'Geen gesleep met lichaam van Bob Marley'

'Geen gesleep met lichaam van Bob Marley'

Op doorreis in Montego Bay op Jamaica realiseer ik me dat ik nooit eerder zo dicht in de buurt ben geweest van het graf van de in 1981 aan kanker overleden ‘King of Reggae’, de legendarische Bob Marley. Omdat ik ook tijdens mijn paar dagen op het zonnige eiland een gerucht opvang dat ik het afgelopen jaar al vaker heb gehoord, namelijk het lichaam van Bob zou herbegraven worden in Ethiopië, ga ik op een middag richting de bergen. Nu wil ik het weten ook.

Zion, het Beloofde Land

De eerste vraag die zich opdringt is: waarom zou hij juist in Ethiopië begraven moeten worden? Het antwoord op die vraag is tamelijk eenvoudig. De Rastafari, een grote groep gelovigen waartoe ook Bob Marley behoorde, zien Ethiopië als het Beloofde Land, Zion, waarnaartoe alle zwarten zullen terugkeren. Deze groep gelovigen zien de in de zeventiger jaren overleden Haile Sellassie, als hun laatste keizer. Rastafari’s of ook wel Rasta’s, kleden zich in de kleuren van de vlag van Ethiopië: groen, geel, rood.

‘Rita Marley wil haar man herbegraven in Ethiopie’

Om mijn korte onderzoek te beginnen lijkt het mij het best om daarvoor een bezoek te brengen aan ‘Nine Mile’, de geboorte- en begraafplaats van Bob, die jarenlang het bekendste exportartikel van het eiland was. ‘Nine Mile’ ligt in het noorden van Jamaica, in een bergachtig gebied, en is niet gemakkelijk en zonder enig risico te bereiken. De rit erheen, en hopelijk ook terug, per taxi, kost me na het gebruikelijke afdingen vijftig U.S.dollars én bijna drie uur. Ook de taxichauffeur kent het verhaal van een mogelijke verplaatsing van het lichaam van Marley, en vertelt me dat de weduwe Marley, Rita, voorstandster is van een herbegrafenis van haar man in Ethiopië.

Eindelijk arriveer ik in ‘Nine Mile’, een heel klein dorpje met schamele woningen aan de voet van ‘Mount Zion’. M’n chauffeur schijnt de weg in het gehucht goed te kennen en stuurt z’n taxi foutloos door de smalle straatjes, voordat hij behendig door de kleine poort rijdt die toegang geeft tot het ‘heiligdom’ van alle reggae-fans: het mausoleum van Robert Nesta Marley, a.k.a. Bob Marley.

‘No pictures, no video please...’

Ik zie, terwijl ik naar de kassa loop om een kaartje te kopen, dat de grond waarop ik loop opvallend schoon is. Dit in tegenstelling tot het zwerfvuil en de rotzooi op straat, net buiten de poort. Het is duidelijk dat het schoonhouden van het met hoge hekken omheinde terrein serieus wordt genomen. Zoals ook het onderhoud van het gehele terrein en de gebouwen tiptop is. Het is duidelijk dat hier geld verdiend wordt.

Nadat ik me voorstel als toerist uit Nederland, krijg ik gids Jimmy, een echte Rasta, bij me. Ik vraag of het mogelijk is dat ik een snelle tour krijg. ‘No problem, man’, is het antwoord. Nadat ik even een snelle blik heb geworpen in het onvermijdelijke souvenirs-winkeltje, begin ik aan de snelle tour. Snelwandelend over het terrein laat Jimmy de belangrijkste plekken zien. Als ik mijn fotocamera uit mijn tas pak kijkt hij me even aan. ‘No pictures, no video please.’ Hij heeft liever dat ik foto’s in het souvenirs-winkeltje koop, vermoed ik. Ik neem toch zelf wat foto’s van onder andere het geboortehuis van Bob en de eenvoudige graven van z’n grootouders, die ook op het terrein zijn begraven. M’n gids laat het maar zo. Hij vertelt me dat Bobby eigenlijk is grootgebracht door zijn opa en oma. Zijn vader overleed toen Bob tien jaar was. Ook zijn moeder, een tienermeisje uit Afrika, kon niet voor hem zorgen. Z’n grootouders hebben toen die taak op zich genomen. Vandaar dat zij dicht bij hun kleinkind begraven liggen.' Zo wilde Bob het, althans volgens Jimmy, die zegt Bobby goed gekend te hebben. Omdat ik geen zin heb in gecultiveerde toeristenteksten, ga ik hier niet op in, maar ik vraag hem naar het gerucht van een mogelijke herbegrafenis in Afrika.

‘Bob blijft op Jamaica!’

‘Ya man, dat verhaal kennen we allemaal hier.’ Al wandelend legt m’n gids uit dat er meteen na Marley’s dood krachten loskwamen bij de Rastafari’s, het geloof waartoe hij behoorde, om hem in Ethiopië te laten begraven. Dat is toen niet gelukt. Maar de Rasta’s, volgens Jimmy, zijn altijd blijven hopen. Toen de vijfentwintigste verjaardag van Bobs dood in zicht kwam, een paar jaar geleden, werd dit door hen aangegrepen weer een serieuze poging te wagen om het lichaam te laten verhuizen naar het Beloofde Land. Zij kregen daarbij de steun van Rita Marley, een overtuigde Rasta. Jimmy herinnert mij er fijntjes aan dat Bob aan het eind van zijn leven op weg was naar Jamaica om te sterven, en niet naar Ethiopië.

Het is dus niet alleen een gerucht geweest. Er zijn wel degelijk serieuze pogingen ondernomen om Marley uit Jamaica weg te halen?

‘Ya man, maar dat lukt nooit. Dat is écht definitief van de baan. Bob blijft op Jamaica! Geen gesleep met zijn lichaam!'

Als ik vraag naar de rol van Rita, dan is mijn gids uit respect voor haar minder spraakzaam, maar uiteindelijk wil hij er toch wel wat over kwijt.

‘Zij heeft een voortrekkersrol gespeeld bij de pogingen om Bob van het eiland te krijgen. Lange tijd zag het er dan ook naar uit dat Rita, dat was toch zijn vrouw nietwaar, het voor elkaar zou krijgen om hem in Ethiopië met groot ceremonieel vertoon te laten herbegraven. Maar onze regering in Kingston heeft toen gezegd geen toestemming te geven om Jamaica’s nationale held uit het mausoleum te halen. Dat zou grafschennis zijn. Daarmee was het verhaal in feite over’, legt Jimmy uit. Hij wijst op zijn lange rastakrullen, die tot op zijn kont vallen: ‘Grijze haren heb ik ervan gekregen, man.’ Hij moet zelf lachen.

No woman, no cry

Intussen zijn we aangekomen bij het gebouwtje met de stoffelijke resten van de reggaelegende. Overigens ligt de Rasta-icoon niet moederziel alleen in het mausoleum. Ook zijn broer is daar bijgezet nadat, vermoedelijk tijdens een drugsdeal, politiekogels in Miami een eind aan zijn leven maakten.

Nadat ik m’n camera’s verplicht heb achtergelaten op een tafeltje met bewaker, krijg ik toegang tot de ruimte waar Marley ligt. Ik stap over de drempel en sta in een schemerige ruimte met in het midden een enorme stenen grafkist. Worden gewone stervelingen als u en ik ‘nine feet under’ begraven, niet Bob Marley. Die ligt ‘nine feet above’ de grond. Terwijl m’n ogen nog wennen aan de donkere omgeving, besef ik ineens dat ik slechts op een meter afstand sta van de man die in 1977, met z’n bevlogen uitvoering van ‘No woman, no cry’ in het Rainbow Theatre in Londen, de wereld stormerhand veroverde en daarmee reggae definitief een plek had gegeven op de muzikale landkaart. Ik kijk de ruimte rond en zie behalve de Jamaicaanse- ook de Braziliaanse vlag. De muren hangen vol met lijstjes met foto’s en tekeningen. Ook liggen er gebruiksvoorwerpen van de muzikant, althans dat is wat Jimmy beweerd. Het zou best zo kunnen zijn. Ik zie onder meer een voetbal, voetbalkousen en een Braziliaans voetbalshirt. Er branden wat kaarsen en ik ruik wierook. Verder valt het mij op dat het doodstil is in het ongeveer veertig vierkante meter grootte gebouwtje. Het zonlicht dwarrelt verstrooid door het gele glas-in-lood venster de ruimte in. Ik heb genoeg gezien en loop naar de deur. Eenmaal buiten vraag ik m’n begeleider hoeveel toeristen ieder jaar zijn graf bezoeken. Hij zegt de exacte cijfers niet te kennen, maar hij schat het aantal op tienduizend. Vermenigvuldig dat met een handvol U.S. dollars voor entree én de opbrengst van het souvenirswinkeltje, en je komt toch al snel uit op een voor Jamaicaanse begrippen astronomisch bedrag. Bedenk dat de biljetten van hun eigen munteenheid, de Jamaicaanse dollar, niet worden geteld, maar gewogen. Jimmy lijkt mijn gedachten te raden.

‘Bobby zou het zo gewild hebben...’

‘Kijk man, zoals Bob tijdens zijn leven zo veel mogelijk mensen in zijn omgeving liet meegenieten van zijn financiële succes, zo zorgt hij nu nog steeds voor enige welvaart in het leven van veel families hier en elders. Er worden goede dingen gedaan met dat geld’. Hij wacht mijn reactie af. Ik zeg niets. ‘Bobby zou het zo gewild hebben’, zegt Jimmy als ik afscheid neem en hem met vijf U.S. dollars bedank voor de rondleiding. De Rasta lacht zijn spierwitte tanden bloot: ‘No problem man’.

Ik stap in de taxi en begin aan de lange en hobbelige reis terug. Maar voordat het uit m’n gezichtsveld verdwijnt kijk ik nog één keer om naar ‘Nine Mile’. De geboorte- én definitieve rustplaats van Bob Marley.
© 2009 - 2012 Iggy, gepubliceerd in Reisverhalen (Reizen en Recreatie) op . Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Iggy is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…

Gerelateerde artikelen
Bob Marley, voordat hij muzikant werd Het vroege leven van Bob Marley, maar weinig mensen weten iets over het leven van B…
Sizzla Kalonji (reggae-artiest) Sizzla (Miguel Orlando Collins, St Mary, 17 april 1976) is een Jamaicaanse reggae-artiest…
Hippies, Punkers, Skinheads, Rasta's en Disco's rond 1975 In de jaren ’50 begonnen jongeren zich af te zetten tegen de ma…
De band Superheavy: verschillende muziekstijlen in één De band Superheavy is opgericht door Mick Jagger. Zi…
Jamaica – Stranden en excursies Jamaica, het land van de reggae en de rum. Een land in de Caribean met vele mooie strande…

Reageer op het artikel "'Geen gesleep met lichaam van Bob Marley'"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.
Infoteur: Iggy
Rubriek: Reizen en Recreatie / Reisverhalen
Schrijf mee!