Wandelen en Bellegarde

Een wilde wandeling: Serre l' Ermite

Een wilde wandeling: Serre l' Ermite

We zijn nog steeds in de Drôme provencale, wandelend in godvergeten valleitjes om zelf de grote wereld een beetje te vergeten. Met je lichaam in het landschap! Luisterend naar je lijf.


Tussen Bellegarde en Establet, een verlaten zijvalleitje, een weg zoeken naar Serre de l’ Ermite, een naam die me wel aanspreekt. Soms baseer ik me gewoon op de naam van een hoogte of een vallei om een streek te verkennen. Het begint al mooi voor een plantenliefhebber. In de helling onder het struikgewas een bloeiende pioenroos, één bijna uitgebloeide rode bloem van 10 cm doormeter. Ik heb niet de gewoonte om bloemen te meten, ik hou zelfs niet van grote of van rode bloemen, maar het is wel vreemd, bijna buitenaards om zulke bloemen zomaar in Europa in de vrije natuur te ontmoeten.

Paeonia officinalis

Echte pioenroos, behoort tot een kleine familie van kruidachtige overblijvende planten met gedeelde bladeren en dus grote fel gekleurde bloemen. De vrucht heeft 2 tot 5 peulachtig uitgegroeide hokken. De naam officinalis werd meestal gegeven aan medicinale planten, die in de officine (de apotheek) aangeboden werden. Pioenrozen worden vooral in de Chinese kruidengeneeskunde gebruikt. Volgens sommige auteurs verpersoonlijkt zij de vrouwelijkheid (la féminité) met de sierlijkheid van het blad als een ouderwetse baljurk, de volheid, wulpsheid van de rode bloem en het geheimzinnige van zijn groeiplaats.
De naam komt van Péon, medicijnman van de goden, die de Pioenroos gebruikte om de geblesseerde Pluton, slachtoffer van Hercules, te genezen. De wortel, het geneeskrachtig deel van de plant, bevat een sterk werkend alcaloïde met een purgerende, krampwerende en sederende werking. Vandaar zijn Franse naam ‘fleur aux convulsions’. De wilde pioenroos kun je maar beter laten staan, zowel voor je eigen gezondheid als voor de gezondheid van de plant.

Pad of geen pad

Maar, ik was aan het wandelen zeker! Een spoor volgend naar boven, naar Serre l' Ermite, kom ik al snel tussen het struikgewas terecht, geen pad dus, maar ook zonder pad kom je er wel. Gewoon recht naar omhoog! Op de kam boven is er dan toch een breed spoor, waarschijnlijk een trekroute voor de schapen. Ik volg het helemaal tot boven, en moet dan volgens mijn orientatie, wel links afdraaien en afdalen, want ik moet in die beekvallei geraken. Na 6 à 700 meter sta ik voor een prachtige beekkloof zonder water. Indrukwekkend en ook wat beangstigend. Maar ik weet dat ik via deze bedding terug bij mijn vertrekpunt kom. Maar hoe stijl is het onderweg? Terug wil ik niet, mijn nieuwsgierigheid wint het veruit van mijn angst. Ik duik de diepte in, van de ene glad geslepen rotsblok naar de andere, over ontwortelde eikenbomen, soms de diepte voor mij omzeilend door even de helling in te kruipen om dan weer lager in de bedding uit te komen. Klinkt gevaarlijk maar is voor een geoefende wandelaar geen probleem.

Wel en geen water in de kloof

Plots stroomt er wel water in de bedding, tussen de rotsen sijpelt het bronwater uit de helling en vormt zo een minuscuul bergbeekje. Een wonderlijk plekje! Met het water verandert ook het biotoop: mossen, geheimzinnig groene rotsen en met klei geboetseerde boomstronken veranderen de kloof in een sprookje, maar maken de afdaling ook een beetje glibberig gevaarlijk. Vreemd genoeg verdwijnt het water al na een tiental meters weer in de bodem om pas helemaal beneden opnieuw bovengronds te komen en daar de Ruisseau de Charbonnière te vormen. De vallei verbreed, de koele schaduw van de kloof maakt plaats voor het warme licht van de zuiderse vallei. Ik kom terug op bekend terrein, het pad met de Pioenrozen, de 2 bloemblaadjes zijn ondertussen al op de grond tussen Paarse orchissen en Slanke sleutelbloemen gevallen. Verder op de weg staat mijn stalen ros, die mij weer veilig in Bellegarde brengt.

Routebeschrijving

Vanuit Bellegarde-en-Diois D61 richting Establet na 2,5 km rechts een vallei inrijden en parkeren. Deze grindweg is op de kaart als charbonnière aangeduid, ongeveer 1 km volgen en dan rechts naar omhoog draaien. Recht voor je, in de verte zie je rotsen en de kloof waar we straks naar beneden zullen komen. Nu na ongeveer 600m moet je weer naar rechts, van de kloof weg, van het pad af, de helling recht naar omhoog. Als je goed kijkt is er wel een schapenspoor naar boven, dat je kunt volgen. Je klimt naar omhoog tot je op de weg van de schapen komt. Daar rechts naar omhoog zoals beschreven. Bij de droge beekkloof gekomen moet je natuurlijk naar links, naar beneden. Dan komt technisch het moelijkste gedeelte, maar verdwalen kan niet meer. Het is gewoon de bedding volgen. Nu ja, gewoon!

Wijsheid van de wilde wandelaar

Verloren lopen hoeft geen probleem te zijn, het is gewoon een nieuwe wandeling met andere beekjes en nieuwe vergezichten.
© 2008 Herborist, gepubliceerd in Reisverhalen (Reizen en Recreatie) op 03-09-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Herborist is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Dagoek van een herborist. Maurice Godefridi.
  • Kaart IGN Top 25: nr 3228 OT Luc en Diois. Institut Geographique National.
  • Vlaamse Herboristen Vereniging / Opleiding Herborist

Reageer op het artikel "Een wilde wandeling: Serre l' Ermite"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.