het blijkt de "Latham 47" voor te stellen, die van hieruit op weg ging om de zeppelin "Itala" te redden, die op de noordpool gestrand was. In die tijd, we spreken over rond 1930, werden hier proeven gedaan met vliegboten. Roald Amundsen wilde de bemanning van de verongelukte "Itala" gaan redden en deed een oproep. De "Latham 47" gaf hier gehoor aan en onder andere via Bergen en Trondheim vertrok de vliegboot naar de noordpool. Het kwam daar echter nooit aan. Het blijft gissen wat er precies gebeurd is. Later werd een water- en nog een andere container op zee terug gevonden.
Zittend aan de oever van de Seine heb je een fraai zicht op de immense brug. Vlak naast de Marie (stadhuis) ligt een oude veerpont er eenzaam en uitgerangeerd bij. Een klein mortier uit de Eerste wereldoorlog herineerd aan de gruwelijke gebeurtenissen van toen. Nu staat het wapen weg te roesten in de tuin.
Tijdens de mooie rit door het bos van Brotonne stoppen we bij de Chene a la Cuve. Een bijzondere eik omdat deze vier bijna gelijke stammen heeft. Een eindje verderop in het bos eten we stokbrood en marmelade als lunch.
Als we het bos verlaten en zuidelijk rijden, staat rechts langs de D313 de windmolen van Hauville. Vergeleken met onze molens een primitief geval, maar wel nog in perfecte staat.
Twee wrakken
Langzaam zakt de zon, die schuil gaat achter een hoog stapelwolkendek, nu achter de horizon en geeft het tafereel een schitterend warm kleurenpalet.
Dinsdag 10 juni 2003 "Camping Utah Beach"
Dag van D-DayRelatief vroeg laten we Houlgate achter ons. Het is geheel bewolkt, droog en niet koud.
De kustroute brengt ons via Cabourg over de D514 naar Ouistreham met zijn bekende Pegasusbrug. De brug zelf is niet meer die uit 1944 maar een kopie. Aan de overkant van deze brug die de Orne overspant, staat een Crusader-tank. Veel toeristen laten zich fotograferen met deze pantser uit de Tweede wereldoorlog als achtergrond. De brug zelf viel op 6 juni 1944 (D-Day) vrij vlot in Britse handen met de opdracht stand te houden tot versterkingen kwamen. voor een foto vind ik de brug niet zo interessant omdat het niet meer de originele is.
Na Ouistreham pakken we de kustroute weer op. We zien de stranden waar de Britten en Canadezen aan land gingen tijdens D-Day in 1944. De codenaam toen was "Sword beach".
We rijden door over de kustweg en passeren dorpjes met smalle straatjes luisterend naar namen als Lion-sur-mer en St-Aubin-sur-mer. Hier zijn vooral de straten richting strand meer steegjes, maar ook in de hoofdstraat kunnen twee auto's elkaar nauwelijks passeren.
Bij Courseulles-sur-mer ligt "Juno Beach". Dit is een tweede stuk strand waar de Britten voet aan land zetten in juni '44. de strijd toen was hier een stuk grimmiger. De bombardementen die vooraf gingen aan de landingen hadden de kleine geschutsbunkers van de Duitsers niet vernietigd. Een van die geschutsbunkers staat nog bij het herdenkingsmonument. Het was bij Juno Beach dat Charles de Gaulle weer voet op Franse bodem zette. Het grote herdenkingsmonument staat iets oostelijker dan het Brits-Canadeze. De tekst op dit monument doet overkomen alsof De Gaulle zelf de grote leider was, die door zijn toedoen hier weer kon terugkeren. Het roept wat twijfels op. Waren alle landingsoperaties niet meer een Amerikaans-Britse aangelegenheid?
Een derde Brits landingsstrand met codenaam "Gold Beach" is als strand weing spectaculair. Het is de oorlogsgeschiedenis die hier de boel interessant maakt. Immers, zonder de inzet van al die soldaten toen, zou ik nu hier niet hebben kunnen lopen en fotograferen.
De kustroute volgend stoppen we alleen nog voor het maken van een foto van de betonnen caissons als trouwe wachters in zee liggen bij Arromanches. Met deze caissons werden kunstmatige havens aangelegd voor het ontschepen van manschappen en materiaal in de dagen na D-Day.
Omaha Beach, -de Amerikaanse sector met Pointe-du-Hoc-, waar zo zwaar gevochten is, slaan we nu over omdat we dit al bij een vorig bezoek aan Frankrijk hebben gezien.
Even ten westen van Arromanches ligt de "Batterie de Longues". Hier staan nog vier Duitse geschutsbunkers compleet met vuurgeleidings- en munitiebunkers. Volgens de Fransen heeft deze batterij als enige van de hele Atlantic Wall nog zijn vier 15cm-kanonnen. Het eerste kanon is geheel vernietigd en ligt er, net als de zwaar beschadigde bunker, er ontzield bij. De loop ligt half verscholen in de grond verzonken. Het tweede kanon vertoont zware grannat-inslaggaten.
Het is hier druk met vooral Amerikaanse toeristen, wat het moeilijk maakt om sfeervolle foto's te maken.
Woensdag 11 juni 2003 "Camping Anse du Brick"
Les BatteriesDie kustlijn volgend komen we langs een brede opening in de duinenrij met weer een groot herdenkingsmonument. Van veraf te herkennen aande wapperende vlaggen der landen die betrokken waren. De info lezend blijkt dat hier de Franse legerleider LeClerc aan land is gestapt nadat het bruggehoofd bestendigd was. Les Dunes-de-Varreville, zoals de duinenrij ter hoogte van het monument heet, loopt langs de D421.
Even voorbij Ravenoville treffen we een bunkercomplex van de Duitsers aan. Bij Crisbeq wijst een bord richting "Batterie de Crisbeq". Deze batterij bestaat uit een coordinatiebunker met twee geschutsbunkers. Toen de geallieerden richting Cherbourg trokken werd hier zwaar gevochten.
De twee 21cm Skoda-kanons konden de landingsstranden onder vuur nemen. Op een gegeven moment stonden de Duitsers er hier zo slecht voor dat de nabij gelegen "Batterie d'Azeville" met zijn 10,5cm kanons de opdracht kreeg om Batterie de Crisbeq onder vuur te nemen in de hoop op deze manier de geallieerden terug te slaan.
Nadat de Duitsers zich hadden overgegeven probeerden de Amerikanen het complex op te blazen. De enorme schade is hier nog getuige van. De coordinatiebunker is helemaal volgelopen met water.
Dat dit complex stevig in elkaar heeft gezeten blijkt ook wel uit de zware bombardementen voorafgaande aan D-Day. Alles eromheen was kapot, maar het Duitse complex werkte nog feilloos.
Het eerder genoemde Batterie d'Azeville staat een eindje verderop en is goed bewaard gebleven. Goed te zien is de overdekte loopgraaf en de geschutsbunkers. Nu grazen schapen vredig rondom.
1500 ton oesters
De oesters groeien op speciaal geslagen houten palen. Bij eb kan er dan makkelijk geoogst worden. Hoewel ze als lekkernij bekend staan, heb ik mezelf er nooit aan durven wagen ereen op te eten.
Zoals gezegd is er rondom het fort "de la Hougue" een wandeling mogelijk die vooral over de oude muren heen gaat. Een bord waarschuwt dat een en ander niet zonder gevaar is. Als het hard waait of het regent, kan de smalle muur spekglad worden of de zee spoelt je ervan af. Nu, bij eb en zonnig weer, zijn er geen problemen.
Vanaf de muur kan ik in de verte een molen ontwaren. De molen blijkt op privegrond te staan met muren er omheen zodat je alleen van een afstand een foto kan maken.
Kunstenaars en Napoleon
De vuurtoren van Gatteville is bijzonder vanwege zijn 12 verdiepingen, die elk een maand van het jaar voorstellen. Verder telt de trap 365 treden, voor elke dag van het jaar een trede.
Op Cap Levi staat nog een vuurtoren, die veel bescheidener is dan die van Gatteville. Toch is ook deze heel mooi. De kaap zelf is een natuurpark aan zee. Er staat een flinke bries en woest slaan de golven met wolken van fijne druppels en schuim stuk op de grillige rotsen. Het is weer vloed aan het worden en langzaamaan zie je rots na rots onder de zeespiegel verdwijnen. Langs het wandelpad en tussen de rotsblokken groeien prachtige bloemen.
Een groep kunstenaars is hier bezig met een project. Met een slijptol staat er een een grote rotsblok te bewerken. Een andere heeft van met mos begroeide stenen een pijl richting zee gemaakt en een derde kunstenaar staat rotsen van een pruik gemaakt van slierten te voorzien.
Ook staat hier nog een fort uit de Napoleontische tijd dat tijdens geallieerde bombardementen zwaar werd beschadigd. Nu kan je er kamers huren voor een overnachting (ca. 30,-) of een zaaltje voor een conferentie.
Sfinx
Op weg naar Maupertus komen we op de "Pointe du Brulay" nog een bunker tegen.
Via een steile wandeling langs een smal paadje komen we boven bij de vuurgeleidingsbunker terecht. Uit zijn ietwat vreemde uiterlijk concludeer ik dat de bunker nog in aanbouw was tijdens de invasie in 1944. Van restanten van geschutsbunkers is niets te zien, wat mijn vermoeden lijkt te bevestigen. Nu staat het erbij als een soort sfinx verlaten bij, wakend over iets dat gelukkig nooit kwam.
Straatstenen van Lille
De camping van Maupertus bereiken we via een steil weggetje. Het blijkt een voormalige steengroeve te zijn. Steile granieten wanden torenen boven ons uit. De stenen die hier gemaakt -lees uitgehakt- zijn liggen nu in de stad Lille (voor zover ze niet vervangen zijn door modernere vormen van wegdek). Maupertus zelf ligt een stuk hoger. Via een 10%-weg van ruim een kilometer ligt het dorp rondom een vrij grote kerk. Altijd weer opvallend in Frankrijk, die grote kerken in kleine dorpjes. Alleen gehuchten (hameau) hebben geen kerk. Het licht van de steeds verder zakkende zon geeft de grijze natuursteen van de huizen een aangenaam warme gloed.
Donderdag 12 juni 2003 "Camping Anse du Brick"
Stevig kiezelpadDe kust op weg naar Cap de la Hague blijft onverminderd woest en mooi. De vuurtoren staat op een eilandje en kan alleen wadende over gevaarlijk glibberige rotsen bereikt worden. Wat wel bereikt kan worden is een Duitse bunker, maar alleen over een stevig kiezelpad, bestaande uit een soort duin van circa 30 centimeter grote stenen. Alleen dit kiezelpad mag betreden worden omdat het belendende land prive is.
Witte uitslag op dit nattige priveterrein doet vermoeden dat hier ooit eens zout gewonnen werd uit zeewater. Bekijk ik de vakken waarin al dat half modderige water ligt, dan versterkt dit mijn vermoeden, maar het blijft wel een vermoeden. Zeker weten doe ik het niet.
Eenmaal bij de bunker, blijkt deze aan de achterkant een soort betonnen helling te hebben dat naar een platform bovenop leidt. Was dit ooit voor een 88mm FLAK?. Wie het weet mag het zeggen.
Oude en nieuwe techniek
Aan de D318 bij Beaumont ligt volgens de Michelinkaart een dolmen of een menhir. Als we daar naar op zoek gaan komen we langs de kerncentrale van la Hague, bekend of liever gezegd berucht vanwege de vele acties van Greenpeace tegen nucleaire vervuiling van de oceaan. Het hele terrein is omheind met dubbel hek en prikkeldraad. Tussen de hekken door loopt een hoogspanningshek. Net een soort concentratiekamp. Ik vraag me af wanneer ze eindelijk eens inzien dat kernenergie niet de juiste weg is. Lozen van radioactief afval in zee wijst al in die richting. Kan nooit goed zijn en toch gebeurt dat hier.
Die dolmen, ook wel Pierre Pouquefee genoemd, kunnen we niet vinden. Meestal liggen ze tussen bomen of ergens veraf op privegrond. Zonder goede bewegwijzering vindt je ze niet en die bewegwijzering ontbreekt.
Terug op de camping ontdek ik op de kaart nog een dolmen niet ver ver van ons vandaan. Na een stevige wandeling (weer die 10%) vinden we na enig zoekwerk de Dolmen de la Forge aan de D320. weer geen bewegwijzering. Zo in het avondlicht ligt het 4000 jaar oude monument er prachtig bij. De twaalf meter lange grafkamer is 1,10 meter breed en doet zelfs na al die duizenden jaren mysterieus aan.
Teruggaand lopen we de D320 af richting D16 aan de kust. Dat scheelt weer een klim naar Maupertus-dorp. Om de camping te bereiken moeten we over de D16 lopen, die op een gegeven moment krap door een rotsheuvel snijdt. Gezien de snelheid van de auto's en de krappe uitwijkruimte lopen we via het natuurparkje om de rotsheuvel heen. Het is wel weer klimmen maar een stuk veiliger. Hadden we dit niet gedaan, dan hadden we ook die Duitse bunker niet gezien. Hier is een complete, maar overwoekerde loopgraaf te zien die loopt van een flinke personeelsbunker naar een zogenaamde "tobruk", een soort betonnen schuttersput. Wat me iedere keer weer opvalt is de enorme teringzooi die vorige bezoekers achter laten. Opvallend verschillend met de Nederlandse restanten van de Atlantic Wall is het ontbreken van de pislucht.
Vrijdag 13 juni 2003 "Camping Les Cocques d'Or"
Grande PierreVandaag gaan we richting St. Mont Michel of eigenlijk Mont St. Michel. Een bezoek aan de Mont zelf hoeven we niet te doen omdat we dat bij een vorige bezoek aan dit mooie land al gedaan hadden en zo heel veel tijd hebben we niet.
Liever willen we nu St. Mere-Eglise zien. Hiertoe gaan we de steile heuvel richting Maupertus-dorp op. Boven staat, over zee uitkijkend, de Grande Pierre, een staande steen van tussen de 4500 en 2500 jaar geleden. De steen zelf is van het conglomeraat-type en het is goed te zien dat er kiezels tussen andere soorten steen igebed zijn. Uiterlijk lijkt de steen nu uit een soort beton te bestaan met kiezelstenen erin.
Hangende para
Een snelle rit brengt ons bij St. Mere-Eglise, het dorpje dat een belangrijke rol speelde op D-Day in juni 1944. Van ver zie ik al de parachutist aan de kerk hangen zoals ik me de scene herinner uit de mooie film "de langste dag". Er zijn veel toeristen, vooral Amerikanen. Bijna allemaal fotograferen zij de hangende soldaat met een tele-lens vanaf een bepaald standpunt. Zo krijgen ze toch allemaal dezelfde plaat! Ik besluit het daarom anders aan te pakken en met mijn 28mm groothoek-lens laat ik het lijnenspel van de kerk juist de aandacht op de parachutist vallen.
In de oorlog is ook hier stevig gevochten. Op het plein van de kerk en in de rondom liggende straten staan panelen met foto's van vlak na de strijd. Goed te herkennen zijn de vele huizen en winkels die er nu nog staan, maar ook die zo zwaar beschadigd werden dat zij door nieuwe (andere) vervangen zijn. Recht tegenover de kerk staat een para-museum, bestaande uit twee gebouwen in de vorm van parachutes. Door het raam kunnen we een Dakota-vliegtuig zien waarmee de soldaten boven dit dorp werden gedropt. We gaan niet naar binnen. Niet omdat het niet de moeite waard zou zijn, maar we hebben al vele oorlogsmusea gezien en er is niet zoveel tijd. Deze reis wilde ik juist wat meer van de plaatsen gaan zien waar gevochten is.
11169 lichamen
Carentan rijden we voorbij om naar la Chapelle-en-Juger te gaan. Hier zou een Duits oorlogskerkhof liggen. Omdat we ook al vele gedenkmonumenten uit zowel de Eerste- als de Tweede wereldoorlog en ook geallieerde oorlogsgraven hebben gezien, leek het juist interessant eens een Duitse te bezoeken.
Het kerkhof blijkt niet in la Chapelle-en-Juger te liggen, maar in Marigny. In tegenstelling tot de andere oorlogsgraven staan hier niet vele duizenden kruizen, maar is elk graf (waarin tenminste twee soldaten liggen) gekenmerkt met een liggende steen, met daarop de, al dan niet bekende, naan van diegene die in het graf ligt.
Hierdoor krijgt het geheel een wat minder sinistere indruk, ook al liggen hier 11169 lichamen begraven! Opvallend veel stenen met als opschrift "onbekend" erop. In een kapelletje liggen mappen met alle namen van de slachtoffers. Er komt geen Schultz met TZ (wel zonder T) voor. Het hele kerkhof is keurig verzorgd en bij sommige graven liggen bloemen. In het gastenboek zet ik mijn naam.
Stenen Stavkirke
In Coutances, even verder op aan de D972, staat een bijzondere kathedraal. Niet het interieur, wat sober maar fraai genoeg is, maar de bouw. Deze is namelijk veel hoekiger gebouwd en als je de spitsen van een afstand ziet denk je eerst aan een Noorse stavkirke, maar die zijn van hout en deze van steen.
Na deze sobere Notre-Dame gaan we naar een kleinere kerk, de zogenaamde St. Pierre. Deze is gewijd aan Petrus en Paul, die met een mooi beeld geeerd worden. Ook hier voert soberheid de boventoon. De banken zijn van massief eikenhout gemaakt, de deuren hebben met veel liefde gemaakte smeedijzeren sloten en hengsels.
Schimmen aan de horizon
De camping voor de komende nacht vinden we in Genets, waar we na Granville, via de kustroute, aankomen. Na het avondeten gaan we de gebruikelijke wandeling maken. De lucht is inmiddels goed dicht getrokken en van een sfeervol avondzonlicht is niets meer te zien. St. Mont Michel en het veel kleinere eilandje Tombelaine staan als vage blauwe schimmen aan de horizon. De zandplaten beginnen weer droog te vallen. We lopen langs de kust, maar kunnen niet tot aan het water van de baai komen. Het terrein met zijn wel erg hoge gras hier is niet erg begaanbaar.
Bij het uitzichtpunt Bec d'Andaine lukt het ons wel. Hier worden ook boten te water gelaten en is er een zandstrandje zonder schelpen. De Grande Randonnee GR223, of te wel het lange-afstand-wandelpad, komt hier ook langs als onderdeel van de eeuwenoude pelgrimsroute naar de kathedraal van St. Michel. Tot op heden wordt er vanaf Genets over de zandplaten naar de Mont gelopen, net zoals de pelgrims dat sinds de middeleeuwen deden. Zonder gevaar is het echter niet. De zandplaten wisselen telkens van vorm, diepe onverwachte geulen met water, opkomende vloed en plotselinge weersveranderingen zoals mist of onweer maken de tocht tot een heel avontuur.
Zaterdag 14 juni 2003 "Camping La Hallerain"
Soms een schoepWe proberen zoveel mogelijk de kustroute te blijven volgen. Dit lukt niet altijd omdat een deel van de kuststrook ingepolderd is. De D797 ligt bij Mont Michel dan ook circa 8 km van de baai landinwaarts. Wanneer we Cherrieux naderen draait ook de weg weer richting kust en kunnen we lange tijd de Mont Michel schuin achter ons zien liggen.
Nog een echte molen
Buien en droge periodes wisselen elkaar continue af, net als de wind. Dan weer met grote kracht, dan weer windstil. De lucht laat naast kleine blauwe plekjes allerlei tinten van grijze wolken zien, die woest aangroeien, dan weer oplossen. We worden door de weg langs kleine dorpjes als le Vivier, Vilde-la-marine en St. Benoit-des-Ondes geleid.
Mosselvangst en kleine visserij zijn hier de hoofdinkomsten.
Er staan hier ook nog een vijftal molens. Een ervan is nog echt een molen, een een lege natuurstenen huls, de anderen zijn omgebouwd tot woonhuis. In een van de tuinen ligt nog een complete molenkap.
Van wie zou die lege huls zijn? En wat zou er gebeuren als je er gewoon intrekt en hem bewoonbaar maakt?
Hele huishoudens
Een flink eind verderop, in de damp van de regenachtige verte, doemt de vuurtoren "la Pierre de Herpin" op. Moeilijk te schatten hoe ver hij staat, want hoe hoog is dat ding?
Steeds donkerder pakken de wolken samen en een enkel spatje regen voel ik als we op het hoogste punt van de kaap komen. De oude Duitse bunker heeft gezelschap gekregen van de Semaphoor en een klein stukje verderop van een brasserie waar veel toeristen gebruik van maken.
Als we weer bij de auto terug zijn, komen juist twee bussen met toeristen aan die zowat hun hele huishouden hebben meegenomen voor een picknick.
Een piratennest
De bewoners van het oude piratennest St-Malo voelen zich eerst bewoner van deze stad. Pas op een veel latere plaats voelen zij zich Bretons en misschien ook nog net een beetje Frans.
Eeuwenlang werden van hieruit rooftochten op zee gehouden. vele malen met toestemming van de koning, zolang maar geen bevriende schepen werden aangevallen. Als stad had het een speciale status en kreeg het zelfs asielrecht. Dat tijdens de Tweede wereldoorlog alles hier in puin heeft gelegen is nu niet meer te zien. Alles is in de oude staat hersteld en over de zware stadsmuren kan een wandeling worden gemaakt.
Om bij de poort te komen lopen we langs de stenen wal over het strand. De hoge muren worden tegen de krachtige golfslag van de zee beschermd met oude, staande boomstammen. Met hun grijze, uitgeloogde en afgezaagde takken, kleuren ze harmonisch met de nu blauwe zee en het gele zand. Het weer is omgeslagen en schijnt nu de zon, maar wel is er een stevige, koude wind.
De oude wal kenmerkt zich door hoogte verschillen, pleintjes, brede stukken, wachttorentjes en standbeelden. Naar zee gericht staan nog enkele kanonnen in hun houten wagentjes. Op andere delen mag met de auto gereden worden of kijk je direct op de daken van de aanliggende huizen.
Geen kerk maar wel de juiste tijd
Op de camping la Hallerain installeren we ons deze avond en er is nog tijd voor een stadswandeling. Deze camping ligt aan de rivier de Rance in het dal bij Dinan. Dinan zelf heeft een oude stadskern en ligt hoog boven op de heuvels. Via het haventje van Port Dinan, lopen we een steile weg, belegd met kinderhoofdjes, op. Langs deze weg staan meteen al vakwerkhuizen met hun mooie kleuren en schots en scheve bouwwijze. Sommige zijn tot 900 jaar oud! Het zijn juist dit soort huizen die mij altijd aangetrokken hebben. Van onderen naar boven steeds breder wordend en de vormen van de boomstammen zichtbaar in de muren. Dit historische deel heeft geen kerk zoals normaal iedere Franse stad of dorp. Wel is er een klokketoren met klok die ook nog eens de goede tijd aangeeft. Op zo'n avondwandeling is het heerlijk rustig in de stad en de zon legt alles in een heerlijk warme gloed.
Zondag 15 juni 2003 "Camping Municipal du Conleau"
Moeilijke molenEven buiten Dinan, aan de zuidkant, staat volgens de Michelinkaart nog een molen. We proberen die te vinden, maar dat valt nogal tegen. De kaart is niet gedetailleerd genoeg en in dit deel heeft allemaal nieuwbouw plaatsgevonden. Na enig heen en weer rijden zien we hem bij toeval.
Het is een ronde, wat hogere molen dan we gewoonlijk tegenkomen. Er zijn geen roeden meer en daarmee heeft de molen zijn oude functie verloren. Doordat de molen op een groot ommuurd stuk terrein staat kunnen we niet dichtbij komen en maak ik een foto met de 135mm telelens.
Weer eens de weg kwijt
Na een flink stuk rijden kunnen we de megalieten van Lampouy, die beschreven staan in de reisgids, niet vinden. Ook de Michelinkaart heeft hier geen symbooltje voor megalieten. Onverrichter zake rijden we door en via St-Meen komen we in het privebos van Paimpont, waar we lunchen.
Om een plas te doen loop ik een eind het bos in en als ik weer naar de auto terug keer, dat wil zeggen terug wil keren, ben ik de weg terug kwijt. Wel hoor ik de auto's over D40 razen. Dan maar naar die D40 toelopen, wat probleemloos verloopt. Maar moet ik nu links of recht de D40 oplopen? Zoals gewoonlijk kies ik de verkeerde richting, maar na een tijdje begrijp ik dat ik nooit zover afgedwaald kan zijn. Toch maar de andere kant op lopen, wat me terug bij de auto brengt.
Gevonden huis
even voorbij Ploermel staat bij Monterein de dolmen An Ti-Toul, zoals de Kelten het noemden. In het Frans betekent dit Maison Trouvee of te wel Gevonden huis. Het meet 4,30 bij 2,00 meter en is in circa 3000 BC gebouwd. Een respectabele leeftijd! Omdat we het wat moeilijk konden vinden noteren we de coordinaten met onze GPS: 47.53.5,5N/ 2.22.43,5W. Kunnen we het altijd terug vinden.
Bretagne is rijk bedeeld met menhirs, dolmen en steenrijen (alignements) en is een van de redenen om deze reis te maken.
West van de nul-meridiaan
Weer moeilijk te vinden is de dolmen bij St-Guyomard aan de D112. Er zijn veel kruizingen die niet op de kaart staan. Uiteindelijk vinden we niet alleen de dolmen, maar ook nog een menhir. Coordinaten van de menhir: 47.46.16N/ 2.29.10,7W; die van de dolmen die luistert naar de naam Bignon: 47.46.39,8N/ 2.29.17,5W. Beiden staan daarmee westelijk van de nul-meridiaan die door Greenwich in London loopt.
Stenen konijnen en een tricky trap
Ruines hebben altijd mijn speciale interesse gehad. Vandaar dat we naar de Forteresse de Largoet gaan, dat even buiten Elven aan de D766 staat. er wordt een toegangspremie gevraagd, die je bij het met grote stenen konijnen opgesierde poortgebouw moet voldoen. Dan is het een goede kilometer lopen naar de eigenlijke Forteresse.
Zoals gezegd is de donjon zelf een ruine. De toegangspoort waar in vroeger tijden de ophaalbrug en het valhek zaten, is er nog. Ook het boven de poort aangebracht wapensteen is nog helemaal intact. De gebouwen achter de poort -de zogenaamde poortgebouwen- liggen goed in puin. Er staan twee torens -de eigenlijke donjon- en verder en een niet verder teogankelijke tweede toren.
De donjon is niet rond maar zeskantig en staat een weinig scheef gezakt. Grote scheuren in de muren getuigen van de grote krachten die gepaard gaan met het verzakken. Ooit heeft een grote brand het interieur verwoest en toren meer een soort schacht met twee wenteltrappen. Door de grote ramen valt relatief veel licht naar binnen. Deze grote ramen wijzen erop dat dit geen echte verdedigingsburcht meer was zoals bijvoorbeeld slot Loevestein. Over de wenteltrap gaan we langs de verschillende verdiepingen. Op iedere verdieping is in de dikke muur een zijkamer gemaakt en sommige van die kamers zijn als gevangenis gebruikt. Tot op het dak kan je helaas niet komen.
Bij de afdaling gaat het op het laatste stukje, waar het bijna aarde donker is, mis. De trap is niet alleen erg smal, maar ook spekglad.
Mijn linkervoet schiet weg en met mijn ene elleboog schram ik langs de ruwe muur en de andere schuurt langs de treden. Beide ellebogen liggen open, maar ik heb niets gebroken.
Voordat we naar de auto terug lopen maken we nog een rondje om de slotvijver. Alle bomen staan vol in het blad en de geuren van de vele prachtige bloemen vullen de lucht.
Terug bij de auto ontsmet ik mijn schaafwonden met de brander-alcohol en wat dermatolpoeder.
Maandag 16 juni 2003 "Camping Moulin de Kermaux"
Steenrijen en brokkenNergens ter wereld staan er zoveel menhirs en dolmen op zo'n klein stuk land bij elkaar als rondom Carnac (Karnag in het Keltisch). Alle plaatsnaam-aanduidingen zijn hier in het Frans en Keltisch gesteld. Om verder verval door erosie tegen te gaan zijn bijna alle menhirs omheind. Je kan dus niet meer zo tussen de stenen door lopen. Bij het plaatsje Locmariaquer is dit anders geregeld. Sinds de restauratie is wel het hele terrein van hekken voorzien, kan je -na betalen van toegang- tussen de stenen en zelfs in de monumenten lopen.
Er ligt een grote menhir met een gewicht van zeker 280 ton, languit op de grond in vier brokken gebroken. Deze lange steen maakte ooit deel uit van een of andere steenconjuctie, maar is nooit uit zichzelf omgevallen. De een beweert dat de Romeinen hem omgegooid hebben, anderen zeggen weer dat hij omgegooid is om nieuwe dekstenen te verkrijgen (menhirs zijn staande stenen; dolmen zijn een rij staande stenen met een deksteen).
Menhirs stammen uit een verder verleden dan de dolmen. Die dolmen laten een ontwikkeling zien van eenvoudig tot zeer groot of met meerdere gangen/ grafkamers (zg cairns).
Die grote gevallen steen, of te wel de "Men er Hroeg", met dat scheve, grillige boompje erbij, staat prachtig en in al zijn mystiek gehuld. Omdat gevoel op de foto vast te leggen is niet zo makkelijk. Het is onder andere de omheining die storend werkt.
Een van de dolmen is relatief klein. Het zijn de stenen die ertegen aan zijn gelegd maken het bijzonder. Trapsgewijs gestapeld is het monument 140 meter lang en wordt "D'er Grah" genoemd.
Bijna pal tegen deze D'er Grah aan staateen monument met een wat bekendere vorm: de koopmanstafel in cirkelvorm. Deze grote kamer -je kan er rechtop in staan- bestaat uit een aantal staande stenen met een deksteen. De zo ontstane dolmen is op zijn beurt geheel bedekt met kleinere brokken steen zodat er sprake van een heuvel is.
Binnenin zijn de achterste steen en de deksteen gegrafeerd. Zo is in het schaarse strijklicht in het dak een bijl te herkennen.
Soms zijn aanwijsborden wat optimistisch. Er zou een Romeins theater hebben gestaan, maar er is alleen een begraafplaats te zien. Het theater schijnt daaronder te liggen en is er niet veel van te zien.
Opdringerige gids
Locmariaquer ligt op een schiereiland met aan de zuidkant weer twee landtongen. Op de westelijke tong ligt vlak bij het strand een dolmen luisterend naar de naam "Dolmen Ar Vein Plat", wat in gewoon Frans, "Pierres des Plates", betekent. Het werd ongeveer 5000 jaar geleden gebouwd.
Lekker koel onder de dolmen zit een, zo te zien, student die zich als gids aanbiedt. Daar staan we nu weer niet op te wachten. Ik wil gewoon ongemoeid en in alle rust de dolmen bekijken, fotograferen en aanvoelen.
Conjuncties
Na het avondeten gaan we op weg. Naast de vele stenenrijen blijken er nog een dolmen te zijn (Dolmen de Klescan), een zeer grote staande steen (Geant de Mario) en een groep staande stenen die samen een vierkant vormen (Le Quadrilatere). Allen liggen ze verscholen in de nabije bossen. De bewegwijzering is niet altijd even duidelijk. Soms hangen er wel bordjes, maar is de tekst geheel en al verdwenen.
Jonge eikjes
Als het te schemerig wordt om zonder statief te kunnen fotograferen lopen we weer richting tent.
Uit en op een oud stenen muurtje groeien eiken. De wortels lopen grillig over, tussen en langs de stenen de grond in. De stenen houden de boom, en de boom de stenen bijelkaar. Veel van de stammen zijn begroeid met klimop. rondom de eiken spruiten overal kleine eikjes op. Van heel jong met nog maar een enkel blad tot alwat forsere struiken. Tussen de eiken in groeien ook tamme kastanjes, die blijkbaar van eenzelfde wat armere grondsoort houden.
Dinsdag 17 juni 2003 "Camping L'Oree de Bois"
Geen cirkelBij Carnac strekken de stenenrijen zich uit over een lengte van circa 4 km. Van deze "Monet a ra lec'hien veur veinek Karnag", of te wel "de megalieten bij Carnac" hebben we die van Menec nog niet gezien. Menec is een klein gehucht waar de menhirs in de achtertuin staan.
Grote graafmachines en een wals maken hier een weg langs het beschermende hek. Zo te zien met de bedoeling om de toeristentrein hier vlak langs te laten rijden. Logisch eigenlijk, want hier heb je een prachtig zicht op de enorme, tot 4 meter hoge, stenen.
Volgens het infobord moet hier vlakbij een steencirkel staan. We lopen terug, maar vinden de weg ernaar toe niet. Zoals we gewend zijn geraakt staan er geen bordjes, maar het infoblaadje van de camping geeft toch ook duidelijk een steencirkel aan. We moeten weer terug naar de graafmachines, waar nog een pad links moet liggen. misschien leidt die naar het beoogde. Helaas is de weg versperd en kunnen we er niet door.
Twee schoorstenen
De kust bestaat hier uit in zee stekende ruwe, grillige rotspartijen met zandstranden er tussen. Veel schelpen zijn er niet. Het is net eb geworden en wieren liggen slap over de rotsen heen te drogen in de felle zon. Een stevige zeewind versnelt het drogingsproces, maar net niet snel genoeg voor de volgende vloed alles weer in koel water onderdompelt.
Wapperende kleren
Onderweg naar de molen van Narbon stuiten we op de dolmen bij Kerroch dat op een verhoging langs de wegzijde staat. Er vlak naast wapperen kleren te drogen in de stevige wind. In dit Kerroch wordt van de visvangst en oesterkweek geleefd. Deze hameau -gehucht- is zo klein dat het niet op de kaart staat. Wel op de kaart staat de "dolmen ou Rondosseg" (dolmens de Rondossec bij Plouharnel). Dit is een cairn met drie kamers. Verschillende dekstenen ontbreken. Kleine kamers en wil je erin, dan moet je kruipen. Stekelstruiken in en om de gangen brengen me op andere gedachten.
Geen bord. Geen dolmen
Volgen we het kaartje van de camping Moulins de Kermaux, dan zou er in het gehucht St.-Barbe een steenconjunctie zijn, maar de dolmen bij Kerarno liggen net iets dichterbij. Inderdaad zien we een bord een pad in wijzen. Een looppad met net gemaaid gras. We lopen er een eind op tot we een asfaktweg zien. Geen dolmen. Geen bord. Teruglopend ontdekken we een volledig overwoekerd zijpaadje dat naar een groepje bomen loopt. Zou best kunnen dat onder die bomen de dolmen ligt, maar je hebt een machete nodig om er te komen. Bovendien is het niet zeker of de dolmen er ook ligt.
Kapelletje
Het kapelletje waar we langs liepen is wel leuk met zijn "buitenbel". De deur staat open en we lopen naar binnen. Het is een klein gebouwtje met eenvoudige houten bankjes. Beelden in fijne pasteltinten sieren de muren. als je de bel wilt luiden dan kan dat, want het kort hangt er zo voor het grijpen.
Witte duinen en grijze duinen
Zo langzamerhand is het normaal dat er nergens borden staan en zo kunnen we de steenrij bij St.-Barbe niet vinden. Veel van de weggetjes die we tegen komen staan niet op de kaart.
Nu het tegen lunchtijd loopt gaan we de Rue de la Plage in en komen op een parkeerplaatsje niet ver van het strand dat hier "les Crevettes" wordt genoemd.
Richting noord zien we een ruineuze Duitse bunker liggen, die we na de lunch zullen bezoeken. Vanuit zee waait een straffe wind. In het mulle zand maken, beschermd door een stukje duin, een zitplaatsje voor het middageten.
De Duitse bunker die vreselijk is toegetakeld, ligt in de "Witte duinen", die op hun beurt weer tussen de zee en de "Grijze duinen" liggen.
Beide duinen zijn beschermd natuurgebied en deels afgezet met hekken. Het Grijze duin, waar ook de rode pimpernel groeit, is vrijer toegankelijk.
Langs het hek lopen we naar de bunker en komen verschillende tobruks tegen. Zwaar beschadigd, vol met zand en duingrassen. Een hoekig stuk beton steekt uit het zand en verraad dat er onder dat zand nog meer bouwwerken liggen. Verderop rechts van ons staan enkele roestige paaltjes met een eveneens roestig oog eraan, op een soort kruis. Zou hier een antenne hebben gestaan?
Naar het zuiden staat een Duitse betonnen, op een bunker lijkende toren. Gaan we ook even onderzoeken. Al lopende stuiten we op restanten van luchtafweerplatforms. Een ervan ligt helemaal in puin, half afgeschoven op een helling. De toren zelf is onderdeel van een groter complex. enkele honderden meters richting zee ligt een groot cirkelvormig betonnen platform met schuine wanden van minstens drie meter hoog. Tussen twee zwaar dicht gemetselde bunkers loopt een pad waar rails heeft gelegen. Dit pad loopt over het platform richting een kleinere bunker dat op een grote garage lijkt. In het midden van het platform een cirkel van roestige bouteinden. Hier heeft iets zwaars gestaan. Maar wat?
Al met al lopen we hier de hele middag te struinen en te gissen hoe alles eruit heeft gezien toen het nog dienst deed.
In het zand en geheel verroest zien we de staartvinnen van een 60mm mortiergranaat. Achterop, waar de slaghoed zit, is met moeite te lezen dat het een model 1935 betreft. Voorts staan er nog de hoofdletters SF op.
Genezend water
De D781 snijdt bij Kerzerho door een stenenrij heen. Aan beide zijden van de weg staan honderden menhirs over een lengte van 2 km (Steudennad ou Kerzerho). Je kunt er vrij tussen de stenen door lopen. Even verderop staan ook en aantal giganten van ruim 6 meter hoog. Wat lastig te fotograferen met al die bomen en vele schaduwen.
Helemaal compleet is de molen van Narbonne. Hij staat hier sinds 1805, heeft een eenvoudig duwkruiwerk en is recentelijk gerestaureerd. Toch groeit er weer mos op de houten wieken, een teken dat de molen niet in bedrijf is.
Na dit bezoek aan de molen rijden we langs smalle pittoreske weggetjes naar Baud, dat een eenvoudige en goedkope, rustige camping heeft.
Baud is bekend vanwege de Notre-Dame de Clarte. In het noord-oosten van de stad staat de bron waarvan men zegt dat het troebele ogen weer helder maakt. We vinden de bron die met een heilig beeldje geeerd wordt. Wat je nou met dat water moet doen om je ogen te genezen wordt niet duidelijk. Moet je het drinken of juist je ogen ermee spoelen?
Woensdag 18 juni 2003 "Camping Vieux Chene"
Blinde kan weer zienDe tijd is gekomen om zo langzamerhand weer noordwaarts te trekken. Ons einddoel voor vandaag is Dol, wat niet zo heel ver weg ligt van Mont St.-Michel. Op onze route liggen de plaatsen Josselin en Combourg.
Dat Josselin ligt ongeveer in het hart van Bretagne en is bekend door het enorme kasteel dat, overdonderend, direct op de zware rosten is gebouwd. Sinds de Richelieu de donjon heeft laten afbreken deze zeer weerbare zijde iets van zijn machtige uitstraling verloren, maar mijns inziens ziet het er nog steeds streng uit.
Waar de ingang is wordt weer eens niet duidelijk. Bij een poort staat een bord met pijl. Deze pijl volgend kom je dus niet bij een andere entree. Nu waren we niet van plan het kasteel te bezoeken, maar toch...
Vanaf de straat is wel nog het een en ander te zien dat boven de indrukwekkende muur uitsteekt. Het kasteel toont dan een wat verfijdere zijde met fraai bewerkte dakkapellen.
In de Eglise Notre Dame du Roncier is een kapel gewijd aan een heiligen beeldje dat ooit eens door een boer in een bramenstruik werd gevonden. Zijn dochter genas later op onverklaarbare wijze van haar blindheid. Nu nog hangt de muur in de kapel vol met marmeren dankplaten voor uitgekomen wensen.
De sfeer is hier heel apart, ook al is het niet duidelijk of het beeld in de kapel de 'echte' is, of die die buiten op de toren is geplaatst (of geen van beiden -het beeldje werd immers in 808 gevonden en in 1200 jaar is er een hoop gebeurd).
In het foret de Paimpont gebruiken we de lunch. Van de legendarische Merlijn en Lancelot, waarvan de verhalen zich hier zouden hebben afgespeeld, is niets te merken.
Het kasteel van Combourg ligt hoog op een heuvel, bijna geheel verscholen in een dich bos. Alleen de grijs, glimmende puntdaken van de torens steken boven het gebladerte uit.
Gevaarlijke molen
Als we Combourg uit rijden zie ik rechts een oude waterradmolen staan met aan beide zijden een rad. Dat wil zeggen, aan onze kant een plek waar ooit een rad heeft gezeten, aan de andere kant wel een. De molenkolk is een groot meer. Elk rad kan/ kon met een eigen sluis van water worden voorzien. Zo te zien een gevaarlijk karweitje. De sluizen zitten tegenover de molen waar nu een smalle, drukke tweebaans-weg langs loopt en er is geen voetpad. Het is dus oversteken, snel op de smalle muur klimmen, je werk doen en terug. De molen, geheel van natuursteen, is verder als molen moeilijk te herkennen, wat bij waterradmolens overigens normaal is.
Zakkende steen
Vlak voor we Dol de Bretagne binnen rijden, slaan we af naar de Menhir Champ-Dolent, die met zijn 7,5 meter een eind boven mij uit torent.
De steen is langzaam in de grond aan het zakken en onder het maaiveld loopt de steen nog 7 meter door. Het verhaal gaat dat als de steen helemaal onder de grond is verdwenen, ook de wereld vergaat. Hoe verder de steen zakt, hoe meer wrijvingsweerstand er is en hoe meer opwaartse kracht er komt. Misschien vergaat de wereld toch niet...
Het valt niet mee om campings te vinden die, zoals in Baud, eenvoudig, rustig en goedkoop zijn. Meestal zijn ze flink duur omdat er veel faciliteiten zijn. Leuk voor gezinnen zo'n kampwinkel, zwembad of midgetgolf, maar nu betaal ik voor dingen die ik niet nodig heb.
Donderdag 19 juni 2003 "Camping Thury-Harcourt"
Doel voor vandaag: le Suisse Normandie of te wel Normandisch Zwitserland. Een bergachtige streek met diepe dalen die een beetje aan Zwitserland doen denken.Hoewel het erg mooi is, vind ik een vergelijk met Zwitserland niet helemaal op gaan. Ik mis hier die blauwe bergen met hun besneeuwde toppen, die op bijna iedere foto van dat land te zien zijn. In werkelijkheid heb ik het land van Wilhelm Tell nooit gezien. Tot op de dag van vandaag durf ik er niet naar toe te gaan. Zwitserland is te veel verbonden met mijn vader, die daar in 1967/ 68 in Davos heeft gekuurd. Er was in die Zwitserlanddagen zo veel hoop op zijn genezing. Ik ben bang dat die herinneringen me te veel pijn bezorgen, ook al is het nu alweer ruim 34 jaar geleden.
Druiden en Duitse beenderen
Wat me opvalt in dit deel van Frankrijk is hoe sfeervol alles is. Zelfs een totaal geruineerd huis heeft hier een charme zoals je zelden ziet.
Als we over die steile en diep dalende, kronkelende wegen rijden, komen we ten noorden van Dol de "Mont Dol" tegen. Een opvallende, begroeide rotspartij midden in een verder vlak land. Het is een mysterieuze berg die ooit van veel betekenis was voor de druiden.
Hoewel Dol ook een straat heeft met oude vakwerk huizen (Rue des Stuarts), valt deze in het niet bij Dinan. Bovendien betreft het hier slechts een straat, terwijl Dinans historische kern vol staat met deze middeleeuwse architectuur. Links zien we in de goed heldere lucht weer Mont St.-Michel liggen, maar ook dit keer rijden we door.
In het plaatsje Huisnes-sur-mer staat een "ossuaire", een bewaarplaats van beenderen van gevallen Duitse soldaten uit de Tweede wereldoorlog. Het is een in een cirkel gebouwd knekelhuis van twee verdiepingen op een heuvel. Nog indrukwekkender dan Marigny. Op de muur van de ontvangsthal staan enkele voorvallen beschreven van Duitse soldaten die hier liggen. Een ervan is in de vorm van een brief die een van hen -een van de 11829!- naar huis schreef en eindigde met de hoop dat hij zijn familie spoedig weer zou zien. Hij stierf in 1944 aan een hoofdwond. Meeste indruk maakte wat weer een ander schreef: "voor degene diezelf niet meegemaakt heeft hoe gruwelijk een oorlog is, zal nooit geloven wat diegenen vertellen die het wel hebben meegemaakt en doden kunnen niets meer vertellen". Ik denk dat hier een waarheid in schuilt. Alleen werkelijk empatische mensen kunnen aanvoelen en naar dat gevoel handelen. In feite is het afschuwelijk dat er zo weinig empathie is. Oorlog zal nooit de juiste weg zijn! Aan vele graven hangen bloemstukken of kransen. Na mijn handtekening in het gastenboek te hebben gezet vertrekken we.
Openlucht les
We zijn langer gebleven dan gepland en we nemen de N176 om wat op te kunnen schieten. Eenzaam boven het dal van de Varenne uitstekend ligt het stadje Domfront, met een ruine van een donjon, die aan woeliger tijden doet herinneren. Wat van de donjon rest is een gebroken hoekstuk. De muur is ruim twee meter dik. Grote brokstukken van de muur liggen rondom in het goed onderhouden park. Tegen de rand van de heuvel waarop de donjon staat, liggen de -ook in ruines liggende- gebouwen van de omringende verdedigingswal. In grijze natuursteen uitgevoerd levert dit prachtige, grillige lijnenspellen op. Op een veldje in het park krijgt een groepje kinderen schoolles in de open lucht.
De gorge met suikerbrood
We steken omhoog om via de D962 langs Flers de Suisse-Normandie te bereiken.
fraaie wegen kronkelen langs prachtige ravijnen omhoog tot we stoppen op de Roche d'Oetre. Dit is een uitkijkpunt bestaande uit schuine omhoog gestuwde zware, roodachtige rotsblokken. Jonge eiken spruiten met rauwe stammen tussen en uit het gesteente; het uitzicht op de gorge is adembenemend. De laatste keer dat ik zo'n gorge zag, maar dan minder begroeid, was in Australie -de Port Germain Gorge. Van de infotafel valt weinig op te maken omdat het goed versleten is. Langs de oude molen-oliepers lopen we naar de auto. Het is weer tijd geworden om een camping op te zoeken. Wild camperen mag in Frankrijk niet en gezien de teringzooi die sommige mensen nu al achterlaten, is dat misschien maar goed ook. Voor mensen als ik is dat wel jammer. We kronkelen langs de prachtigste wegen, huizen, rotspartijen en landerijen en passeren links een lange rode rotslijn dat de "Pain de sucre" heet. Het heeft wel iets weg van een suikerbrood.
Niet zo bijzonder
Links van de nog steeds kronkelende weg zou een open mijn moeten liggen. De volle bomen nemen ieder uitzicht op zowel de mijn als de rivier weg. Als we bij St.-Remy de D962 opdraaien, een wat snellere en drukkere weg, draait de rivier de Orne met ons mee en houdt ons tot Thury links gezelschap. Na een steile afdaling bereiken we het campeerterrein dat op rivierniveau ligt. Thury zelf is niet zo bijzonder. Te 'mooie' huizen die eerder een Duitse dan een Franse uitstraling hebben. Wel is er een kasteelruine dat in een nu afgesloten park staat. Toegang overdag tegen betaling. Fraai is de open gevel met zijn holle gaten waar ooit eens de raamkozijnen in hebben gezeten. Voor het maken van een goede foto is de zon nu nog te fel.
Vrijdag 20 juni 2003 "Camping Int. de Maisons-Lafitte bij Parijs"
Te mooi voorgesteldOmdat we nu richting Falaise gaan kunnen we meteen langs de noordkant van het 'Suikerbrood' rijden. Door de woeste begroeiing is de rotsstrook zelf niet te zien, maar dat neemt niet weg dat het ook hier adembenemend is. We rijden door kleine plaatsjes als Pierrefitte-en-Cinglais, le But en St.-Christophe als we de D511 naar Falaise pakken. Willen we op tijd in Parijs zijn, dan kunnen we niet te veel kleine weggetjes meer kiezen, hoeveel prettiger rijden die ook zijn. Trouwens, zijn de snellere wegen als de D511 ook niet zo slecht. Je passeert nog steeds mooie landschappen en aantrekkelijke huizen in de dorpjes waar de weg langs of doorheen snijdt. Ooit heeft Willem de Veroveraar hier gezeteld. Hij wordt in de stad geeerd met een enorm bronzen standbeeld waarbij hij op een steigerd paard is uitgebeeld. De nog steeds vervaarlijk uitziende ruine is weinig fraai genomen de korte tijd die we hebben. Interessanter lijkt me het Falaise-museum gewijd aan de enorme slag die hier in augustus 1944 is geweest. De Duitsers waren ingesloten en konden alleen via een smalle corridor tussen Falaise en Argentan ontsnappen.
De geallieerde troepen probeerden die ontsnapping uit alle macht te verhinderen. Uit eindelijk werd hier het hele Duitse 7e leger vernietigd.
Het museum is indrukwekkend in ie zin dat er nog veel origineel Duits materiaal is te zien. Ondere andere een complete Panzer IV-tank, een kubelwagen (VW jeep), halftracks, een kettenrad en een complete Flak 88 (lucht afweerkanon). Daarnaast ook veel kleiner spul als veldkeukens, wapens, granaten enz. In de hal nog een vleugeldeel van een Junkers 88. Goed gemaakt is de maquette van het dorp Falaise ten tijde van de geallieerde intocht. Erg realistisch opgezet en goed te vergelijken met de vele foto's die rondom aan de muren hangen. Eveneens erg goed is is een hoekje gereserveerd voor allerlei kapot geschoten schroot van zowel Duitse als geallieerd materieel. Op een TV-scherm draait een documentaire die geheel in het Frans is gesteld en voor een goed deel over de Gaulle gaat. Hij wordt als een oorlogsheld voorgesteld, maar in feite heeft hij vooral een psychologische rol gespeeld. Bovendien had hij iets van een dictator (vooral als je de oprichting van de 5e republiek in gedachten neemt).
Ver Parijs
Het is als ruim na twaalf uur en Parijs nog een eind weg. In de schaduw van een paar bomen en een dolmen nemen we de tijd voor de lunch. We zijn net het dorpje Le Pont d'Ommoy gepasseerd, dat op 4 km voor Trun ligt. Bij Orbec stuiten we op een kleine waterradmolen. Deze Petit Moulin ligt aan een krachtige stroomversnelling dat met donderend geraas langs het scheprad wordt geleid. De molen is niet in bedrijf en ziet er verlaten uit.
Op naar Bernay dat vele authentieke Normandische vakwerkhuizen moet hebben. Dit blijkt te kloppen en vele van de huizen zijn mooi versierd met houtsnijwerk. Toch kan Dinan niet worden geevenaard.
Naar Parijs gaat tegenvallen. niet de omgeving maar de tijd die het kost. Via de snelweg zou kunnen als het geen tolweg was. Langs de alternatieve route is het slecht bewegwijzerd. Zouden ze dat er speciaal om gedaan hebben? Eenmaal voorbij Mantes wordt het moeilijker. Onze Michelinkaart is voor dit drukke gebied te klein. als we de camping van Maisons-Lafitte bereiken loopt het tegen zevenen. Op deze camping hebben we al vele malen gestaan en alles is dan ook bekend. Evenzo tijdens de avondwandeling veel bekende dingen: het station met de treinen naar Parijs-stad, de grote winkelstraat en het oude kasteel. De snel heen en weer vliegende zwaluwen maken samen met hun zachte piepgeluiden en steile duikvluchten de fijne avond compleet.
Zaterdag 21 juni 2003 "Camping du Port Plaisance"
Drukte en vleugelsDe reden waarom we vandaag in Parijs, of liever gezegd, bij Parijs wilden zijn is de grote airsalon op het vliegveld Du Bourget. Frank is nu eenmaal gek van vliegtuigen en toegegeven, sommigen zijn inderdaad erg fraai. Mij gaat het ook om het bijgelegen luchtvaart museum, want het is vooral de oude luchtvaart die mij zo tot de verbeelding spreekt. Die pioniersgeest, en het liefdevolle handwerk waarmee de toestellen gemaakt zijn. Toch heeft het moderne zijn eigen charme: nieuwe sterke maar lichte legeringen, computertechnologie en composietmaterialen. In de hallen standhouders met toeleveringszaken zoals motoren, instrumenten en wat al niet meer. Niet te vergeten al die reclame die de fabrikanten maken. De een spiegelt het nog mooier voor als de ander. soms worden gewoon onwaarheden verteld. Neem Boeing. Die beweert mensen daarheen te brengen op de manier zoals zij die willen. Grote onzin! Het is buitengewoon druk en mooie foto's maken van de stationaire toningen is lastig met al die mensen die voor je lens lopen te 'hangen'.
Oude besjes
Nog een oude bekende
Met het verlaten van het vliegveld is de vakantie min of meer afgesloten. Wat rest is de lange rit naar huis, die we in twee dagen gaat 'doen'.
Vanavond stoppen we in Peronnen dat, net als Maisons, een oude bekende overnachtingsplek is geworden. De oude verlaten fabriek aan het water staat er nog steeds. Aan de brede winkelstraat is nagenoeg niets veranderd en de oude poort naar de stadswallen krijgt een opknapbeurt.
Wat verdwenen is, is de oude loopbrug over het spoor. Zo op de late avond met de laagstaande zon, zitten meerkoeten, eenden en aalscholvers vredig op de oever van het grote meer. De aalscholvers laten breeduit hun vleugels drogen. Een wandeling naar de oude stalen spoorbrug houden we in gedachten voor ons volgende bezoek aan Peronne... © 2007 - 2008 Possum, gepubliceerd in Reisverhalen (Reizen en Recreatie) op 21-06-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Possum is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...
Verwante artikelen
- Carnac en de menhirs (Bretagne); vakantie in Frankrijk: Als U op de landkaart van Armorica in de stripboeken van Asterix en Obelix gaat inzoomen op het beroemde dorpje, komt U vrijwel uit bij Carnac in Breta…
- Drieduizend menhirs bij Carnac in Bretagne: Als archeologie je hobby is, dan is de vakantie uiteraard het uitgelezen moment om er ook in het wat verdere buitenland mee bezig te zijn.Dit jaar was het de omgev…
- Normandie - De Opaalkust (Cote d"Opale): Met z'n witte krijtrotsen wordt de kuststrook tussen Calais en Boulogne ook wel de Opaalkust genoemd. Hoogtepunten zijn de schitterende krijtrotsen Cap Blanc Nez en C…
- Invasiestranden Normandië; vakantie in Frankrijk: 6 juni 1944: de invasie In Normandië. Arromanches, Omaha Beach, Pointe du Hoc, Saint-Mère-Eglise, de soldaat aan de toren, veel begrippen zijn bekend. Al een…
- Normandië, Frankrijk: Normandië, het gebied dat zijn naam dankt aan de invallen van de Noormannen in de 10e eeuw. Het is bekend om de camembert en calvados, een sterk alcoholische drank gemaakt van appelwijn…

Reageer op het artikel "Over bunkers en menhirs: een korte reis in Frankrijk"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

