InfoNu.nl > Reizen en Recreatie > Reisverhalen > Bergtocht bij 'Au bout du Monde'

Bergtocht bij 'Au bout du Monde'

Barme Barmaz Zwitserland. Aankomst op 1500 meter hoogte om 19.00. We maken ons klaar om de eerste kilometers te wandelen. Omkleden, rugzak op, bergschoenen aan en op weg richting Frankrijk Col de la Cou. Een terecht nieuwsgierige Franse dame vraagt waar wij zo laat nog naar toe gaan. Als we vertellen dat we over een uurtje onze tent zullen opslaan, is ze gerust gesteld. We wandelen al direct langs weelderige Alpenweiden met links van ons ‘Les Dents blanches’ en rechts van ons ‘Arrête du Berroi, bergketens van bijna 3000 meter.
Na een uurtje wandelen komen we bij een alpenboerderij, waar kinderen nog lekker buiten aan het spelen en fietsen zijn. Vreemd gevoel, kinderen zo hoog in de bergen langs diepten, zomaar zien spelen zoals thuis. Nu ja, ze zijn ook thuis.
Wij klimmen verder nog 100 meter naar de col. Boven komen we zoals gewoonlijk in een tochtgat terecht. Dus vlug een trui aantrekken, maar tot mijn schrik blijk ik die niet bij te hebben. Dan maar alle andere kleding, die ik wel bij heb, aantrekken: mouwloos hemd, blauwe polo en extra ondergoed.

De avond begint te vallen, we dalen nog even en zoeken dan een kampeerplek, die vinden we langs een bergbeekje op een heuvelrug enigszins beschut met dennenbomen. Ondertussen is het donker geworden, vlug de tent opzetten, wat spaghetti koken en een pakje koninginnesoep opwarmen. Eten, en zo word het dan toch nog half twaalf voor we in ons tentje kruipen. Koeienbellen en klaterend water wiegen ons in slaap.

Zondag: naar refuge Tornay en Lac Verdets.

Weer op stap. Wat anders? Eerst even het pad zoeken, de GR 5, en dan dalen we verder, soms langs steile buldozerbanen, die het GR-pad gedeeltelijk vernield hebben. Rond 1500 meter komen we op een vlakker gedeelte met bloeiende weilanden vol Gele gentiaan en Wit nieskruid, links kijken we nu op de bergketen ‘Les Terres maudites’. Nog wat verder dalend wandelen we langs de boerderij en refuge ‘La Chardonnière’, maar volgens mijn kaart loopt de GR 5 hier niet langs. We besluiten dan ook niet verder te dalen maar naar Col de la Golèse te klimmen. Maar ook daar hadden de houthakkers een ‘goeie’, steile weg zonder zigzag aangelegd. Dus recht toe recht aan naar de Col, wel snel maar zeer vermoeiend.
In de buurt van de col bij de refuge de la Golèse nemen we even een pauze. Drinken een Franse koffie en een energierijk stuk appeltaart. Ik heb mijn topografische kaart bij de col laten liggen, vlug er naar toe, maar ze is al verdwenen: weggewaaid of meegenomen. Gelukkig heb ik nog een tweede, maar wel minder gedetailleerde kaart op zak.

Weer verder dalen, de logica van het bergwandelen, na het stijgen komt het dalen en omgekeerd. Dalen tot 1096m en dan dus weer klimmen naar onze bestemming voor vandaag refuge Tornay en Lac Verdets 1850. Bij deze beklimming kregen we alle drie wel een kleine inzinking: te snel begonnen, te weinig gegeten, de warmte van de middag? We pauzeren dan maar, zetten koffie in de schaduw van de laatste boompjes. Om 19.00 uur zijn we bij refuge Tornay en informeren daar of we kunnen oversteken via Golette d’Oule (2555m) naar refuge de Vogéalle.
De gletsjersneeuw (névé) zou daar problemen kunnen geven, liefst met pickel werd geadviseerd, wij hadden alleen des crampons bij ons (eenvoudige vijfpuntige sneeuwijzers). Dat kon ook maar we moeten toch voorzichtig zijn.
Nog maar een uurtje lopen, om zo dicht mogelijk bij de sneeuw te zijn. De vallei word steeds nauwer en de laatste mensen hebben we achter ons gelaten. Rechts van ons worden Les Dents d'Oddaz en Corne du Taureau steeds indrukwekkender, daar moeten we morgen heel vroeg overheen.
Die avond eten we alleen maar brood en soep, gemaakt met water uit een modderplasje wat Lac des Verdets had moeten zijn. Het uitzicht, de stilte, de spanning voor morgen valt zwaar over ons heen en wiegt ons vroeg in slaap. Die nacht droomde ik dat gemzen mijn lederen schoenen op eten.

Maandag: Lac des Verdets – Col de Bostan - Lac de Vogéalle.

Arthur wekt ons voor half zes, Kees kan er het moeilijkst uit, 'savonds ook het moeilijkst er in.Rustig klimmen we tussen gigantische rotsblokken die overal uit de bergen, Les Verdets, ooit naar beneden zijn gestort en verder verplaatst en gevormd door sneeuw, ijs en smeltwater. We komen bij de eerste sneeuw, Arthur altijd ten prooi aan oververhitting probeert er zijn kop in te steken, een beeld dat we op deze tocht nog dikwijls zullen aanschouwen.
Om 7.30 zijn we op Col de Bostan. Voor ons zicht op Zwitserland (grens) waar we vandaan komen, links Tète de Bostan en rechts Pointe de la Golette en Corne du Taureau. Tussen die twee een vierkant gaatje, Golette de l'Oule (2555 m). daar moeten we overheen via een gletsjersneeuwhelling. We zien het niet zo erg zitten, het ziet er erg steil uit. We beginnen dan maar rustig langs de rand. De eerste tientallen meters kunnen we tussen de rotswand en de sneeuw in lopen, een smalle kloof waar we met onze rugzakken net inpassen. Tot we ineens twee meter hogerop moeten, met veel duwen, trekken en klemzetten kom ik er bovenop. Nu Arthur een handje helpen, wel oppassen om niet naar beneden getrokken te worden. Het lukt!
Ondertussen is de rotswand natter geworden. Kees geraakt niet boven, dan maar het touw gebruiken. Eerst trekken we zijn rugzak op en dan Kees. Steeds verder gaan we door de kloof, tot er niets anders meer op zit dan op de névé zelf te wandelen. Gelukkig is de gletsjer door een rots in twee stukken verdeeld. Zo kunnen we via de rotsblokken midden op de gletsjersneeuw komen. Hier binden we onze stijgijzers aan en dan voorzichtig de sneeuwhelling op. Geweldig gevoel, maar we zijn er nog niet. Het laatste stuk is erg steil, we wandelen links van de sneeuw op een gruishelling naar boven. De laatste 15 meter moeten we echter weer door de sneeuw oversteken. Hier uitglijden kan fataal zijn! Voorzichtig rechtop lopend kom ik bij Golette de l'Oule. Maar de spanning is nog niet voorbij. Voor ik mijn rugzak afzet kijk ik vlug even over de kam heen. Hoe is de afdaling? Ik gaap tegen een steile, stenige gang aan (couloir) van zowat 100 m diep. Gelukkig zijn er links en rechts rotswanden die voor enig houvast kunen zorgen. Duizelingwekkend! Maar tot mijn eigen verbazing heb ik er alle vertrouwen in. Ondertussen zijn Arthur en Kees bij het laatste stukje sneeuw aangekomen. De voorzichtige Kees heeft wel enige aanmoediging nodig maar dan komen ze allebei veilig en vlot op de col aan.

Wat rusten, genieten van de inspanning, het uitzicht en van de eerste zonnestralen. Het is nog steeds vroeg, ongeveer half tien, en toch hebben we er al ervaringen voor een hele dag opzitten. Dan de afdaling. Mijn zelfvertrouwen stijgt met sprongen. Ik doe eerst een stuk zonder rugzak, gaat prima, terug naar omhoog, rugzak om en dan wat voorzichtiger naar beneden, voornamelijk links langs de rotswand. Soms gaat het wat glijdend in het groffe steengruis, moeilijk maar goed te doen. Kees begint een heel eind achter en hoog boven mij om het gevaar van rollende stenen te vermijden. Arthur wacht nog veel langer en ik zie hem als een stipje boven op de kam staan. Als ik de couloir door ben, kom ik op een puinhelling en heel diep beneden me, nog zowat 400 m lager zie ik het meer van Vogéalle glinsteren in de zon. Daar zijn we nog lang niet, maar het moeilijkste lijkt er voor mij nu toch wel op te zitten.
Op de eerste grashelling rust ik wat uit, was me wat bij een waterval die van Pointe Droite naar beneden stroomt en wacht dan op Kees en Arthur. Arthur doet het heel voorzichtig, blijft na de couloir nog langs de rotswand lopen in oostelijke richting en komt later meer zuidwaarts naar beneden. Nadat hij zich bij ons gevoegd heeft trekken we verder, naar het meer toe, eerst over een sneeuwveld, daarna zigzag over een grashelling, tussen twee bergbeken in, naar beneden.
Vlak voor het meer wordt het nog moeilijk, we moeten over een sneeuwbrug waar de beek onderdoor stroomt. Het is goed te doen maar moeten wel oppassen om niet te dicht langs de rand te komen wegens gevaar van wegzakken. De sneeuw is als het ware een brug over de beek.

Na de sneeuw langs het meer zijn het vooral grote rotsblokken die het lopen bemoeilijken, maar uiteindelijk komen we heelhuids aan de andere zijde. Verder wandelen we op een goed pad, de vallei in langs een riviertje tot aan de refuge de Vogéalle. Daar drinken we een bier en koffie en dan verder dalen, dalen totdat de knieën knikken. Bij een waterval even gerust. Wij beginnen ook uit te kijken naar een goede slaapplaats. Vijftig meter lager is er een bergweide. We installeren onze tent langs de beek.
s' Avonds zitten we bij de rand van het plateau met zicht op de Mont Ruan (3000 m) en de 800 meter lager gelegen vallei van de Giffre met zijn tientallen watervallen die vanuit de gletsjers van Ruan en Prazon gevoed worden.

Dinsdag: terug onder de mensen naar Sixt.

Die nacht dacht ik dat er een trein voorbij kwam. De logische verklaring krijg ik 's morgens vroeg toen Arthur als eerste de tent uit kroop en riep dat de beek weg is. Ik kom snel naar buiten en zie dat ook de waterval verdwenen is. Oorzaak: de kraan dichtgedraaid? een wonder? Of gewoon de smeltende gletsjersneeuw opnieuw bevroren. We wachten een tijdje tot de kraan daar boven opnieuw open gedraaid word. Uiteindelijk begint het wel te druppelen maar op stromend water wachten zou te lang duren.
Dus verder dalen naar Au bout du Monde. Onderweg komen we een groep padvinders tegen. Een van hen was een tiental meters naar beneden gevallen, gegleden, gelukkig niet dodelijk maar hij moet per helikopter geëvacueerd worden. Het is wel opvallend hoeveel jonge mensen in groep, hier tochten maken.
Maar wij dalen verder langs grandioze bergbeekjes tot in het dal bij de 'bron' van de Giffre, waar tientallen watervallen van de gletsjers naar beneden storten.

Een grandioze plek! Het eind van de vallei. Au bout du monde. Nu volgen we de rivier de Giffre. Het wordt ondertussen steeds drukker. We komen langs Cirque du Fer a Cheval en gaan naar het stadje Sixt. Daar doen we inkopen (fruit, kaas, wijn, joghurt) en eten voor de verandering eens in een restaurant.
Het is dan ook donker als we het stadje verlaten, op zoek naar een kampeerplaats. We passeren nog twee kleine dorpjes vooraleer wij aan de rand van een bosje een geschikte slaapplaats vinden.
We besluiten om onze tent niet op te zetten maar onder de blote hemel te slapen. Weinig geslapen, je voelt je toch wat bloot en onbeschut zo onder de sterrenhemel. 's Morgens ben ik dan ook vroeg wakker en profiteer er van om mij uitgebreid te wassen en om de overvloed aan orchideeën en andere planten te bestuderen.

Woensdag: van Sixt over Samoëns naar Refuge de Folly.

Inmiddels was het woensdag geworden, we lopen langs de oude bedding van de Giffre, een soort gorge (kloof). Wij ontmoeten daar een Nederlands echtpaar, die de Gr5-route wandelen. Het volgende stadje is Samoëns. Daar kopen we een filmrolletje, eten wat en dan op naar de volgende zware klim, Refuge de Folly. Eerst langs de rivier, dan zigzaggend omhoog, een pad met bijna dertig bochten, van 800 m naar 1558 m . Een oudere dame met een jong echtpaar klimmen op een fantastische manier naar boven, de Andes-vrouwtjes noemen we ze. Halfweg de klim wat gerust en gegeten. We hebben wel geen water meer en de brede diepe bedding van de beek ligt droog. In de Refuge de Folly drinken we dan ook een lekker bruin bier en een grote kom koffie, die door een opgewekt vrouwtje gebracht word. Ook hier is een groep jonge mensen aanwezig, die de volgende dag over de Glacier du Folly willen. Wij beslissen om richting Pointe Droite te trekken. Na nog zowat een uur klimmen slaan we ons kamp op. Een fantastische plek op zowat 1800 m hoogte met noordelijk van ons de bergketen Dents d'Oddaz en zuidelijk Tête à l' Homme (2132 m).
Alleen op de wereld. We eten er primitief maar wel smakelijk, een soort salade met gesneden paprika en andere groenten die al enkele dagen in mijn rugzak lagen te marineren of te fermenteren?

Donderdag: Combe du Puaires - Chalet de la Golèse.

We zijn weer vroeg op weg! Lopend op de Combe du Puaires, een licht stijgend plateau met grote vlakke rotsen en diepe kloven gevuld met sneeuw. Het oriënteren en klimmen wordt wel steeds moeilijker, we vinden geen pad meer, maar bereiken toch vlot de top van de Pointe Droite. (2503 m). Van hieruit hebben we weer zicht op het meer van Vogéalle (rechts) en Corne du Taureau en Pointe de la Golette ( links). Daar moeten we opnieuw overheen, maar eerst nog langs een rotskammetje naar beneden en langs een gruishelling naar omhoog, om bij het zigzag pad naar de col uit te komen. Aan de overkant van de col, in de afdaling moeten we enkele sneeuwveldjes traverseren. We helpen nog een onervaren groep met ons touw om veilig aan de overkant te komen. We zien er schijnbaar professioneel uit, al is het onze eerste serieuze bergtocht.

Beneden betekent hier dan Col de Bostan, nog steeds 2290 m. Het moeilijkste zit er voor ons nu op. Via Tête de Bostan dalen we met knikkende knieën naar Chalet de la Golèse, waar we van een heerlijke en welverdiende maaltijd genieten. Zeer vriendelijke eigenaars, we proeven gratis hun zelfgestookte Génépi, en mogen zelfs hun spierzalf proberen.
Bij de Drance de la Manche kamperen we. Kees en ik wandelen savonds nog even naar het volgende dorpje, Charny l'Erigué (richtingMorzine).

Vrijdag: Laatste klim en laatste afdaling.

De laatste wandeldag, we doen het rustig aan. Eerst verzamel ik nog wat planten, Arnica, Nieskruid en zaad van verschillende alpenplanten. Onze eerste halte is refuge des Mines d'Or, bij een visvijver, daarna moeten we toch weer flink klimmen, opnieuw naar Col de Cou (1920 m), nog even langs Col de Bretolet (1936 m) waar wolken kleine vliegjes dansen op de wind. Na de laatste beklimming nu ook de laatste afdaling. We zijn opnieuw op Zwitsers grondgebied en bereiken binnen een uur de auto.
© 2009 - 2017 Herborist, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Valgaudemar, vallei in het Franse EcrinsgebergteValgaudemar, vallei in het Franse EcrinsgebergteDe Alpen zijn het berggebied waar ik mij thuis voel. Alle natuurelementen zijn er in de juiste verhouding aanwezig. Diep…
Wandelen bij de col du LautaretBij de bekende col van Lautaret kun je niet alleen stevig fietsen maar ook mooi en zelfs gemakkelijk wandelen, waarbij j…
Refuge du Goûter - Herberg op Mont Blanc in de AlpenRefuge du Goûter - Herberg op Mont Blanc in de AlpenDe Refuge de Goûter is een herberg op de Mont Blanc. Vanuit de hotelkamers is er een fenomenaal uitzicht op de besneeuwd…
Wandelen naar de col de MontsetiWandelen in de bergen. Het genot en het gevaar van de natuur, je weg zoeken, moe en bezweet voelen dat je leeft. Vandaag…
Bergtocht rond Bric FroidNog steeds in het Franse natuurgebied de Queyras op de grens met Italïe. Alleen op de wereld maar dat is juist de bedoel…

Reageer op het artikel "Bergtocht bij 'Au bout du Monde'"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Herborist
Gepubliceerd: 11-04-2009
Rubriek: Reizen en Recreatie
Subrubriek: Reisverhalen
Schrijf mee!