Hotelrondreis: Nieuw-Zeeland in drie weken

Hotelrondreis: Nieuw-Zeeland in drie weken

Als je in een hotel logeert aan de voet van een vulkaan die om de twee jaar uitbarst, maak je al snel grapjes in de trant van: dat zal ons net overkomen. Gisteravond, toen wij net zo'n tien minuten op één oor lagen, loeide plotseling een alarm. Als een kip zonder kop sprongen we uit bed, trokken onze kleren aan (ik een windjack boven een pyjamabroek, Erik zijn T-shirt binnenstebuiten én achterstevoren), pakten mee wat we pakken konden en sjeesden naar de lobby.
Ik zag ons al in de auto zitten en van een afstandje foto's maken, en bedacht me dat ik de camera was vergeten. In de lobby waren meer gasten, sommigen in badjas, anderen net als wij in vreemde outfits, een enkele luidruchtige feestganger en een aantal slaperige kinderen die tegen hun moeders aanhingen. Een Maori-brandweerman met veel humor bracht licht in de zaak en vertelde dat er een sprinkler was afgegaan. Ze waren het verder aan het onderzoeken en we mochten met zijn allen in de lobby zitten waar gratis thee en koffie was. De pianoman deed uitbundig een schepje bovenop de gezelligheid. Wat bleek: er was een 'malfunction in the system'. Na een praatje met de brandweerman konden we weer naar bed. Alles heeft maar een half uur geduurd.
Dit gebeurde in het prestigieuze Bayview Chateau in Tongariro National Park. Diezelfde dag hadden we de Tongariro Crossing willen lopen, een van de mooiste 1-daagse wandelingen in Nieuw-Zeeland. Die ochtend vielen er echter zware buien, dus dat ging niet door. Later op de dag hebben we alsnog een gedeelte ervan gelopen. De vele skiërs in het gebied hadden wel geluk, want de sneeuwgrens was nu een stuk lager.

Vermaak in de Coromandel

De ene dag loop je in een windjack, de andere lig je op het strand. Op het Coromandel-schiereiland hebben we elke dag zonnig weer gehad. Zaterdag hebben we alsnog een warmwaterbad gegraven op Hot Water Beach, tussen de vele andere toeristen op een klein stukje strand. Daarna hebben we gewandeld naar Cathedral Cove, een natuurlijke tunnel tussen twee stranden, die is uitgesleten door het zeewater en waar je met eb doorheen kunt lopen. Eigenlijk was de tocht ernaartoe, door weelderige bossen en met weidse uitzichten op de baai, mooier. Ook op de wandelpaden geldt de verkeersregel van links rijden (of lopen in dit geval): elke keer bij een tegenligger gingen wij naar rechts, waarop de tegenligger uiterst links ging lopen om nog langs ons te kunnen. Inmiddels hebben we ons ook in dit opzicht aangepast.

Zondag hebben we een mooie autoroute gereden door de Coromandel. Vooral de 309-road, een kronkelige gravelroad, was interessant. Er zijn gravelroads die 25 kilometer lang uit S-bochten bestaan, dit wordt dan ook van tevoren aangegeven. Op de wegen liggen veel aangereden dieren, vooral oppossums, die in Nieuw-Zeeland een ware plaag vormen. Ze worden ook bestreden. We zagen een wandelpad waar gewaarschuwd werd voor de vele vergiftigde oppossums die je onderweg tegen kunt komen. De 309-road komt langs Waiau Waterworks, een park met grappige wateraangedreven uitvindingen waar je even kind kunt zijn, de Waiau Falls en Kauri Grove, een bos met een korte wandeling naar een aantal grote kauri's, waaronder een Siamese (twee kauri's waarvan de stammen met elkaar zijn vergroeid) en een enorme kauri die je kunt omhelzen. Later op de dag zagen we nog een vierkante kauri.

Een bijzonder volk

Openbare toiletten zijn handig als je zo'n lange dag op pad bent, dus ik heb er al heel wat van binnen gezien. Ze zijn vaak redelijk schoon, soms is het alleen een metalen koker boven een gat in de grond, met een wc-bril erop. Overal waar je komt zijn wel toiletten, ze zijn ook makkelijk te vinden. In Waihi was er een grappige met een metalen schuifdeur. Als je de deur opent, vertelt een stem dat je op een knop moet drukken om de deur op slot te doen en dat je maximaal tien minuten hebt. Vervolgens klinkt er een zacht muziekje als in een restaurant.

Overigens klinkt hier in de meeste restaurants/eetcafé's luide muziek. Vaak bestel je bij de bar en betaal je direct, waarna je een nummertje krijgt en op je eten kunt wachten. Het beste café waar we tot nu toe hebben gegeten was The Station (bij het treinstation) in het dorpje National Park (in het Tongariro N.P., ze zijn blijkbaar creatiever in eten maken dan in namen verzinnen).

Het valt ons op dat de Kiwi's erg begaan zijn met het milieu. Al bij aankomst in het land moet je papieren invullen waarin wordt gevraagd of je geen voedsel meebrengt dat kan bederven, de afgelopen 30 dagen geen contact hebt gehad met dieren in een kinderboerderij, of geen schoenen meeneemt waarmee je in een bos hebt gelopen. Gelukkig hoefde ik mijn wandelschoenen niet uit mijn koffer op te diepen. In de meeste hotels en in onze cottage in Hahei hangen spaarlampen, en alle toiletten hebben een waterbesparende knop. In het hutje in Hahei hing een briefje bij de douche waarop stond dat er slechts genoeg water was voor twee korte douches. De reden is dat ze al het water op eigen land produceren en verwerken.

Helaas zijn ze in de meeste hotels tot nu toe niet zo behulpzaam als we vragen stellen, bijvoorbeeld over het weer of als we meer informatie over iets willen. Gelukkig wezen ze ons in Hahei wel op de daylight savings time, waarvan ik dacht dat het een week later zou beginnen. Dit was bij het ontbijt, waarvoor we eerst een uur hadden gewacht omdat het pas om 8:00 begint. Toen we aankwamen was bijna iedereen al weg, later hoorden we dus waarom. Het voordeel was wel dat we nu niet meer om 21:00 maar om 22:00 naar bed gaan, dus zitten we eindelijk in het goede ritme.

Op het Noordereiland zijn we op weg naar Tongariro nog langs Rotorua gereden, een belangrijke toeristische trekpleister vanwege de geothermische activiteit. Het stikt er van de bezienswaardigheden, maar we hadden alleen tijd voor het Wai-o-tapu-park. Daar hebben we de beroemde champagnepoel gezien (zo genoemd vanwege de bubbeltjes). Omdat we op IJsland al iets soortgelijks hadden gezien, waren we verder niet bijzonder onder de indruk van dit park, maar het was een leuk uitje.

Vandaag zijn we aangekomen in Wellington en hebben we het Te-Papa-museum bekeken. Dit museum heeft zes verdiepingen en is zo groot dat je je er een volle dag kunt vermaken. Wij hebben er zo'n drie uur doorgebracht. Erg de moeite waard. Hiermee eindigt ons avontuur op het Noordereiland, morgen brengt de ferry ons naar het nog mooiere Zuidereiland.

Een andere wereld

Wat een aankomst hadden wij op het Zuidereiland! Na een tocht van twee uur op de Interislander Ferry voeren we de Marlborough Sounds binnen; met de vele baaien en inhammen, beboste hellingen tot aan de kust en de weerspiegeling van de zon in het water. Na een overnachting in het idyllische toeristenplaatsje Picton voeren we opnieuw de sounds in, deze keer met een watertaxi. De schipper liet ons een school 'blue cod' zien en zette ons af bij Ship Cove, de baai waar kapitein Cook het land opeiste voor de Britten.

Daar begint het laatste gedeelte van de Queen Charlotte Track, een 67 kilometer lange trek. Over de bijzonder pittige wandeling, met eerst een stevige klim door dichte begroeiing en daarna prachtige vergezichten over zee, deden wij 7,5 uur. De verwachte spierpijn bleef uit en de volgende dag liepen we het tweede, vlakkere, deel naar de vuurtoren. Terwijl we de eerste dag veel zon en wat verkoelende wind hadden, begon het deze dag al snel te stormen. We zijn daardoor niet helemaal tot het eind gekomen, maar hadden vanuit Stephen's Lookout een prachtig uitzicht over het laatste stukje land en de woeste zee die tegen de rotsen beukte.

Ons onderkomen was midden in de bossen, vlakbij een baai, en bestond uit een eenvoudig houten gebouw met een keuken en een woon- en eetkamer voor gezamenlijk gebruik, wat slaapkamers, en een bijgebouw waarin wij sliepen. Het is 15 jaar geleden opgericht door een milieubewuste boer die zijn schapen verkocht en weer bos wilde laten groeien. Hiermee wil hij de oorspronkelijke natuur in ere herstellen. Zijn lodge is nu een voorbeeld voor anderen en over een paar dagen komt er een Duitse tv-ploeg bij hem logeren.

Wij waren de enige gasten, maar er logeerde ook een bevriend echtpaar met wie wij samen dineerden. Het eten werd bereid door een Japanse jongen die er voor een talencursus was. Uitstekend eten trouwens, waaronder een ovenschotel met rijst, bruine bonen, rozijnen en kaas erbovenop. Het bleek een zelfbedacht recept van de boer te zijn en hij noemde het 'Kaisa …', naar het Nederlandse 'kaas'. Met het echtpaar hebben we een avond doorgebracht en zijn we in het pikdonker met zaklampen naar de baai gegaan om naar pinguins te kijken. Natuurlijk was net die ene keer niets te zien...vanuit de watertaxi terug naar Picton hebben we alsnog een groepje pinguins zien zwemmen.

Water, water en nog eens water

Nu zitten we in Marahau, de plek met de meeste zonuren van Nieuw-Zeeland. De eerste dag klopte dat wel. Toen hebben we met de auto door het Kahurangi National Park gereden. De omgeving deed ons erg aan Zwitserland denken, met de groene heuvels en valleien en enkele witte toppen in de verte. We hebben ook de Waikoropupu (kortweg Pupu) Springs gezien, het helderste zoetwatermeer buiten Antarctica, een vredige plek die wel past in deze hippie-streek (we zagen inderdaad veel campers met kleurrijke types erin).

Voor gisteren werd er echter 90% regen verwacht en we dachten dat de wandeling die we hadden gepland niet door kon gaan. Maar net toen ik in het Information Centre op internet dit verhaal wilde intypen, bleek er een watertaxi te vertrekken en gingen we alsnog mee. (Gelukkig hadden we onze spullen al bij ons, inclusief regenkleding.) We beleefden een spectaculaire tocht in de watertaxi. Deze vloog namelijk met een noodgang over de golven en landde dan met een klap op het water, waardoor we nogal door elkaar gehusseld werden. We kwamen langs Split Apple Rock, een rots die lijkt op, jawel, een doormidden gespleten appel.

We werden afgezet bij Bark Bay, vanwaar het maar liefst 8,5 uur wandelen bleek naar Marahau. De tocht begon al fraai, want we moesten vanuit de boot in het koude zeewater stappen omdat hij niet kon aanmeren. Gelukkig konden we op het strand onze voeten wassen en drogen en de wandelschoenen weer aantrekken. Dit alles terwijl het nog flink regende. Regenpak plus poncho's aan en de tocht kon beginnen. Ondanks het slechte weer was dit voor mij al snel de mooiste wandeling. Vanonder groene reuzenvarens hadden we een magnifiek uitzicht op de goudgele stranden en het turquoise zeewater. We kwamen over een swingbridge, wat niet aan te raden is bij hoogtevrees, zeker niet als je het bordje leest waarop staat: maximaal 5 personen tegelijk.

Na een paar uur brak de zon eindelijk door en konden we nog meer genieten van de uitzichten. De wandeling is onderdeel van de Abel Tasman Coastal Track. Vooral het eerste deel, van Bark Bay naar Anchorage Bay, was ongelooflijk mooi. Het deed me ook wel aan de Bounty-eilanden denken. Na zo'n lange dag waren we ook wel weer blij om in ons huisje aan te komen, waarin we zelf konden koken en waarvandaan we uitzicht hadden op zee, strand en grasland.

Gisteravond heb ik het alarm van mijn wekker gezet op 7.00, of eigenlijk 20.00 want hij staat nog op Nederlandse tijd (het blijft raar). De komende dagen gaan we de ruige westkust verkennen, te beginnen met de zeehondenkolonie op Cape Foulwind en de Pancake Rocks en blowholes bij Punakaiki.

Terug naar de tijd van de goudzoekers

In Nieuw-Zeeland wordt werkelijk overal aan de weg gewerkt, het lijkt wel of de halve beroepsbevolking in de wegenbouw werkt. Wat we verder veel op de weg zien, zijn weka's, vooral aan de westkust. Het is een grappig gezicht hoe deze loopvogels voor de auto wegrennen in plaats van -vliegen. Ze zijn erg tam en talrijk, anders dan de kiwi die we hier nog niet hebben gezien (en die zullen we ook wel niet te zien krijgen).

De Kiwi's (de menselijke variant) zijn vaak afstammelingen van goudzoekers en dat kunnen we merken. Ze zijn hier best commercieel ingesteld en de vriendelijkheid komt niet altijd gemeend over. Bij de kassa in de supermarkt wordt standaard gevraagd: ‘how was your day’, en dit komt op ons wat plichtmatig over. Nooit geweten trouwens dat de goudkoorts hier zo'n grote rol heeft gespeeld. Veel plaatsen aan de westkust zijn gesticht ten tijde van de goudkoorts, en er zijn nog veel historische mijnen, huizen, machines en zelfs begraafplaatsen te bezichtigen. Tegenwoordig zie je in diezelfde dorpjes ook veel jadebewerkers. In de vele art galleries kun je onder andere sieraden en beeldjes van jade bekijken. Mooi, maar erg duur. De Jade Boulder Gallery in Greymouth was erg de moeite waard, de eigenaar is zelf een gerenomeerde 'jade carver' en je kunt vanachter een raam een kijkje nemen in een werkplaats waar andere jade carvers aan het werk zijn. Ook is er een mooie expositie.

Het mooiste uitzicht ter wereld

De natuur aan de westkust is anders dan wat we tot nu toe hebben gezien, de zee is ruiger en het landschap verlatener. Je kunt hier uren kijken naar de hoge golven en de woeste branding. Dit konden we zelfs doen vanuit onze hotelkamer in het Punakaiki Resort, want we hadden er direct uitzicht op zee. Bij Punakaiki liggen de Pancake Rocks, een indrukwekkende groep rotsen in zee die lijken op stapels pannenkoeken. Tussen de rotsen kolkt het zeewater en spat het soms zo hoog op, dat het water door gaten in de rotsen naar boven wordt gestuwd en er boven uitstuift. Dit fenomeen heet een blowhole.

Onderweg op State Highway 6 kom je ontelbare bezienswaardigheden tegen, waaronder vele uitzichtpunten en wandelroutes, en regelmatig stoppen we ergens. Zo hebben we vandaag eerst de 'view of views' gezien, ofwel het uitzicht der uitzichten: de perfecte weerspiegeling van de bergen in Lake Matheson, een beroemd kalenderplaatje (dit was overigens niet op de SH6 maar via een zijweg). Daarna hebben we een korte wandeling gemaakt op Gillespies Beach, en een half uurtje later stonden we bij de voet van Fox Glacier. Ongelooflijk hoeveel verschillende landschappen er binnen zo'n korte afstand zijn. Vanaf het strand zagen we, boven de bomen, de toppen van de bergen uitsteken en zagen we zelfs de gletsjer liggen!

Het weer aan de westkust: veel regen (te verwachten in een regenwoud) maar ook regelmatig droge, bewolkte periodes. Het is zo'n 16 graden. Morgen gaat onze reis verder naar Te Anau, vanwaar we een boottocht willen maken door Milford Sound, een van de vele fjorden in Fiordland N.P.

Een apart goedje

Nieuw-Zeeland is nog bezig uit zijn winterslaap te komen. We krijgen sneeuwkettingen mee van Europcar en waarschuwingen over het rijden in de bergen. Bij veel wegen staat aangegeven of de weg open of gesloten is. Op een ochtend, toen we vroeg op pad gingen, hadden we ijs op de voorruit van de auto. Toch hebben we, na een aantal regenachtige dagen aan de westkust, nu al enkele dagen warm en zonnig weer. We lopen inmiddels in T-shirt rond.

Het ontbijt is meestal niet 'included', maar waar we wel ontbijt krijgen is het standaard: granen zoals cornflakes, vruchten, melk of yoghurt, toast en jam. Voor een 'cooked breakfast' moet je meestal bijbetalen. In de bed&breakfastgelegenheden in Wanaka en Christchurch zat dit gedeelte er wel bij en kregen we respectievelijk pannenkoeken en scrambled eggs. Een keer heb ik marmite geprobeerd, een typisch Nieuw-Zeelands broodbeleg. Nieuw-Zeelanders zijn er dol op. Na 1 hap trok echter mijn mond samen en moest ik in 1 teug mijn hele glas jus d'orange leegdrinken om die verschrikkelijke smaak kwijt te raken. Andere toeristen hoorde ik later ook al tegen elkaar zeggen: 'it tastes horrible'. Voor de nieuwsgierigen die het ook willen proberen: neem een stuk brood, gooi er flink wat zout op, doe er nog iets bitters bij en maak er een plakkerig goedje van. You'll get the idea. Marmite is van vleesextracten gemaakt. Er is ook nog een vegetarische variant, vegemite, maar daar waagde ik me niet meer aan.

Overigens kun je in Nieuw-Zeeland heerlijke pompoensoep eten en is de zoete aardappel 'kumara' ook lekker. Hokey-pokey-ijs schijnt een lekkernij te zijn, maar dat hebben we zelf niet gehad (was wel in de supermarkt te koop).

Spanning en sensatie

Nieuw-Zeeland is ook het land van de adrenaline. Nou hebben we niet gebungyjumpd, geraft of geskydived, maar in een zeer harde wind over een swingbridge lopen (over een diepe kloof met snelstromend water) of diep doordringen in het binnenste van een berg terwijl je niets, maar dan ook niets, om je heen ziet, zijn ook best spannende bezigheden. De excursie naar de gloeiwormgrot begint met een boottochtje van een half uur over een meer, waarna je door een gids de grot wordt binnengeleid. Eerst stopten we bij een gat boven ons waardoor water naar binnen drupte. De gids zei voor de grap dat het de bron van eeuwige jeugd was, en met effect, want toen we doorliepen namen veel (oudere) vrouwen het zekere voor het onzekere en raakten het water even eerbiedig aan. De ondergrondse waterval was prachtig om te zien. Daarna stapten we in een bootje en ging de zaklamp uit, na een waarschuwend 'sssh-'gebaar van de gids. Op zich al een aparte belevenis om in doodse stilte in het pikdonker jezelf over te leveren aan wat er gaat gebeuren, maar het wordt helemaal bijzonder als je de tientallen lichtjes in de grot ziet schijnen. Aan het eind, weer buiten de grot, kregen we nog een diashow en wat uitleg. Wat bleek: de gloeiworm is helemaal geen worm maar een larve van een mug. Een gloeineet dus. Maar omdat die naam geen toeristen trekt, hebben ze maar gekozen voor gloeiworm.

Een ander dier dat je in het zuiden van het Zuidereiland veel ziet is de kea, elders een zeldzame papagaai. De kea is hier echter zoiets als een mus in Nederland, alomtegenwoordig en bijna lastig omdat ze gevoerd worden door toeristen. Niet voor niets hangen er bordjes: 'do not feed the kea'. Er zaten maar liefst drie exemplaren op het dak van onze huurauto.

Toeristische trekpleisters

De cruise door Milford Sound staat genoteerd als nr. 1 must-do activity (verkozen door Nieuw-Zeelanders). We hadden dus vrij hoge verwachtingen en kozen voor de vroegst mogelijke tocht (9.00), om de drukte voor te zijn. Vanuit Te Anau was het twee uur rijden, dus vertrokken we om half 7. De rit ernaartoe was erg mooi, mede omdat de zon opkwam en er een paarse gloed boven de besneeuwde bergtoppen lag. Helaas hadden we geen tijd voor tussentijdse stops, wat we achteraf gezien beter wel hadden kunnen doen (op de terugweg was het toch minder mooi bij de felle middagzon). De cruise zelf was wel mooi, maar niet zo bijzonder als we hadden verwacht. Misschien was het te zonnig, bij regen schijnen er honderden watervallen te zijn. Ook waren er pinguins, zeehonden en dolfijnen beloofd. We hebben welgeteld drie zeehonden en 1 pinguin (door een verrekijker) gezien. Afgezien daarvan was het zeker de moeite waard vanwege de mooie plaatjes.
De dag erna hebben we een lange rit naar Mount Cook Village gemaakt, een nederzetting midden in het Mount Cook National Park (het Zuidereiland rijgt aaneen van nationale parken!) dat voor een groot deel in beslag wordt genomen door het Hermitage hotel en de bijbehorende chalets en motels. 's Avonds hadden we nog tijd voor een wandeling naar de Tasmangletsjer, de langste van Nieuw-Zeeland. De volgende ochtend hebben we een langere wandeling gemaakt door de Hooker Valley, onder het toeziend oog van Mount Cook. Deze wandeling naar een gletsjermeer wordt door veel toeristen gemaakt. Opvallend is hier het aantal Aziatische toeristen, niet voor niets hebben ze in het Hermitage hotel zowel bestek als stokjes bij het eten.

No worries!

Christchurch was onze laatste bestemming, een leuke, overzichtelijke stad met veel parken. We hebben hier nog even naar souvenirs gekeken. Overal, in het hele land, zie je precies dezelfde houten beeldjes, bone carvings en kiwi- of schapenknuffels. Vanaf Christchurch hadden we een binnenlandse vlucht naar Auckland. Op de luchthaven van Christchurch moesten we even wachten, maar we zaten op de eerste rang voor een schouwspel waarbij twee vrouwen elkaar lachend, gillend en snikkend in de armen vlogen alsof ze elkaar jaren niet hadden gezien. Na een dramatische scene van algauw een kwartier, kwam er ineens een cameraman bij en deden ze alles nog eens dunnetjes over. Hoezo emotie-tv?

Inmiddels zijn we op de luchthaven van Auckland. In Christchurch is er nog iets misgegaan met onze bagage. Deze lag niet op de band. Gelukkig hebben we nog veel tijd voordat de volgende vlucht gaat. Tot zover nog niets bekend. Maar, zoals de Nieuw-Zeelanders zeggen: no worries! Hierna vliegen we naar Singapore. Daar verblijven we twee dagen (1 nacht) voor we verder vliegen, maar hiermee beëindig ik dit Nieuw-Zeelandverhaal. In drie weken krijg je een goed beeld van het land. Wel worden we zo langzamerhand wat blind voor alle schoonheid. Maar omdat het landschap steeds weer verandert, boeide het van begin tot eind.

Tot slot nog even mijn persoonlijke top 3:
  1. Abel Tasman Coastal Track
  2. autorit naar Milford Sound
  3. aankomst op het Zuidereiland met de Interislander Ferry
© 2010 - 2012 Aurelia, gepubliceerd in Reisverhalen (Reizen en Recreatie) op . Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.

Gerelateerde artikelen
Reisverslag Nieuw-Zeeland: Noordereiland Met de camper een maand lang door Nieuw-Zeeland, van Auckland op het Noordereila…
Reisverslag Nieuw-Zeeland: Zuidereiland Met de camper een maand lang door Nieuw-Zeeland, van Auckland op het Noordereilan…
Soorten vakanties Vakantie, voor iedereen is dit een ander begrip. De een gaat volledig voor zon, zee en strand, terwijl…
Nieuw-Zeeland, twee werelden in één land Nieuw-Zeeland bestaat uit twee grote eilanden, die veel van elkaar…
Yogavakantie in Italië Tijdens de vakantie Yoga en meditatiecursussen volgen in de bergen in de prachtige natuur van…

Reageer op het artikel "Hotelrondreis: Nieuw-Zeeland in drie weken"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Naam: E-mailadres: Meld mij aan voor de wekelijkse InfoNu nieuwsbrief. Reactie:
Infoteur: Aurelia
Rubriek: Reizen en Recreatie
Subrubriek: Reisverhalen
Schrijf mee!