InfoNu.nl > Reizen en Recreatie > Reisverhalen > West Australië: Tussen Monkey Mia en Monkey Rock

West Australië: Tussen Monkey Mia en Monkey Rock

West Australië: Tussen Monkey Mia en Monkey Rock Australië is ver weg en onze verwachtingen van een piepjonge westerse cultuur - wat valt daar nu te ontdekken? - maakte dat het bij ons niet boven aan ons lijstje van favoriet reisbestemmingen, zeg maar onze bucketlist, stond. Toen familie ons echter tot drie keer toe vroeg wanneer zij nu eens aan de beurt waren, konden we deze hartelijke uitnodiging niet meer met goed fatsoen afslaan. Een familiebezoek, familie die je zelden ziet, dat was ook iets anders. Bovendien blijkt dat West Australië bekend is om zijn keur aan wild flowers. Wij zijn om! We besluiten een weekje familie in te bedden tussen twee weekjes met de camper naar het noorden en zuiden van Perth.

West Australië in drie weken

We zouden ons beperken tot het gebied rond Perth en ons richten op de natuur en dan vooral de wilde bloemen waar West Australië om bekend staat. We wilden ook echt onze familie bezoeken en hen niet alleen als excuus gebruiken. Daarmee bleven er nog drie weken reistijd over. Was dat geen gekkenwerk? Hoeveel zou je kunnen zien in zo’n korte periode? Bij het enthousiast doorspitten van reisgidsen legde ik in enkele minuten ongemerkt duizenden kilometers af terwijl beam-me-up-Scotty nog lichtjaren verwijderd leek.

2WD of 4WD

Hoe zouden we het beste die afstanden kunnen afleggen? Met een auto langs hotels en pensions trekkend of met een camper langs campings? Zouden we een 2WD of een 4WD nodig hebben? Kon je vanuit een of twee punten de omgeving verkennen of moest je van plek naar plek trekken? Kon je een lus leggen of moest je dezelfde weg ook weer terug rijden? En als we niet alleen maar in de auto wilden zitten, was het dan ook nog mogelijk om lange afstanden te wandelen? Reisgidsen bedelven je onder een massa informatie, maar het blijft abstract. Je moet zelf de lijntjes trekken tussen de diverse bezienswaardigheden. Op het moment zelf beslis je toch het beste hoe lang de afstanden zijn die je bereid bent af te leggen. En de meeste vrijheid heb je als je ter plekke kunt beoordelen of iets de moeite waard is of niet. We vertrokken dus met een vaag idee en waren blij dat we eerst bij familie konden acclimatiseren.

marathon-film-voorstelling

Hoe vroeger je boekt, des te goedkoper de vlucht, tenzij je de gok van een last minute wilt wagen. In januari vonden we een betaalbare vlucht voor half oktober met Emirates via Dubai naar Perth; een heerlijke marathon-film-voorstelling (zelf kiezen wat je wilt zien) voorzien van smakelijke maaltijden en drankjes. Drie nachten later waren we de jetlag de baas.

Eerste kennismaking

In de tussentijd wandelden we door één van de vele parken in de buitenwijken van Perth, maakten een fietstocht door de duinen naar Burns Beach (kregen op de terugweg een lekke band en liepen drie uur naar het dichtstbijzijnde trein-station), bezochten het gecultiveerde Kings Park, treinden naar Fremantle om ons op de hoogte te stellen van het niveau van moderne kunst en de enorme variatie aan aboriginal art, en kochten op de Aziatische weekendmarkt groenten en fruit in. Want intussen was tot ons doorgedrongen dat Australië de plek bij uitstek is om met een camper te bereizen. Aangezien de zomer in het noorden begint, richtten we ons daar het eerst op. Onze eerste kennismaking was zeer geslaagd. De reis kon beginnen!

Ruige outback

Het woeste binnenland van Western Australië strekt zich uit langs de Indische oceaan, met duinen, bijzondere rotsformaties en ongerepte bossen. De ruige outback begint al snel ten noorden van Perth. Over een afstand van 1.000 km strekken slechts enkele eenbaanswegen zich uit tussen een handvol vissersplaatsjes, één stad en twee roadhouses. Het asfalt is van goede kwaliteit en regelmatig voorzien van een rustplaats, al dan niet met toiletten (maar altijd schoon en mèt toiletpapier!). In de lente kun je hier nog het beste rijden, omdat bloeiende bomen en struiken het eentonige groen doorbreken. Af en toe duikt een karrenspoor de wildernis in naar een onzichtbare boerderij.

Kilometervreters

De eerste dag reden we 360 km naar Port Denison en Dongara. Via Geraldton (65km) ging het verder naar Red Bluff (152km), waar we twee dagen bivakkeerden. Na Kalbarri National Park werd de outback pas echt menens; 270 km naar Hamelin, 105 km naar Denham en een schier eindeloos golvende 30km naar Monkey Mia, onze meest noordelijke bestemming.

Kosteneffectief en relaxed
De 985km terug legden we grotendeels over dezelfde weg af omdat we anders ver het droge lege binnenland in hadden moeten trekken. Wel deden we ander plaatsjes aan; Northampton voor de lunch, Greenough voor de overnachting na 554km en Nambung National Park 238km zuidelijker, vanwege de Pinnacles. Tenslotte was het nog 225km naar Perth. Alles bij elkaar hadden we voor het noorden acht dagen nodig. Dat was misschien weinig, maar doordat de wegen praktisch uitgestorven zijn en 90 km per uur de meest kosteneffectieve snelheid is voor een camper, is van stress geen sprake. Hoogstens raak je in de war van grote dode beesten in de berm. Daarom rijd je overdag; in de schemering springen de kangoeroes tevoorschijn en die wil je niet tegen je bumper of erger nog: onder je auto krijgen.

Kleurenpracht

Bossen, heuvels en veel wind. We volgen de eenbaansweg tot de afslag Gingin en passeren drie dode kangoeroes. Overvallen door een hevige stortbui krijgen we geen kans om veel van Juriën te zien, maar het lijkt niet veel meer dan een badplaatsje in ontwikkeling. Onze twijfel, of we op de heen- of terugweg de Pinnacles zullen bekijken, wordt door het slechte weer weggenomen. We rijden verder. Langs lage geelgroene struiken, bomen met pluizige bollen en een tapijt van gele bloemetjes; inderdaad een goede plek om bijen te houden! Kale grijze stammen en takken onder een grasgroene parasol. Het land is al gehooid. Paarsblauwe bloemblaadjes, zwarte en donkerbruine koeien tegen geel land. Vlammend oranjegroene struiken, witte duinen, rode aarde.

Moreton Bay Fig trees

De camping van Port Denison ligt vlak bij de eenvoudige vissershaven. We nemen het voetpad door de duinen richting Dongara, 4km verderop. Een stadje van bijna niks (2.000 inw.), waar langs de hoofdstraat de Moreton Bay Fig trees imponeren met hun 3 á 4 mans wijde omtrek.

Uitgestrekte leegte

Wijds uitzicht over akkerbouw. Glooiende velden met bosjes her en der. In deze uitgestrekte leegte trapt een dappere vrouw op haar sportfiets ons tegemoet. De Merinosschapen zijn al geschoren. Felroze bermbloempjes lachen ons toe. Velden doortrokken van paars. Lichtgeel gepluimde bomen.

Nederlandse ontdekkers

Geraldton is de enige echte stad - met 20.000 inwoners - die we noordwaarts zullen tegenkomen. Een langgerekte havenstad met strakke nieuwe architectuur. Het Western Australian Museum Geraldton bewaart de relieken van de Batavia en de Zuytdorp, schepen van de Oost Indische Compagnie die in de 18e eeuw bij de Abrolhos eilanden tegen de rotsen stuksloegen. Het moderne hangarachtig gebouw staat pal aan de spiksplinternieuwe jachthaven. Bij sfeerverlichting leer ik dat Australië zeer waarschijnlijk door twee Nederlanders ontdekt is! Ze overleefden de schipbreuk, maar hebben de ontdekking van het onbekend continent niet kunnen claimen.

Meegevochten in Europese oorlogen

Behalve een in opbouw zijnde expositie van verrassende hedendaagse Australische kunst in het voormalige stadhuis uit 1907 bezoeken we nog de heilige Francis Xavier Kathedraal uit dezelfde tijd. Van binnen is de enige kathedraal in W.A. gewaagd opgetrokken uit lagen oranje en grijze steen. Vanuit de benedenstad frappeert de opengewerkte zilveren koepel van wat een gedenkteken zal zijn; daarvan hebben we er al vrij veel gezien. Ik wist niet dat de Australiërs in onze Europese oorlogen meegevochten hebben; vrijwillig nog wel! Al was dat voor veel jongens niet zozeer een keus als wel de enige manier om aan de armoede te ontsnappen.

Memorial

Behalve gedenktekens zie je in parken en natuurgebieden ook naamplaatjes op bomen en bankjes die hun bestaan danken aan de nagedachtenis van een gesneuvelde soldaat. “Hebben jullie dat prachtige memorial met die zilveren zeemeeuwen ook gezien?” Vraagt mijn tante later. Hebben we wat gemist? De bemanning van de HMAS Sydney die in 1941 door een als Nederlands koopvaardijschip vermomde Duitse torpedoboot tot zinken gebracht werd, was dezelfde die een jaar eerder nog door Sydney paradeerde om de overwinning op een Italiaans schip bij Kreta te vieren. Ja, dat is wrang.

Delfstoffen

61 Km voor Kalbarri begint een zeer langgerekt meer parallel aan de glinsterende oceaan. Rechts van de weg wordt iets afgegraven. Western Australië is de rijkste van de vijf deelstaten door zijn veelheid aan delfstoffen. Het nationale park kenmerkt zich hier door zijn ruige, lage begroeiing, witte pluimen en dikke oranje toortsbloemen van de Banksia.

Red Bluff

Op de pretentieloze camping van Red Bluff parkeren we tussen de eucalyptusbomen. Over grillig rode steen zoeken we een weg richting oceaan voor het duister invalt en staan plotseling oog in oog met onze eerste levende kangoeroe. Tegen een vlammende zonsondergang vissen jongens op het witte strand in de branding. De volgende ochtend lopen we over het betonnen voetpad tussen de begroeide duinen naar Kalbarri. Onwerkelijk bescheiden voor zo een toeristische attractie van formaat, bestaat het grotendeels uit (vakantie)woningen en een handjevol winkels en restaurants. Een blik op de brede ondiepe baai roept een beeld op uit de 50-er jaren, compleet met verflenste kleuren. Een baggerschuit diept de geul naar de oceaan verder uit en dumpt het zand op het barre eiland aan de overkant.

Weinig wandelroutes

Bij het toeristenbureau informeer ik naar wandelroutes. Dat valt tegen. Door het park lopen alleen onverharde wegen voor 4WD. Naar de spectaculaire uitzichten over de Murchison rivier is het 20km; te ver om te lopen. Een dagtoer van 8.00 uur tot 16.00 uur, inclusief wandeling van 8 km, kost 56$. Zullen we dan een 4WD huren? Dat vind ik van de zotte. Laten we liever voor de wandeling langs de rotskust ten zuiden van Red Bluff kiezen. Een kunstenares die we in Fremantle spraken verbaasde zich er over dat iedereen en masse naar Kalbarri NP toog en Red Bluff, volgens haar veel interessanter, over het hoofd zag.

Wilde bloemen

We brengen de middag door in een uitgebloeid Wildflower Center. Voor de wilde bloemen moet je veel vroeger komen, blijkt: van juli tot september. Slechts enkele bloeien in oktober / november. Rainbow Jungle maakt alles goed. Hier broeden papegaaien, kaketoes en andere bonte vogels. Sommige vliegen ‘vrij’ rond binnen een beschutte exotische ruimte.
De meeste zijn opgesloten in grote kooien tussen palmen en andere exotische planten.
Het lijkt met nog een heel karwei om alle gekooide vogels te voorzien van vers fruit en zaden. De oprichters hebben dit paradijsje eigenhandig gemetseld met muurtjes en arcades van grove, rode keien en vijvers gevuld met waterlelies en goudvissen.

In gevangenschap geboren

Tekstbordjes vertellen over het karakter en het al dan niet bedreigd zijn van de vogels. Sommige kunnen, in kolonies levend en fruit etend van plantages en boerderijen, een ware plaag vormen. Alle vogels zijn in gevangenschap geboren en zouden daarbuiten niet overleven. De meeste stammen uit Australië.

Zandgesteente

Terug op de camping begint het te miezeren terwijl de wind aan de camper rukt. Na de lunch is het alweer droog en we beginnen onze wandeling vanaf Red Bluff Lookout naar Mushroom Rock en Rainbow Valley. Pot Alley Gorge bereiken we pas na een stuk over het verharde voetpad. Het zandgesteente is door water en wind prachtig vervormd, het lijken wel minuscule grotwoningen. Het is een heerlijke, verfrissende wandeling met af en toe een buitje. Zuidelijker liggen nog vier kloven, alleen via de weg bereikbaar. Helaas is dat nog ver en het voetpad houdt plotseling op.

Pelikanen voederen

De volgende dag moeten we vroeg op als we het voederen van de pelikanen in het binnenwater van Kalbarri willen meemaken. De voederplaats is herkenbaar aan een houten hekje in hoefijzervorm met pal daarachter bankjes. Enkele pelikanen zijn al in de buurt, maar waar is de vis? Dan komt een rond vrouwtje in felblauw jack en tricot broek, haar ogen verscholen achter een maffioso bril, met een emmertje aangelopen, microfoon in de hand.
College van een vrijwilligster
Als alle toeristen zich braaf achter het hekje hebben verzameld steekt ze van wal en blijft 20 minuten aan het woord. De pelikanen wachten op een afstandje, soms ruziënd als één van hen brutaal en ongeduldig onrust stookt. De vrijwilligster praat onverstoorbaar verder terwijl ze met haar emmertje zwaait. Een puber loopt met zijn camera in de aanslag achter haar langs op de vogels af. Ze deinzen terug. Ik houd mijn adem in. De vrouw laat zich dit moment van gekluisterde belangstelling echter niet ontnemen. Ik kan het niet langer aanzien en roep: “Hé!” “Wat gebeurt er?” vraagt de vrouw, zonder zich om te draaien. Iemand antwoordt: “Hij jaagt de pelikanen weg”. De jongen trekt zich verongelijkt terug: “Ik wil ze alleen maar fotograferen”.

Dode kangoeroes

Door het park rijdend bereiken we toch nog twee uitkijkpunten over de Murchison rivier. Het miezelt, maar alleen als we in de auto zitten. Vlak voor de grens van het park deint een grauwe emoe de weg over. Op de snelweg komt ons een ligfietser tegemoet en passeren we drie dode kangoeroes, een witte geit, een plat zilverblauw reptiel en we herkennen nu twee roodstaartkaketoes! De aangereden kangoeroes bieden een schrikwekkende aanblik. De prachtige beesten liggen soms ruggelings met hun poten als uitroeptekens in de lucht. Van enige bebouwing valt niets te bespeuren. Na een paar uur duikt Billabong roadhouse op, en 26km verder Overlander roadhouse waar we moeten tanken om Denham te kunnen bereiken. Het is ook echt niet meer dan dat: een roadhouse. Nauwelijks weer en route spot ik een aarzelend roodharig vosje in de berm. De weg over het schiereiland golft op en neer, met lage bosjes aan weerszijden zover de blik reikt. Geen huis, geen zee, niets. Alleen de wind die je zachtjes wakker schommelt. Op de heuvels hoor ik op de radio nog net dat: “…Einstein al op zijn 26e de relativiteitstheorie ontdekte”. In de dalen is er alleen ruis.

Bouwstenen van schelpjes

Door het voorwerk dat ik gedaan heb, weet ik van de schrijfster Robin Davidson van een wit schelpenstrand en van bouwmateriaal bestaande uit blokken samengeklitte schelpjes; ik kan me daar geen voorstelling van maken dus nemen we de afslag naar Hamelin bay. Het is een heel bijzonder gezicht die, in de witte bodem deels uitgezaagde blokken. Wie niet beter weet zou juist denken dat het om een ruïne gaat. Verder naar het water trekt iets anders onze aandacht: stromatolieten. In één van de twee diepe inhammen van Shark Bay gedijen al 3000 jaar sedimenten gevangen in films van cyanobacteriën. Deze donkere stompen kolonies liggen uitgestrooid verankerd in de ondiepe zeebodem; het ideale leefklimaat voor een levensvorm die 600 miljoen jaar geleden dominant was op aarde en die, naar we op de borden lezen, door de eeuwen zoveel zuurstof geproduceerd hebben dat tenslotte ook wij hier levensvatbaar waren. Ik krijg alweer wat meer respect voor de geschiedenis van Australië.

Parelvissers

Denham is van oorsprong een parelvissersplaatsje en die sfeer ademt het nog. Onze camping heeft prachtig wit schelpenzand en ligt pal aan de oceaan. Voor één van de vakantiehuisjes passeren we een wel heel bijzonder huisdier: een walibi, een kleine kangoeroe, die ons glashard negerend, om zich heen blikt alsof hij/zij op iemand wacht om samen boodschappen te gaan doen of omdat het eten op tafel staat. In het dorp zijn drie exemplaren in een voortuin alvast begonnen. Het gras uit hun voorpoten kauwend, houden ze ons over de schutting heen in de gaten. Het Anglicaanse huiskamerkerkje is gebouwd van blokken geklitte schelpjes uit Hamelin. De deur staat uitnodigend open. Op een tafeltje ligt een stapel Bijbels klaar voor de zoekende toerist.

Dolfijnen

Vanochtend om 8.00 uur hebben we een andere belangrijke toeristische attractie aanschouwd: het voederen van de dolfijnen in Monkey Mia. Ze zijn nogal klein; kleiner dan elders. De vrouwtjes zwemmen naar de kust en vlak langs je en spelen met elkaar. Ze waren niet bijzonder in de vis geïnteresseerd. De echte attractie waren wij: in een lange rij stonden we tot de knieën in het water. Verboden de dieren aan te raken! Je doet gekke dingen op vakantie! Intussen kregen we alweer college van een vrijwilligster. De rest van de ochtend liepen we over het strand en over het rode zand achter de smalle duinrug terug. Hier bloeit meer dan in het Wildflower Center: paars, roze, wit, geel; klein maar intens van kleur. Ook de turkooizen oceaan steekt prachtig af tegen de rode aarde.

Educatief centrum

Monkey Mia bestaat bij de gratie van de dolfijnen en is niet meer dan een educatief centrum, een handvol souvenirwinkeltjes en een restaurant. Binnen bevindt zich het nest van een zwaluw die driftig aan en af vliegt om haar jonkies te voederen. De naam Monkey Mia is waarschijnlijk terug te voeren op de parelvissers die apen als gezelschapsdier hielden. Een andere verklaring luidt dat de schapen die van hier verscheept werden monkey’s genoemd werden. Mia is het aboriginal woord (in de taal van deze streek) voor plaats. De karrensporen van het schapentransport over de ondiepe zeebodem naar de schepen zijn een eeuw later nog zichtbaar in Hamelin Bay!

No worries mate

Voordat we de volgende ochtend in alle vroegte de lange terugreis aanvangen, wil ik de nieuwe thermoskan terugbrengen die voor geen meter aan onze verwachtingen voldoet. Als ik de tekst beter lees blijkt hij weliswaar niets teveel te beloven: keeps your drink warm longer, toch verwacht ik dat het net als in de VS mogelijk zal zijn aankopen te retourneren zonder bon en zonder geldige reden (ik heb allebei). Die Aussies zijn zo gemakkelijk ingesteld… Dat valt tegen. Ik moet de fles aan de fabrikant terugsturen, die is verantwoordelijk, niet deze arme winkelier. Of ik nou toerist ben of niet. Daar helpt geen soebatten aan. Het is duidelijk: Australië is geen VS.

Vriendelijk

Northampton, een ingedut wild west stadje is onze lunchstop. Gewend als ik inmiddels ben aan de aardige Australiërs knik ik vriendelijk “hello” naar een ander stel dat stevig op de robuuste kerk afstapt. De man scheert rakelings voorbij, de vrouw kijkt me aan zonder een krimp te geven; vast Nederlanders. Australiërs zijn over het algemeen zo vriendelijk dat je er een goed humeur van krijgt. Wildvreemden zeggen je hartelijk goedendag of lachen naar je. Op het fiets-/wandelpad bedankt de fietsende schooljongen je als je voor hem aan de kant gaat. En ook als je in de supermarkt uitwijkt voor een stel opgeschoten jongens krijg je een bedankje!

Heritage trail

Om drie uur bereiken we enigszins vermoeid de camping van Greenough. Er is hier zowaar een erfgoedwandeling, niet van 2, niet van 6, maar van 17 km! We willen hem graag lopen, maar redden we dat? Het pad volgt de slingerende rivier en ergens moeten we die oversteken. We vergissen ons in het pad en dan verliezen we nog tijd doordat ik zo nodig alle educatieve bordjes wil lezen. Als ik besef dat we zo nooit de hele route kunnen lopen is het al te laat. De schemering kan elk moment inzetten, het pad is niet altijd aangegeven en het kaartje is te summier. Twee uur later is er nog steeds geen spoor van een brug of enige andere overgang. Ik begin moe te worden en zie het niet zitten om in ons nerveuze tempo en in het pikkedonker een onbekend pad te moeten zoeken. Ik keer om en na een poosje vruchteloos zoeken geeft ook mijn maatje het noodgedwongen op. Anderhalf uur later bereiken we de camping.

20.000 jaar geschiedenis

Waar blijft Greenough Hamlet? Het plaatsje ligt al een poosje achter ons als we de afslag naar het oorspronkelijke emigrantendorp uit 1860 zien. Het is nu een openluchtmuseum met twee kerkjes (Anglicaans en RK), een schooltje, een gemeenschapshuis, een politiebureau met gevangenis, en de huisjes van een geestelijke, een familie en een paar nonnen. De rest akkerde ver in het hinterland. Vergeelde foto’s en dagboeknotities in krullerig handschrift roepen een goed beeld op van het gemeenschapsleven in die dagen. Terug in de tegenwoordige tijd pakken we de draad op naar onze laatste attractie: De Pinnacles.

Pinnacles

Pas 19km diep in Nambung NP strekken zich plotseling duizenden rotsformaties - enkele tot 5m hoog - uit over enkele vierkante kilometers fijn geel zand. Zeevaarders in de 18e eeuw dachten met de ruïnes van een stad te maken te hebben. Meer down to earth is de verklaring dat de oorsprong van deze grillige stompen tot 20.000 jaar zou teruggaan. Men denkt dat scheuren en gaten, veroorzaakt door plantenwortels, opgevuld werden door harde kwartskalksteen. Nadat vegetatie en zandlagen erodeerden waren de Pinnacles een feit. Een smal pad gemarkeerd door kleinere stenen slingert 6 km door het gebied; hoe dan ook een bizar fenomeen.

Bedolven onder informatie

“Hebben jullie 'Nature’s Window’ niet gezien? Maar dan heb je het belangrijkste gemist!” Roepen oom en tante geschokt uit als ze ontdekken dat we niet tot de essentie van Kalbarri NP zijn doorgedrongen. Ze kunnen er maar niet over uit: “We hebben jullie nog zo gezegd dat je met de camper ook op onverharde wegen kunt, die zijn hard genoeg!” Er blijkt, net als in Nederland, geen reden om in Australië met een 4WD rond te rijden: “Dat is alleen maar show en zeker niet omdat de wegen te slecht zijn.” Het is niet zo dat we nu maar even terugrijden om dit natuurwonder alsnog te beleven. “Wat we wel gezien hebben was mooi genoeg”, is het enige dat ik er tegenin kan brengen. “Hoe had dat kunnen gebeuren? Je had toch een reisgids bij je?” Jazeker, en onderweg zijn we bedolven onder de toeristische informatie. Het was gewoon teveel. Je kunt dat onmogelijk allemaal lezen, dan kom je niet meer toe aan ook nog dingen bekijken. Ze hadden ons verder zoveel tips gegeven, we wisten het gewoon niet meer. Pech. Op onze volgende etappe zullen we beter opletten.

Literatuur

  • The songlines, Bruce Chatwin: over de cultuur van de Aboriginals;
  • Zuiderkruis, Pauline Slot: een roman;
  • Sporen in de woestijn, Robyn Davidson: een verslag van haar tocht met vier kamelen door de Australische woestijn;
  • Voss, Patrick White: waarin de (latere) Australische Nobelprijswinnaar White de mislukte expeditie in 1845 beschrijft van ontdekkingsreiziger Johann Ulricht Voss door de binnenlanden van Australië waarbij bijna alle deelnemers op soms gruwelijke wijze om het leven komen.

Alle afbeeldingen van de infoteur

Lees verder

© 2008 - 2017 Stine, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Camper kopen: Waarop letten en wat kost een kampeerauto?Ook wel eens jaloers op mensen met een eigen camper? Vrij om te gaan en staan waar je wilt en altijd je eigen huisje bij…
Camper huren of kopen? Nieuw of tweedehands?Camper huren of kopen? Nieuw of tweedehands?Met een camper op vakantie. Een camper huren of kopen, voor velen is het al jaren een droom om ooit eens met een camper…
Autovakantie in Kroatie en IstrieKroatië is een ideale reisbestemming indien u van een autovakantie houdt. Het land is vlot bereikbaar een heeft een grot…
WK voetbal 19741974 is het jaar dat West-Duitsland de kans krijgt om het Wereld Kampioenschap voetbal te mogen organiseren. Dit jaar zi…
Geld lenen voor een camper of mobilhome via de camperleningGeld lenen voor een camper of mobilhome via de camperleningBen je een beetje avontuurlijk van geest en hou je toch van comfort, dan is de camper of mobilhome voor jou. In een camp…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Eigen afbeelding
  • Diverse reisgidsen en ter plekke verzamelde toeristeninformatie

Reageer op het artikel "West Australië: Tussen Monkey Mia en Monkey Rock"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Stine
Laatste update: 26-05-2017
Rubriek: Reizen en Recreatie
Subrubriek: Reisverhalen
Special: Vakantie
Bronnen en referenties: 2
Schrijf mee!