Banff National Park

Banff National Park

Bij het landen van het vliegtuig hangen wij boven Calgary, Alberta al voor het raampje en wijzen enthousiast naar de indrukwekkende keten van bergen die ons lonken. Als wij de volgende dag vanuit Calgary richting de Rocky Mountains rijden, zijn we in een staat van grote verwachting naar de schoonheid en kracht die deze bergen al van een afstand uitstralen. We zullen niet teleurgesteld worden.
De Canadian Rockies stelen ons hart. De met sneeuw bedekte toppen, de groenblauwe meren, de uitgestrekte bossen en de indrukwekkende gletsjers zorgen ervoor dat we constant weer worden verrast met prachtige uitzichten. We kunnen er geen genoeg van krijgen.

Banff National Park

We beginnen bij Banff National Park, het oudste National Park van Canada en samen met de aangrenzende parken Jasper, Kootenay en Yoho verklaard tot UNESCO World Heritage Site.

Voordat we Banff National Park bereiken, stoppen we in het schattige plaatsje Canmore. Daar drinken we een heerlijk lokaal gebrouwen biertje bij de Grizzly Paw Pub & Brewery. Het is april en we zitten heerlijk in de zon op een terrasje. We hebben bewust voor deze periode (april/mei) gekozen omdat we de drukte wilden vermijden die volgens lokale bewoners begint rond het derde weekend van mei en haar hoogtepunt bereikt in juli en augustus. Maar we hadden van tevoren niet kunnen weten dat we zo zouden
boffen met het weer. Steeds weer zullen we tijdens onze reis te horen krijgen wat een geluk we hebben. Wij genieten in ieder geval volop van een koud biertje in de zon en komen later super relaxed aan bij de High Country Inn in het stadje Banff. Zo genoemd naar Banffshire in Schotland, de geboorteplaats van de oprichter van het wereldberoemde Bannf Springs Hotel. Het is een schattige Inn waarvan alle kamers mountain view hebben en ongeveer 5 minuten lopen van het centrum ligt. ’s Avonds lopen we dus lekker door het centrum waar we het afwisselende aanbod van winkels bekijken en een hapje eten in één van de vele restaurants. Voor elk wat wils.

Marshall Loop

Banff is een gezellig stadje en telt ongeveer 7000 permanente inwoners. Gedurende het hoogseizoen loopt het aantal bewoners op vanwege de vele seizoensarbeiders die hier versterking komen bieden. Gedurende de tijd dat we de High Country Inn tot onze verblijfplaats maken, vervelen we ons allerminst.
Natuurlijk gaan we hiken. Zo nemen we bijvoorbeeld de Marshall Loop trail. Niet dat we veel keuze hebben op dat moment. Op ons vertrekpunt gaan er ook paden naar Sundance Canyon, maar die zijn afgesloten omdat poema’s daar met hun jongen zitten en beter niet gestoord kunnen worden. Dit zullen we vaker tegenkomen, want beren bijvoorbeeld hebben jonkies in deze tijd van het jaar en zijn dan erg alert. De Marshall Loop is verlaten en stiekem ga ik mijn hoofd over de verschillende tips betreffende wat te doen als je een beer, poema, wolf of iets anders tegenkomt. De National Park Service laat geen gelegenheid onbenut om hiervoor te waarschuwen en met reden.

Elk jaar gebeuren er toch weer ongelukken. Voornamelijk met toeristen die de waarschuwingen rondom de dierenpopulatie van de Rockies niet serieus nemen. Zo dien je minstens 100 meter afstand te houden tussen jezelf en beren, poema’s en wolven, en minstens 30 meter bij elanden, herten en geiten. Dus een telelens op je fototoestel is geen overbodige luxe. Er is nog meer te onthouden voor het geval je in aanraking komt wildlife. Sowieso is het handig om te praten en zingen tijdens het wandelen; mochten ze je niet ruiken of voelen, dan horen ze je aankomen en zal de kans op een verrassingsaanval verkleinen. Er zijn ook zogenaamde berenbellen verkrijgbaar, maar deze schijnen niet zo effectief te zijn. Mocht je toch oog in oog komen te staan met een beer, dan is het het beste om kalm te blijven en rustig achteruit te lopen. Lijkt het toch op een aanval uit te draaien, dan kan het helpen om voor dood te spelen. Bij een ontmoeting met een wolf, poema of coyote is dit juist weer het slechtste wat je kunt doen. In dit geval kun je jezelf beter zo groot mogelijk maken en schreeuwen kan ook nog wel eens helpen. Kortom, er zijn wat ‘spelregeltjes’ om te onthouden, maar deze kunnen wel handig zijn om te weten.

De Marshall Loop trail leidt ons langs de Bow River, met ook weer een prachtige groenblauwe kleur. De smeltende sneeuw schuurt langs stenen en neemt dan de zogenaamde rockflour mee wat voor deze aparte kleur zorgt. De enige beesten die we tijdens deze hike tegenkomen, zijn Canadese ganzen en paarden, deze laatsten overigens met berijders.

Later als we naar Lake Minnewanka gaan, zullen we plotseling tussen een groep dikhoornschapen staan die onze aanwezigheid niet als storend beschouwen, er zelfs weinig aandacht aan besteden. En als we na een dag hiken heerlijk uitrusten in de zon aan Two Jack Lake worden we van alle kanten bekeken door marmotjes die uit allerlei holletjes ons bijdehand aanstaren.

Bow Falls

Een andere dag besluiten we de Bow Falls – Hoodoos Trail te gaan doen. Al kijkend naar de kaart schatten we in dat we het beginpunt van deze trail ook wel te voet vanaf onze Inn kunnen bereiken. Hierbij hadden we ons even verkeken op het feit dat om dit te doen we over een weg met de naam Tunnel Mountain Road moesten. En ja, deze heet natuurlijk niet voor niets zo. Ja, we moesten flink in de benen en omhoog maar met die Tunnel Mountain. Gelukkig waren de mooie uitzichten het dubbel en dwars waard. En toen moesten we dus gaan beginnen aan de trail. Het is een mooi pad. Omdat je op een flinke hoogte begint heb je een mooi uitzicht over de vallei met daarin Bow River als een centraal punt. Het eerste stuk is flink door de bossen lopen totdat we bij de rivier zelf komen en dan is het even improviseren wat het pad betreft, maar het eindigt uiteindelijk bij Bow Falls, beslist een bezoekje waard. Wij eten onze meegebrachte lunch op en lopen vervolgens verder langs de rivier terug naar het stadje Banff zelf.

Luxe en musea

Behalve natuur en wildlife is er in Banff ook volop gelegenheid om je onder de mensen te begeven. Bijvoorbeeld in het Banff Springs Hotel. In 1883 ontdekten drie spoorwegwerkers warme zwavel bronnen in het huidige stadje Banff. In 1886 begon met de bouw van een luxe resort zo dicht mogelijk bij deze bronnen. Op 1 juni 1888 opende het grootste hotel ter wereld (op dat moment) haar deuren, met 250 kamers voor de prijs van $3,50 per nacht. Het hotel werd zo populair dat het in 1903 werd uitgebreid waardoor het aantal kamers verdubbelde. In 1911 begon met de bouw van een nieuw hotel in de stijl van een Schots kasteel gecombineerd met een Frans landhuis wat in 1928 klaar zou zijn. Het is dit gebouw dat vandaag de dag nog staat en een bekend landschapskenmerk van Banff is geworden. Hier kun je wel een hele dag spenderen.

Iets totaal anders is het Buffalo Nations Luxton Museum. Dit museum is opgedragen aan de indiaanse volkeren die eens hun thuisland hadden in de Canadian Rockies en de omliggende praires. Het is genoemd naar en opgericht door Norman Luxton. Hij runde een tradingpost, die er overigens nog steeds staat, voordat hij het museum opende en onderhield nauwe contacten met zijn indiaanse buren. In 1952 opende hij het museum met hulp van het Glenbow-Alberta Institute, dat nu tegenwoordig in handen is van de Buffalo Nations. Een bezoekje aan dit museum is zeer de moeite waard, alleen al vanwege een diorama van een bufallo jump en de uitbeelding van een Ghost Dance.

Johnston Canyon

Natuurlijk willen we ook iets verder kijken dan het stadje Banff en de directe omgeving. We besluiten via Johnston Canyon naar Lake Louise te gaan. Hiervoor moeten we over de Bow Valley Parkway, die tijdens ons verblijf van zes uur ’s avonds tot negen uur ’s ochtends gesloten is voor verkeer. Veel wildlife, met name beren, zitten namelijk in de omgeving en voeden hun jongen in deze periode van het jaar. Het is beter dat ze niet te veel gestoord worden hierin.

Johnston Canyon is spectaculair. Via een pad dat met behulp van gebouwde stellages de bezoekers
tot diep in de canyon brengt, komen we bij de eerste waterval, Lower Falls. Voor de resterende watervalletjes en tenslotte Upper Falls moet nog een keer zo’n 2 kilometer worden afgelegd. Dit lijkt misschien niet veel, maar al glibberend over restanten ijs geworden sneeuw met de constante diepte van de kloof naast je, is dat toch al een hele klus.
De watervallen zijn het echter dubbel en dwars waard. Johnston Creek valt twee keer met een enorme kracht naar beneden in de kloof die het water zelf door de eeuwen heen heeft uitgesleten. Gepaard gaande met een enorm lawaai vallen de watervallen in groene poelen, onder arcades van sneeuw door. WOW!

Lake Louise

Als we later bij Lake Louise aankomen, parkeren we bij de parkeerplaats van Chateau Lake Louise, één van de meest gefotografeerde hotels ter wereld. Vanaf de plek van dit beroemde hotel nemen we het meer en de achterliggende Victoria Glacier in ons op. Ooit was Lake Louise zelf ook een gletsjer. We besluiten het pad te nemen dat langs de noordelijke oever van het meer loopt en eindigt aan de westkant van Lake Louise. We kunnen onderweg goed zien dat verschillende gletsjers hun water in het meer laten vallen en worden af en toe gezelschap gehouden door nieuwsgierige eekhoorntjes. Nadat het pad eindigt volgen we nog een stuk van de Plain of the Six Glaciers trail, maar kunnen al gauw niet verder vanwege lawinegevaar. We hebben het laatste stuk over sneeuw moeten klimmen en staan bij een paar bevroren watervallen. Hier komen we onze eerste medewandelaar tegen. Een Canadese man die zojuist één van de bevroren watervallen heeft beklommen. Hij wijst ons hoe we nog iets dichter bij de watervallen kunnen komen, maar drukt ons wel op het hart om het pad niet verder te volgen daar lawinegevaar maar al te reëel is. We laten het inderdaad bij de indrukwekkende watervallen en kijken nog even naar alle gletsjers verderop, maar draaien ons wijs om en keren later terug bij Chateau Lake Louise waar we een heerlijk verdiend bakkie koffie drinken en de indrukwekkende architectuur van binnen in ons opnemen. Dit historische hotel behoort tot dezelfde eigenaar (The Fairmont Group) als van het Banff Springs Hotel en is minstens net zo’n beroemd onderdeel van het landschap rondom Lake Louise. Het telt 500 kamers, waarbij men kan kiezen tussen uitzicht over het meer of uitzicht op de bergen. Het hotel begon in 1890 als een bescheiden hotelletje met twee kamers. Na vele uitbreidingen, een vernietigende brand en de toevoeging van een betonnen vleugel in 1925, begon het chateau van vandaag de dag vorm te krijgen. Van de bescheidenheid is overigens niet veel meer over. In het laagseizoen betaal je hier EUR 150,- voor een kamer per nacht, in het hoogseizoen al EUR 670,-. Wij houden het bij een rondje door het hotel en een lekker bakkie.

Ondanks dat het tijd wordt om Banff National Park te verlaten, zijn we blij dat we de Canadian Rockies nog niet hoeven te verlaten. Wij verheugen ons op de Icefields Parkway – volgens sommigen dé mooiste weg ter wereld – en Jasper National Park. Van zulke indrukwekkende plekjes lusten we nog wel meer.
© 2008 - 2012 Larita, gepubliceerd in Reisverhalen (Reizen en Recreatie) op . Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Larita is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…

Gerelateerde artikelen
Natuurwonder Noord-Amerika: Moraine Lake Moraine Lake in Alberta, Canada. Een prachtig meer in het Banff National Park, g…
Canada, het westen Canada is een van de grootste landen ter wereld. Vooral natuurliefhebbers komen in dit enorme land bij…
Bergbestemmingen in Noord-Amerika Het bergtoerisme is een recent verschijnsel. Het gebergte oefent, net als het strand, e…
Natuurwonder Noord-Amerika: Gros Morne National Park Gros Morne, ook wel ‘de Galapagos van de geologie’ genoemd, gelegen…
Canada: Alberta De provincie Alberta ligt in het Zuidwesten van Canada. Je hebt er warme zomers en koude winters. In de z…

Reageer op het artikel "Banff National Park"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.
Infoteur: Larita
Rubriek: Reizen en Recreatie / Reisverhalen
Schrijf mee!