
Rondreis Zuid-Alaska en Noord-Canada
Het verslag gaat over een rondreis met een huurauto door het zuiden van Alaska en een gedeelte van Canada.
Alaska & Yukon Highlights
Woensdag 14 juni 2006
Aan het eind van de ochtend vertrokken naar het Van der Valk hotel bij Schiphol, zodat we morgen niet extra vroeg ons bed uit hoeven, niet in files terecht kunnen komen en we niemand hoeven te vragen om ons weg te brengen.
De auto kon tijdens de vakantie bij het hotel blijven staan.
Donderdag 15 juni
Om 06.30 uur opgestaan, gedoucht en met de shuttlebus naar Schiphol (4 km) gereden.
Om 7.40 uur stonden we klaar om in te checken, maar het United Airlines personeel was nog niet gearriveerd.
Om 08.05 ingecheckt en daarna door de douane. Na een beker yoghurt met vruchten veror-berd te hebben gingen we naar de vertrekhal, waar we om 10.00 uur door de Security konden.
We konden al snel instappen en om 11.05 zette het vliegtuig zich in beweging.
Het duurde even voor we de startbaan bereikten en er waren nog enkele vertrekkende vliegtui-gen voor ons, zodat we om 11.30 uur pas opstegen.
Onderweg werden we prima verzorgd en konden we naar 2 films kijken. We hebben alleen naar King Kong gekeken.
Om 19.30 uur (12.30 uur plaatselijke tijd) landden we op het Chicago O’Hare Airport.
Het was daar goed warm: 27 oC.
We moesten van de ene kant (buiten-landse vluchten) naar de andere kant (binnenlandse vluchten) van het vliegveld en moesten ook nog eens onze bagage ophalen, door de doua-ne, de bagage weer afgeven (wat ge-lukkig direct na de douane was) en daarna met een trein zonder bestuur-der naar de andere kant van het vlieg-veld, weer door de beveiliging en dan naar de vertrekhal.
Hier hadden we maar net voldoende tijd voor, want om 15.30 uur vertrok-ken we naar Anchorage. Het vlieg-tuig zat helemaal vol. Om 21.00 uur (plaatselijke tijd: 18.00 uur) kwamen we aan in Anchorage. De temperatuur hier was een aangename 18 oC.
Het duurde even voor de koffers er waren en daarna gingen we op zoek naar een taxi om ons naar het hotel te brengen (later bleek dat ieder hotel zelf zijn gasten ophaalde bij het vlieg-veld).
De taxichauffeur kwam uit New York en was naar Alaska verhuisd omdat het hier stukken veiliger en rustiger is en files niet bestaan.
Om 21.00 uur arriveerden we in het Days Inn hotel. In Nederland was het toen al vrijdagmor-gen 07.00 uur ! Het was dus een lange dag geweest en we gingen dan ook direct naar bed.
Toen we net lagen ging de telefoon: Er was een pakket afgegeven voor ons, maar we melden dat we dat de volgende morgen wel op zouden komen halen.
We sliepen onrustig en waren al vroeg wakker.
Vrijdag 16 juni Regen  Bewolkt / zon. 18 oC.
In het pakket bleek een volledige reisbeschrijving te zitten, met de routes, wat er te zien is onderweg, folders van alle hotels, de steden waar we heen gingen en de vouchers die we nodig hadden voor de hotels en de veerboot van Skagway naar Haines.
Ook werd vermeld dat er iemand van All Alaska Tours naar het hotel zou komen om alles door te nemen en zo zeker te stellen dat alles in orde was.
In het hotel kon je niet ontbijten maar schuin tegenover het hotel was een restaurantje waar dit wel mogelijk was.
We bestelden thee, jus d’orange en 2x een ontbijt. We maakten direct kennis net de Ameri-kaanse porties en konden allebei ons ontbijt niet op en de thee en jus d’orange met moeite !
Om 09.30 arriveerde de vertegenwoordigster van All Alaska Tours, een Duitse die ook ver-huisd was naar Alaska en het hier goed naar haar zin had.
Alle papieren waren aanwezig en in orde. Ze gaf ons het advies om iedere morgen de benzine-tank op te vullen, omdat er soms grote stukken waren waar je onderweg niet kon tanken.
Daarna ging ze mee om de auto op te halen, een Subaru. Het was een automaat wat dus even wennen was.
Na de auto bij het hotel geparkeerd te hebben liepen we naar het centrum van Anchorage.
Vanuit het centrum kon je met een busje, dat er uitzag als een tram, een rondrit door de stad maken zodat je een goede indruk kreeg van de stad en een gedeelte van de omgeving, de Anchorage Trolley Tour.
Helaas had de gids een nogal irritante eentonige stem, maar goed. Het viel op dat het rustig was op de wegen en dat Anchorage veel groen heeft en redelijk groot is.
Vlakbij het vliegveld (waar trouwens veel vliegverkeer is, de hele dag door) ligt een meer met enkele kanalen waarlangs veel watervliegtuigen liggen. Hier wordt in Alaska zeer vaak ge-bruik van gemaakt.
Tijdens de voorgaande rit had men hier nog een eland gezien, maar jammer genoeg was het nu weer vertrokken.
De rondrit zorgde er ook voor dat we trek kregen en we gingen op zoek naar een restaurant. We vonden al snel een Chinees en besloten daar te gaan eten. Het smaakte prima en we had-den meteen de gelegenheid om echt Alaska bier te proeven. Ook dit smaakte prima.
Om 15.30 uur waren we terug in het hotel. Na koffie gedronken te hebben en een spelletje kaart werden we al moe, zodat we besloten nog even naar buiten te gaan.
Op de plattegrond stond een “Salmon viewing point” vermeld en ter plaatse bleek een brug over de rivier de Shipcreek te lopen waaronder een verhoging in de rivier was gemaakt om zo het water landinwaarts op peil te houden. De zalmen konden dan via het water dat over de dam kwam deze hindernis nemen en verder de rivier opzwemmen.
We hebben heel wat zalmen gezien van zo’n 80 – 100 cm, die tegen het stromende water in als het ware bleven “hangen” vlak voor de dam en daarna plotseling vooruit schoten om hun weg te vervolgen.
Toevallig waren we er juist op het goede moment van de dag, want de zalmen komen alleen de rivier op als het laag water wordt.
Stroomafwaarts stonden er tientallen vissers langs en in de rivier. Een van hen ving een grote zalm en vertrok direct met zijn vangst.
Zaterdag 17 juni Bewolkt + buien. 22 oC. 180 km.
Ook vandaag werden we vroeg wakker, ook door het verkeer dat langs kwam.
Toen we in het restaurantje gingen ontbijten werden we bij binnenkomst al herkend.
We namen nu maar 1 jus d’orange en het kleinste ontbijtje wat er was en gingen daarna op weg naar Talkeetna.
In het “reisverslag” dat we gekregen hadden stonden diverse tips om iets te bekijken onderweg.
Zo kwamen we bij Eklutna, waar een Russisch orthodoxe kerk staat met een begraafplaats.
Op deze begraafplaats staan “geestenhui-zen”. Als iemand “begraven” werd, werd het lichaam eerst alleen bedekt met een deken en na 40 dagen werd over het graf een kleurig houten huisje geplaatst. Aan de kleuren van het huisje kon men zien wie er begraven lag. Helaas werden de huisjes niet allemaal meer onderhouden, zodat er enkele ingestort waren.
Deze traditie neemt langzaam af, zodat er ook lichamen lagen met alleen een deken er over!
Hier maakten we ook voor het eerst kennis met de muggen. Voor we via het hoofdgebouw naar buiten gingen konden we ons eerst insmeren met anti-muggen spray.
Halverwege de rit naar Talkeetna brachten we een bezoek aan het “Iditarod Trail” museum. De “Iditarod Trail” is een sleehondenrace over meer dan 1000 km van Anchorage naar Nome die ieder jaar gehouden wordt.
Vorig jaar deed er voor het eerst een Nederlander mee, maar hij werd na 3 dagen uit de race genomen omdat hij toen al te ver achter lag.
In het museum hangen de foto’s van alle winnaars en kan men o.a. een video bekijken van de laatst gehouden race.
Aan het eind van de middag arriveerden we in Talkeetna. Het hotel, de Talkeetna Alaskan Lodge, was mooi en prachtig gelegen tussen de bossen.
Vanaf het terras van het hoofdgebouw keek je uit op de bergen met o.a. de Mount McKinley, de hoogste berg van Noord-Amerika.
We reden nog even door Talkeetna, wat een klein plaats-je is met diverse hotels en restaurants, gebouwd in de stijl van begin 1900. Het is ontstaan tijdens de aanleg van de Alaska spoorlijn.
Vanuit Talkeetna worden de bergbeklimmers naar het basiskamp op 2134 mtr hoogte van de Mount Mc Kinley gevlogen.
Zondag 18 juni Zon + buien. 23 oC. 245 km.
Het was ’s morgens even wennen bij het tanken: Na het invoeren van de creditcard en het afnemen van de benzineslang om te tanken moest er eerst nog een hendel omgezet worden, want anders gebeurde er niets. De benzine was zeer goedkoop: 0.50 Eurocent / liter, terwijl het in Nederland 1.30 Euro / liter kostte.
De rit van Talkeetna naar Denali kenmerkte zich door bossen, bossen en nog eens bossen……
In een restaurant gebouwd van enorme boomstammen nog even een stukje WK voetbal gekeken: Amerika – Frankrijk (1 – 1).
Bij het naderen van Denali kwamen meer stopplaatsen langs de weg waarvan je een prachtig uitzicht op de bergen had. Deze plaatsen werden druk bezocht en er was ook een Ranger aanwezig om vragen te beantwoorden.
Juist toen we tegen elkaar zeiden dat het tegenviel dat we nog geen dieren hadden gezien zag Sari een vrouwtjes eland rustig van wat struiken langs de weg eten. We konden nog net een foto maken voor ze in het struikgewas verdween.
In Cantwell, een klein plaatsje maar wel met een restaurant waar kippensoep gemaakt leek door gewoon een hele (gelukkig wel geplukte) kip in de soep te doen, zagen we 2 Nederland-se vrouwen die net voor ons hun auto kwamen afhalen bij Avis in Anchorage
In Denali logeerden we in het “Denali Grizzly Bear Resort”, zo’n 5 km voor de toegangsweg naar het Denali National Park.
Er was wat verwarring over ons verblijf, want men kon zo snel de boeking voor de 2e nacht niet vinden. Uiteindelijk kregen we te horen dat we de 1e nacht in blokhut “Pioneer” sliepen en de 2e nacht in blokhut “Goose”. Het personeel zou onze bagage de volgende dag over-brengen naar de andere blokhut.
De blokhut was nog niet schoongemaakt, zodat wij, na dit gemeld te hebben, besloten om ons vast aan te melden voor de Tundra Wildlife Tour in het Denali National Park die we de volgende dag zouden gaan maken.
Het hotel lag aan de andere kant van de hoofdweg. Op de deur hing een foto van een grizzly beer met de tekst “Pas op! Er is een beer gesignaleerd”.
We kregen onze kaartjes en het bleek dat we ingedeeld waren in de 1e groep en om 06.00 uur opgehaald zouden worden bij het hotel. We konden eventueel in het hotel ontbijten vanaf 05.00 uur.
In het hotel konden we ook gebruik maken van internet, zodat we ons 1e bericht naar Neder-land konden versturen.
De eigenaresse van het Grizzly Bear Resort had ons de tip gegeven om voorbij de toegangs-weg naar het park te rijden, want daar waren diverse restaurants.
Er waren ook enkele winkeltjes waarvan er enkele gesloten waren omdat het zondag was.
Uiteindelijk vonden we een prima restaurant waar we heerlijk hebben gegeten.
Toen we daar zaten kwam de Amerikaan die naast Jan in het vliegtuig naar Anchorage had gezeten binnen met zijn vrouw en 2 kennissen. Echt niet te geloven !
Toen we terug waren in de blokhut en juist alle bagage uitgeladen hadden werd er geklopt.
Het bleek de eigenaresse te zijn die vertelde dat er een fout gemaakt was bij onze boeking. Dat betekende dat wij de 2e nacht niet in het resort konden doorbrengen omdat alles vol zat.
Ze had voor ons een (duur) hotel geboekt in Denali waar we konden overnachten. De kosten waren voor haar rekening, omdat zij de fout gemaakt hadden.
Maandag 19 juni Zon  Bewolkt. 20 oC.
Om 05.00 uur stonden we op. Na het ontbijt in de blokhut pakten we alles in en laden het in de auto. Daarna reden we naar het hotel.
Om 06.00 uur arriveerden er bussen bij het hotel, maar onze bus (iedereen had een busnum-mer op zijn kaart staan) was er niet bij.
Om 06.10 werd ons verteld dat er problemen waren en dat de bus pas om 06.30 uur zou komen. Dit klopte exact. Een Duits echtpaar dat niet begrepen had dat de bus later zou komen raakte een beetje in paniek, maar na onze uitleg kalmeerden ze weer.
De bus zat met 51 deelnemers vrijwel vol. Bij het instappen kregen we een lunchbox en er werd direct gezegd dat er geen eten mee naar buiten genomen mocht worden, want de dieren in het park mogen niet aan mensen of voedsel gewend raken.
Het begin van het park bestond uit een mix van naald- en loofboombossen. Verderop liep de weg langzaam omhoog en werden de bomen schaarser. Langs de weg schoten sneeuwkonij-nen weg en stonden grondeekhoorntjes parmantig op hun achterpootjes nieuwsgierig naar de bus te kijken om op het laatste moment snel weg te schieten.
We staken enkele rivieren over waarvan het water grijs was door het sediment uit de gletsjers.
We kwamen hoger en hoger en zagen in de vallei een aantal kariboes (rendieren) lopen.
De bomen verdwenen en we reden over een enorme toendravlakte omgeven door bergen.
Hier en daar stopten we bij uitzichtpunten.
Normaal ging men zo’n 555 mijl het park in, maar omdat we nog niet al te veel wild ge-zien hadden gingen we nu 62 mijl het park in.
Net voor het keerpunt, met uitzicht op de Mount McKinley (de top was aan het oog onttrok-ken door wolken), zagen we een vol-wassen grizzly beer rondscharrelen. Even verderop, tegen de flank van de berg aan, liep nog een grizzly met 2 jongen. We ble-ven een tijdje staan om foto’s te maken.
Toen we terugreden was de volwassen grizzly beer verdwenen, maar het vrouwtje met de jon-gen liep er nog.
Onderweg zagen we ook nog Dall sheep (berggeiten) hoog tegen de bergwand lopen en nog enkele sneeuwhoenen. De grondeekhoorns kwamen we ook weer tegen, net als een aantal kariboes die juist de riviervlakte overstaken.
In totaal hebben we meer dan 30 grondeekhoorns, 16 sneeuwkonijnen, 3 sneeuwhoenen, 15 kariboes, 20 berggeiten en 4 grizzlyberen gezien. Wolven worden er ook vaak gesignaleerd, maar vandaag jammer genoeg niet.
Om 15.30 uur waren we terug bij het hotel en vertrokken naar ons hotel, Denali Grande in De-nali. Het hotel, dat hoog in de bergen lag, was al van verre te zien en te bereiken via een steile en kronkelige weg.
Het was een mooi complex en we kregen een kamer met uitzicht op de bergen. Aan de prijzen in het restaurant kon je merken dat het een duur hotel was, zodat we afdaalden naar Denali en weer zijn gaan eten in hetzelfde restaurant als gisteren.
Het hotel bleek wel erg gehorig te zijn: Zodra iemand in een van de kamers naast, boven of onder ons in bad ging hoorde je het water door de leidingen lopen en ook het geluid van de motor van de afzuiging was luid en duidelijk te horen.
Dinsdag 20 juni Zon + buitjes. 22 oC. 200 km.
Na het ontbijt vertrokken naar Fairbanks.
Het werd een eentonige rit door opnieuw bosrijk gebied tot we bij Nenana in de buurt kwamen.
In de Telegraaf van 12 juni stond al een foto van de bosbranden in dit gebied. Het was bijna niet te geloven dat men nu, 8 dagen later, nog steeds bezig was met het blussen en het contro-leren van de uitgebrande stukken bos.
Overal kwamen we stukken uitgebrand bos tegen met het ver-zoek direct door te geven als je ergens een rookwolkje zag. Het is een droef gezicht om overal om je heen de geblakerde bo-men te zien staan.
Hier en daar stonden nog stukken bos, waarachter je dan een huis waarnam dat men had kunnen redden.
In Nenana hing een bericht van gisteren waarin gemeld werd hoe het er nu voor stond.
Op een kaart was het gebied aangegeven dat afgebrand was. Dit besloeg meer dan 70.000 acres, wat overeenkomt met 23.800 ha oftewel 238 km2 !
Er waren in totaal 562 brandweermannen ingezet. 4 brand-weergroepen waren gisteren naar Fairbanks vertrokken om uit te rusten, waarna ze weer terug zouden komen naar Nenana.
Ook bezochten we Ester, een plaatsje ontstaan tijdens de goud-koorts. Er was echter niets te beleven, alleen ’s avonds werden er shows in de saloon gegeven.
Het “Extended Stay Deluxe” hotel in Fairbanks was gemakkelijk te vinden en lag vlak bij het vliegveld. Iedere 5 – 10 minuten kwam er een vliegtuig, variërend van een Piper Cup tot een Boeing 747, vlak over het hotel om te landen. Gelukkig was dit alleen overdag, ’s avonds werd er niet gevlogen.
Fairbanks telt 84.000 inwoners, wat dus redelijk overeenkomt met Spijkenisse. Alleen beslaat de stad een veel grotere oppervlakte.
Bij Fred Meyer’s, een enorm grote supermarkt, kochten we een aantal spotgoedkope T-shirts.
Woensdag 21 juni Bewolkt  buien  bewolkt. 18 oC. 332 km.
Na het ontbijt in het hotel, dat voor het eerst inbegrepen was, vertrokken we naar Tok.
Bij het plaatsje North Pole brachten we een bezoek aan Santa Claus die hier woont. Uiteraard kon je allerlei Kerstspullen kopen en kaarten versturen met een speciaal poststempel. Naast
het huis liepen ook nog een paar rendieren rond.
Tijdens de koffiepauze in een van de zeldzame wegrestaurantjes die je tegenkomt raakten we in gesprek met een bewoner van de streek die hoofdzakelijk leefde van het wild dat hij schiet (bijv. een eland die zijn tuin stond leeg te eten), de zalm die hij vangt en de vruchten (meest bessen) die hij plukt.
Het kwam nu dus helemaal van pas dat je koffiemok weer gratis bijgevuld wordt als hij leeg is!
Hij gaf ons ook nogf een kaartje mee waarop de verschillen aangegeven staan tussen de zwarte beer en de grizzly beer, zodat je zeker kan stellen met welke beer je te maken hebt.
In Delta Junction bezochten we Rika’s Roadhouse, een huis ingericht zoals het was toen de 1e pioniers hier arriveerden. Helaas regende het, maar er was ook veel overdekt tentoongesteld.
Hier eindigt ook de Alaska Highway. De Trans-Alaska oliepijpleiding, die van noord naar zuid door Alaska loopt, komt hier voorbij. De pijpleiding is zo geconstrueerd dat hij de wisse-ling in temperatuur en een eventuele aardbeving goed kan doorstaan.
Ook nu reden we weer door bossen en de weg was soms tientallen kilometers kaarsrecht.
Gelukkig zagen we ook nog een eland staan die langzaam voor ons de weg overstak toen wij stop-ten.
Het werd steeds rustiger op de weg en soms waren er stukken dat je lange tijd niemand tegenkwam.
Het kon gebeuren dat je in 100 km slechts 5 auto’s zag !
Uiteindelijk kwamen de bergen, die de grens tus-sen Amerika en Canada vormen, in zicht en be-reikten we Tok.
Hier overnachtten we in het Young’s Motel
Vandaag was het de langste dag, maar hier merk je daar weinig van omdat het hier 24 uur licht is. De zon gaat wel onder, maar het wordt hooguit schemerig.
Donderdag 22 juni Regen  bewolkt  buien. 18 oC. 296 km.
Vroeg op, want vandaag hebben we ca. 7 uur te rijden ! De oorzaak is de weg naar de Canadese grens die voor een groot gedeelte uit grind en zand bestaat.
We stopten in Chicken, een plaatsje met 15 inwoners, om koffie te drinken. Ook kon je hier internetten, dus weer tijd voor het sturen van een mailtje.
Vlak voor de grens lag Boundary. Hier stond alleen een winkel, een restaurant, een huis, een benzinepomp en een vliegveldje.
Even na Boundary bereikten we de Canadese grens, waar we vlot geholpen werden.
De tijd moest aangepast worden, want in Canada is het een uur later dan in Amerika.
Gelukkig hield het op met regenen en na de Amerikaanse bossen (met opnieuw grote stukken verbrand bos) met regen en laaghangende bewolking konden we nu zien waarom deze weg de “Top of the world” Highway heet: Het is een prachtige route met mooie vergezichten.
Een gratis veerboot zette ons over de Yukon rivier af in Dawson City, een leuk plaatsje met kleurrijke gevels en grindwegen.
Toen we het hotel, de Aurora Inn, binnen-kwamen hing er een bordje met het verzoek om je schoenen in het halletje uit te doen.
Binnen kregen we te horen dat we een ande-re kamer kregen omdat het hotel vol zat met o.a. een groep Duitsers die we in Tok voor het eerst gezien hadden.
We kregen nu de beste kamer van het hotel: Een suite met jacuzzi !
Vrijdag 23 juni Zon  bewolkt. 18 oC.
Vandaag rustig aan gedaan en Dawson City doorgewandeld.
In het stadje staan afwisselend mooie nieuwe huizen, gebouwd in de stijl van rond 1900 (verplicht !), en ook nog een aantal meestal vervallen huizen en een kerk uit deze periode van de goudkoorts.
’s Morgens naar een uitzichtpunt waar de Klondike en de Yukon rivier samenkomen.
Het verschil tussen beide rivieren is goed zichtbaar: De Klondike is helder en de Yukon is modderig.
Daarna op de dijk langs de Yukon richting centrum gelopen. Vroeger was deze dijk er niet, waardoor bij een overstroming veel houten huizen verwoest waren en het hotel in de hoofd-straat enkele meters verplaatst werd.
Onderweg kwamen we 2 ganzen met hun jongen tegen. De kleintjes en een van de grote ganzen bleven doodstil liggen terwijl de andere gans zich plat tegen de grond drukte en ons goed in de gaten hield.
’s Middags gingen we langs het bezoekerscentrum om folders te halen. In het centrum hebben we een film bekeken over de raderboten die tussen Dawson City en Whitehorse ten tijde van de goudkoorts over de Yukon voeren.
In de hoogtijdagen van de goudkoorts voeren er 250 van deze boten en telde Dawson City 35.000 inwoners ! Nu ligt er 1 raderboot als museum, de SS Keno, en wonen er zo’n 1500 mensen.
Toen we net terug waren in het hotel kwam er net een open vrachtwagen langs met daarop een piano waarop iemand zat te spelen.
Na het eten en een spelletje kaarten nog even op internet gekeken naar de uitslagen van het WK. Trinidad & Tobago (Coach: Leo Beenhakker) en Zuid-Korea (Coach: Dick Advocaat) waren uitgeschakeld, maar Australië (Coach: Guus Hiddink) en Nederland (Coach: Marco van Basten) waren door naar de 2e ronde.
Ook de Duitsers maakten gebruik van de mogelijkheid om te zien hoe Duitsland er voor stond.
Zaterdag 24 juni Zon 18 oC. 533 km.
Vandaag een lange rit te gaan, maar wel over de “snelweg” naar Whitehorse.
Eenmaal op weg betekent dat de cruisecontrol op 85 km en rijden maar.
Een gedeelte van de weg was zo stoffig dat je even niets kon zien als er een vrachtwagen voorbij kwam.
Het landschap was wisselend met bossen, bergen en meren.
Onderweg waren er weer diverse uitkijkpunten en enkele gelegenheden om koffie te drinken.
We werden gevolgd door een aantal bussen van de Holland America Tours, die we ook in Dawson City hadden gezien.
Er staken regelmatig grondeekhoorns de weg over en ook een soort fazant met een kuifje.
In een meer zwommen diverse soorten wa-tervogels, terwijl je in andere meren er geen een zag. Sary zag ook nog een elk, een hertensoort, in de bergen lopen.
Bij een wegrestaurant in Moose Creek zat een grote raaf op een tafel geduldig te wachten of hij iets te eten kreeg.
Meer raven zagen we bij een ander wegrestaurantje in Pelly Crossing.
Verdere bezienswaardigheden:
De Five Fingers Rapids (stroomversnel-ling in de Yukon waar de raderboten goed moesten oppassen om niet tegen de rotsen te varen), Montague House (ruïne van een “roadhouse” (rustplaats voor postkoets-paarden en passagiers die vroeger iedere 20 mijl beschikbaar was) en Breaburn Lodge, waar enorme “cinnamon-buns” (kaneelbroodjes) verkocht worden. Hier start ook jaarlijks in februari de Cinna-mon-bun hondensleerace, een wedstrijd over 200 km.
Whitehorse is ruim en overzichtelijk aangelegd. In ons hotel, het Westmark Whitehorse Hotel, kwamen we een echtpaar tegen dat ook in het Aurora hotel in Dawson City had overnacht. Ook de groep Duitsers arriveerde even later.
Zondag 25 juni Regen  bewolkt. 16 oC. 175 km.
We waren vroeg wakker en besloten op tijd weg te gaan omdat we ons om 10.25 uur dienden te melden voor de ferry van Skagway naar Haines.
De vertegenwoordigster van All Alaska Tours had ons verteld dat je het risico loopt om je plaats op de boot kwijt te zijn geraakt als je te laat arriveert.
In het hotel was het erg druk en we moesten lang wachten voor er plaats was voor het ontbijt. De serveerster raadde ons af om iets van de menukaart te bestellen, want dan kon het nog wel even duren voor we iets te eten kregen. Zodoende maakten we maar gebruik van het ontbijt-buffet.
Het was zo druk omdat het Westmark Hotel een onderdeel is van de Holland Amerika groep, zodat in deze hotels de passagiers van de Holland America Lijn cruiseschepen ondergebracht worden tijdens hun rondreizen en uitstapjes.
Helaas regende het hard. Via de Alaska Highway reden we naar de Klondike Highway en gin-gen de bergen in.
We stopten bij het Emerald meer, waarvan het water diverse tinten groen en blauw had.
Vanwege de laaghangende bewolking kon-den we maar een klein stuk van de be-sneeuwde bergtoppen zien, wat wel jammer was.
We maakten nog een foto van, naar later bleek, opgezette Dall sheep die hoog tegen de bergen op een richel stonden.
Daarna bekeken we Carcross, een gemoede-lijk dorpje met weer huizen uit de tijd van de goudkoorts.
Langzaam klom de weg omhoog en we reden langs meren en watervallen. De natuur werd steeds mooier. We vonden het jammer dat we maar zo kort de tijd hadden om hiervan te genieten, maar ja, we moesten nu eenmaal om 12.30 uur in Skagway zijn.
Tijdens de klim naar de White Pass, met stukken weg waar je niet mocht stoppen vanwege lawinegevaar of het naar beneden kunnen komen van rotsblokken, zagen we plotseling een zwarte beer langs de andere kant van de weg lopen.
We stopten en reden terug om een foto te kunnen maken. De beer keek ons even aan en liep toen, net toen we een foto maakten, het struikgewas in.
Vlak voor de White Pass reden we de bewolking in en moesten we langzaam verder rijden door de dikke mist. Nadat de weg weer naar benedem ging werd het zicht al snel weer beter.
Even later bereikten we de grens en reden Amerika weer binnen. Ook ging de tijd weer 1 uur terug.
Het was al bijna 10.30 uur toen we Skagway binnenreden. De ferry terminal was gemakkelijk te vinden en er stonden al zo’n 15 auto’s geparkeerd. De terminal zelf bleek echter dicht te zijn. Tegenover de terminal lagen wel 2 grote cruiseschepen en in de andere haven nog 1 en nog een prachtige raderboot.
We begrepen er niets van want om 11.55 uur zou de veerboot vertrekken, maar zo te zien was de veerboot nog niet gearriveerd.
Het portier van de vooraan geparkeerde auto ging open en de Duitser die we ontmoet hadden tijdens de Denali Tundra Wildlife Tour kwam naar ons toe.
Hij moest met dezelfde boot mee maar ging dan pas in Prince Rupert in Canada van boord.
De veerdienst bleek geen “normale” veerdienst te zijn, maar een veerdienst die de hele kust afvoer van Noord naar Zuid en onderweg diverse havens aandeed.
De boot bleek dan ook niet om 11.55 uur te vertrekken, maar om 11.55 uur PM (= 23.55 uur) en in Haines, waar wij van boord zouden gaan, om 01.00 uur ’s nachts aan te komen !
Daar stonden we dan ! We hadden dus rustig aan kunnen doen en vaker kunnen stoppen op de mooie route over de White Pass…….
Maar geen nood, we besloten om Skagway in te lopen en te zien of we nog iets konden gaan doen want het regende nog steeds. Ook hier zijn veel dingen te zien die te maken hebben met de tijd van de goudzoekers, die hier vandaan vaak onder barre omstandigheden de White Pass overtrokken richting de goudvelden.
Vanuit Skagway gaat een trein van de White Pass & Yukon Railroad naar de White Pass en dan weer terug. Deze trein volgt een andere route dan de autoweg en we besloten om met deze, wel dure, trip mee te gaan.
Het was een mooie rit, onder meer langs het gro-te kampeerterrein van Skagway dat vol stond met campers en caravans. Hier woonde de mensen die in Skagway van mei tot oktober werkten in de toeristenindustrie en daarna weer vertrokken naar andere delen van Alaska, Cana-da en Amerika om daar te weken of de winter door te brengen. Onderweg kwamen we langs veel watervallen en we reden langs diepe ravij-nen. Met mooi weer zal deze rit nog wel mooier zijn geweest.
Iedere wagon had een eigen kachel. Onderweg kregen we flesjes water met het etiket van de White Pass & Yukon Railway.
Op de White Pass werd de locomotief langs de trein naar de achterkant gereden om ons weer naar beneden te brengen.
Net toen Sary opmerkte dat we dus het hele stuk achteruit zouden gaan rijden, werd er omge-roepen dat we de rugleuning van de banken om konden klappen, zodat we toch vooruit bleven rijden.
We moesten nog even wachten totdat er een stoomlocomotief met wagons voorbij was gekomen, waarna de trein zich weer in beweging zette.
Ondertussen was het droog geworden en we liepen nog even naar de haven. Het was een stuk rustiger dan toen we met de trein vertrokken en de reden werd al snel duidelijk: De cruise-schepen waren al weer vertrokken.
In het “Visitors Centre” van Skagway werd een film vertoond over wat je moest doen als je oog in oog met een beer komt te staan en uiteraard ook wat je absoluut niet moet doen. Deze film hebben we voor het grootste gedeelte bekeken, waarna we verderop in de Main Street een hapje gingen eten.
Ondertussen was de terminal opengegaan en konden we ons melden. Daarna was het wachten op de aankomst van de veerboot.
Langzaam aam kwamen er meer en meer auto’s, campers en motoren het terrein oprijden.
We maakten een praatje met de Duitser die met zijn vrouw en zoon met een camper voor ons stond. Hij was al voor de 4e keer in Alaska en trok dan steeds rond met een camper.
Toen de veerboot aankwam vertrok de raderboot. Dit bleek ook een veerdienst te zijn tussen Skagway en Juneau.
Het ontschepen verliep vlot en ook het insche-pen ging redelijk snel. Jammer genoeg werd het hier wel donker, zodat er tijdens de overtocht weinig te zien viel.
Om 01.00 uur arriveerden we in de “haven” van Haines.
Om 01.45 uur lagen we in bed in hotel Hälsing-land. Dit hotel was vroeger het onderkomen geweest van de officieren van Fort Seward.
Maandag 26 juni Zon. 20 oC. 246 km.
Voor ons ontbijt konden we terecht bij een bakker die naast zijn winkel een lunchroom had waar je dus ook kon ontbijten.
Opnieuw verbaasden we ons over de vele mensen die hier gebruik van maakten.
In de folder van Haines stond vermeld dat er regelmatig beren bij het Chilkoot meer of langs de rivier gesignaleerd worden om zalm te vangen, dus we reden daar naar toe.
Helaas waren er geen beren te bekennen, maar wel zagen we veel Bald Eagles (Visarenden) die rondzweefden boven de bossen en het water.
In het meer zwom ook een groep Puffins (Papegaaiduikers) die direct onder water doken toen we stopten.
In de rivier was ook een “zalmteller” gebouwd: de rivier was zo afgesloten dat de zalmen al-leen door het midden van de rivier door een kleine opening waarboven een detector zat kon-den zwemmen.
Op 25 juni waren er 260 zalmen de rivier opgezwommen en vanaf 1 mei waren het er 2590.
We dronken nog even koffie bij de bakker waar we ontbeten hadden en vertrokken naar Haines Junction.
Op de Haines Highway, die langs de Chilkat rivier loopt, kwamen we een aantal bordjes tegen met de vermelding dat je alleen mocht stoppen op de daarvoor speciaal aangelegde parkeer-vakken . Dit gold alleen in de winterperiode want dan komen er honderden visarenden naar dit gebied om zalm te vangen en kun je ze overal zien zitten op de kale takken van de bomen langs de rivier.
We reden door een prachtig berglandschap en bereikten via de Chilkat pas eerst het Ameri-kaanse douanestation en daarna het Canadese. Hier moesten we een half uur wachten voordat we aan de beurt waren, terwijl er maar enkele auto’s voor ons stonden. Blijkbaar was men hier niet zo gemakkelijk.
De vrouwelijke beambte stelde ons allerlei vragen: Heeft U dit bij of soms dat, met als laatste vraag: En heeft U ook geen $100.000 bij U ? Na ons ontkennend antwoord konden we einde-lijk verder rijden en de tijd weer 1 uur vooruit zetten.
We reden verder door het prachtige landschap met besneeuwde bergtoppen. Daarna volgde een toendra-achtige hoogvlakte , waarna de weg daalde en er langs de weg weer struiken en
bossen met hier en daar open plekken kwamen.
We zagen 3 auto’s langs de kant van de weg staan en ja hoor, in het gras zat een grizzly beer paardebloemen te eten.
Hij trok zich niets van ons aan en scharrelde rond om de sappigste planten op te eten.
We maakten foto’s en reden na een tijdje weer verder.
Opnieuw stond er een auto langs de kant en nu zat er een zwarte beer zich te goed te doen aan de paardebloemen.
Af en toe liep hij een stukje verder langs de weg om dan opnieuw te gaan liggen waarna hij de paardebloemen rond zijn kop opat. Dit ging zo een tijdje door. Toen we verder reden zagen we hem achter ons de weg oversteken en verdwijnen in het dichte struikgewas.
Terwijl we tegen elkaar zeiden dat het toch wel bijzonder was om zo vlak bij elkaar deze 2 verschillende beren te zien, zag Sary alweer de volgende beer !
Ditmaal was het een bruine beer die wat ver-der van de weg aan zijn maaltijd bezig was. Ook deze beer werd natuurlijk op de foto ge-zet.
Vlak voor Haines Junction bezochten we het Kathleen Lake.
In dit meer leeft de enige zalmsoort (de Ko-kanee zalm) die niet naar de oceaan trekt en daarna weer terugkomen om zich voort te planten en daarna te sterven.
De weg naar de oceaan was ooit afgesloten door een gletsjer, waardoor de zalmen toen gedwongen waren om in het meer te blijven. Nadat de gletsjer gesmolten was, waren de zal-men er aan gewend om in het meer te blijven, wat ze dan ook deden.
Omdat we vaak gestopt hadden kwamen we pas om 18.00 uur in ons hotel, The Raven Hotel, aan. Het restaurant van dit hotel werd ook aanbevolen, want men had diverse prijzen gewon-nen. Helaas bleek dit gesloten te zijn.
Na het eten van een pizza, die we natuurlijk allebel niet helemaal opkonden, in een wegrestau-rantje met prachtig uitzicht op de bergen, kregen we in het hotel een prima kan koffie op het terras, waar we heerlijk in het zonnetje zaten.
Dinsdag 27 juni Regen  zon. 3 – 17 oC. 476 km.
Ook hier was het prima ontbijt inbegrepen. Tijdens het ontbijt belde de hoteleigenaar de poli-tie om te melden dat er van twee auto’s van gasten de voorruit besmeurd was met eieren en scheerschuim, waarna men er papier op geplakt had.
Mocht dit gedaan zijn door de plaatselijke jeugd, dan zou men de daders toch vrij snel moeten kunnen achterhalen in een plaats met 796 inwoners.
De hoteleigenaar maakte zich nogal boos omdat het al 08.40 uur was en er alleen iemand op het politiebureau aanwezig was om de telefoon te beantwoorden.
We hadden een lange rit naar Tok, waar we op 21 juni ook al waren, voor de radiator.
De Alaska Highway volgt de oever van het Kluane Lake, het langste meer van de Yukon: 74 km. Op een gegeven moment kon je een mooie scheiding in het water zien tussen bruin en blauw water.
Bij het Kluane Museum of Natural History in Burwash Landing stond het mini-busje van de Duitsers die net naar buiten kwamen toen we er
stopten.
Het regende lange tijd en even kregen we zelfs natte sneeuw bij een temperatuur van 37 oF (= 3 oC), waarbij je de toppen van de bergen langzaam wit zag worden.
Alleen de laatste 50 mijl (van de 300) was het droog en kwam er een bleek zonnetje tevoorschijn.
Onderweg wilden we stoppen bij een wegrestaurant, maar vlak voor de afslag stond vermeld dat het gesloten was.
Het volgende restuarant was open en door de, op dat moment, stromende regen liepen we snel naar de ingang. Binnen zaten 3 personen aan een tafel te eten. Ze waren nog aan het ontbijten, hoewel het al 13.30 uur was. Het restaurant was nog dicht en alleen de winkel was open.
Toen we onze regenjassen pakten zagen we de pizzadoos liggen met nog 4 pizzapunten erin, zodat we die nu mooi als lunch konden gebruiken.
Bij de grens naar Amerika stond een even grote rij auto’s als toen we Canada binnenreden, al-leen duurde het nu geen half uur voor we verder konden, maar waren we binnen 5 minuten de grens over. De tijd ging weer 1 uur terug.
Helaas geen dieren gezien, op een visarend, die boven in een boom nat zat te worden, en wat watervogels na. Wel weer veel bergen met besneeuwde toppen, bossen en meren.
In het Tetlin National Wildlife Refuge dat we bezochten was wel iemand aanwezig, maar deze persoon had het in een andere ruimte te druk aan de telefoon, zodat er nu niemand was om informatie te verstrekken of dingen te verkopen.
Om 17.00 uur arriveerden we bij het Young’s Motel in Tok. Ook nu was dit motel compleet volgeboekt.
Woensdag 28 juni Buitjes + zon. 19 oC. 460 km.
Opnieuw een lange rit vandaag. In ons overzicht was al aangegeven dat we vandaag 6 uur moesten rijden met de opmerking: “Zonder pauze”.
De eerste 10 mijl verliepen vlot, maar daarna begrepen we al snel waarom we er zo lang over zouden gaan doen.
Dit werd de dag van: “Reduce speed. Roadworks ahead”, “Prepare to stop”, waarna er iemand, meest-al een vrouw, met een stopbord stond en het bord “Wait for the pilotcar”.
Zodra deze auto er was draaide de auto en op het dak stond dan: “Follow me”.
Soms hadden we geluk en konden direct doorrijden, maar andere keren moesten we redelijk lang wach-ten voor we verder konden.
Daarnaast waren er dan nog de vele “Bumps” en “Dips” en natuurlijk ook stukken weg met alleen gravel of gedeelten waar aangegeven stond: “Rough road”.
Het laatste stuk door de bergen reden we achter een vrachtwagen en deze mocht / kon je niet inhalen.
Onderweg namen we wel de tijd om foto’s te maken.
Mooie bewolking bij de Sheep Mountain Lodge
We kwamen door een gebied waar veel beren, kari-boes en elanden leven, maar ook vandaag hebben we er geen een gezien.
Bij de lunch moesten we lang wachten voor er ie-mand kwam om onze bestelling op te nemen. Toen er eindelijk iemand verscheen bleek de soep die we wilden bestellen op te zijn.
In het volgende restaurant had men een speciaal fish-and-chips dagmenu, inclusief drinken, voor een redelijk bedrag, wat we dus genomen hebben.
De omgeving waar we reden was afwisselend ber-gen en bossen. Ook kwamen we langs 2 gletsjers, waarvan we er bij een dichtbij konden komen, de Matanuska gletsjer. Toevallig heette de veerboot van Skagway naar Haines Matanuska.
In Palmer verlieten we de Parks Highway om rich-ting Fairbanks te rijden. Op deze drukke kruising stond een bord met een waarschuwing voor overste-kende elanden. Er waren er hier sinds juli 2005 al 207 doodgereden !
Om 18.00 uur kwamen we bij het Best Western Lake Lucille hotel in Wasilla aan. Het hotel ligt aan een groot meer en er ligt ook een klein watervliegtuig achter het hotel. Later die avond zou het met veel lawaai opstijgen voor een rondvlucht.
Tijdens de maaltijd vloog er langzaam een visarend over het meer voorbij. Een prachtig gezicht.
Donderdag 29 juni Bewolkt + zon. 16 oC. 267 km.
Na het ontbijt, met $ 6 korting p.p., vertrokken we naar Seward. Dit keer was aangegeven dat we maar 3 tot 4 uur hoefden te rijden, dus tijd genoeg om onderweg vaker te stoppen.
We reden richting Anchorage en daarna naar het Zuiden. Iets voorbij Anchorage ligt een moerasgebied, Potter Marsh, waar je over een houten looppad op palen door het gebied kan lopen om de watervogels van dichtbij te bekijken.
Die watervogels zijn natuurlijk ook niet gek, dus we hoorden er wel enkele, maar zagen er vrijwel geen een.
De weg ging verder langs de “Turnagain Arm”. Deze zeearm, die veel op een fjord lijkt, is zo genoemd omdat Cpt. Cook hier een doorgaande route hoopte te vinden en er dus later achter-kwam dat de zeearm doodliep en hij weer om moest draaien.
Als het hoogwater wordt komt het water razendsnel omhoog en veroorzaakt een golf van zo’n 2 meter hoogte die met een snelheid van 20 – 25 km landinwaarts gaat. Er staan dan ook over-al waarschuwingsborden.
Langs het water bevindt zich Beluga Point. Hier worden vaak Beluga’s gezien en hoog in de bergen Dall sheep. De laatsten zagen we inderdaad lopen.
Daarna volgde het laagste (van Amerika) maar wel grootste (van Alaska) skigebied van Aly-eska. Hier traint de Amerikaanse skiploeg in de winter. Het gras was er nu mooi groen….
Even verderop de afslag naar de Portage Glacier (gletsjer) genomen en daar foto’s gemaakt van de gletsjers die we tegenkwamen.
Het weer werd wat minder, zodat we afzagen van de 1 uur durende boottocht naar de glet-sjer .
We reden het Kenai schiereland op waar de weg begon te klimmen en we al snel weer tussen de bergen en de bossen terecgtkwa-men.
In Hope, een verlaten goudzoekersstadje, hebben we de lunch gebruikt waarna we via Summit Lakes en de Moose Pass het 38 km lange Kenai Lake bereikten.
Vlak voor Seward moesten we afslaan richting Exit Glacier. Langs deze weg lag de Seward Windsong Lodge waar we de komende 2 nachten gingen doorbrengen.
Op de parkeerplaats speelden 2 eekhoorntjes tikkertje. Iedere keer als je buiten kwam zag je er wel een paar wegrennen en hoorde je hun waarschuwingskreet, een soort geratel.
Ook klom een eekhoorn met een klokhuis van een appel een boom in.
We reden nog even naar Seward om rond te kijken en boodschappen te doen.
Terug in het hotel boekten we een excursie voor de volgende dag naar het Kenai Fjords Natio-nal Park.
Vrijdag 30 juni Bewolkt + af en toe miezer. 16 oC.
Toen we naar het restaurant liepen voor het ontbijt zag de lucht er grijs uit. Ook werd er nog regen verwacht.
Bij het ontbijt zaten Nederlanders een tafel verderop, die ons vertelden dat zij gisteren met boottocht meegeweest waren. Het 1e uur was er weinig te zien, maar daarna hadden ze veel dieren gezien. Ze raden ons aan om ons goed warm aan te kleden (handschoenen en een das zouden goed van pas komen (en die hadden wij natuurlijk niet bij ons), want ze hadden het behoorlijk koud gehad.
Met de shuttlebus van het hotel werden we naar de haven gebracht waar onze tickets al klaar lagen.
Aan boord was plaats genoeg en we zochten binnen een plekje, want het buiten best nog wel fris.
De boot vertrok mooi op tijd en buiten de haven ging hij sneller varen. Het duurde inderdaad een uur voor we een aantal Purpoises (een dolfijnensoort) zagen waarvan er af en toe een paar met hun rug boven water uitkwamen. Even later kwamen er een aantal eilandjes in zicht en we gingen wat langzamer varen.
Hier lagen licht grijs gekleurde Harbour Seals (zeehondensoort) op de rotsen te rusten. Deze dieren zijn zeer schuw en zodra de motor iets te veel lawaai maakt, verdwijnen ze in het wa-ter.
Een eiland verder bevond zich een meeuwenkolonie. De meeuwen maakten veel kabaal en vlogen zo nu en dan op om vlak daarna weer te gaan zitten. De reden werd al snel duidelijk: In een boom boven de kolonie zat een jonge visarend die af en toe over de kolonie vloog om te kijken of hij een jonge meeuw kon verschalken. Op dat moment vlogen de volwassen zee-meeuwen op en vlogen om hem heen, waarna hij maar weer een plekje zocht in een boom.
Dit tafereel herhaalde zich enekele malen, voordar de jonge visarend besloot weg te vliegen.
Tussen de eilanden lagen veel vissersboten die bezig waren zalm te vangen. Af en toe zag je ook andere boten met toeristen op zoek naar walvissen, otters en dolfijnen.
Plotseling gingen we er met volle snelheid vandoor: Men had een walvis gezien ! En ja hoor, even later sprong er een jonge bultrugwalvis uit het water omhoog en viel met een klap op het water. Vervolgens bleef hij een tijdje onder water en sprong dan weer omhoog. Een prachtig gezicht !
Na een aantal sprongen had hij er blijkbaar genoeg van en bleef hij onder water.
Ondertussen waren we de fjord inge-varen waar aan het eind de Aialik gletsjer zich bevond. Voor de gletsjer lag nog een andere boot te dobberen.
Toen we er vlak bij waren werd de motor afgezet, zodat je kon genieten van de rust in dit ge-bied. De stilte werd alleen verbroken door het knallende geluid dat klonk als een stuk van de
gletsjer afbrak, gevolgd door het donderend gerommel van de brokken ijs die omlaag gleden en in het water belandden.
We bleven een half uur bij de gletsjer liggen en na het vertrek kregen we de lunch geser-veerd: Heilbot met een zakje chips en een blikje drinken.
Het weer was wat opgeknapt, zodat we geen warme kleding nodig hadden om buiten op het dek te genieten van het mooie schouwspel dat een gletsjer altijd weer oplevert.
Ondertussen wa-ren we weer uit de fjord en zetten we koers naar een aantal eilandjes waar Stellar zee-leeuwen, Pape-gaaiduikers en Kleine Alken te zien waren.
Daarna was het tijd om richting Seward te varen.
Onderweg zagen we nog een Zeeotter op zijn rug dobberen en diverse Papegaaiduikers die over en langs het schip heen scheerden.
Net toen een aantal Purpoises vlak voor de boeg met ons meezwommen kreeg de bemanning een seintje dat er 3 Bultrugwalvissen gesignaleerd waren.
Langzaam voeren we naar de de walvissen toe en regel-matig zag je hun rug boven water uitkomen. Ook ver-scheen af en toe een waterfontein als ze hun adem uit-bliezen en verscheen hun staartvin als ze weer onderdo-ken.
Na een laatste blik werd de vaarsnelheid opgevoerd, want we werden verwacht op Fox Island, waar we een zalmmaaltijd voorgeschoteld kregen.
Op dit eiland staan behalve het grote restaurant dat alleen gebruikt wordt voor de avondmaaltijd tijdens de excursie, enkele vakantiebungalows voor mensen die weleens op een onbewoond eiland vakantie willen hebben.
Tijdens de maaltijd vertelde een Ranger de geschiedenis van het Kenai gebied: De 1e bewo-
ners, over de Russen die handel zagen in de ottervellen, de overname door Amerika en de ontwikkeling van de toeristen industrie.
Bij het rondlopen zagen we nog een mooie blauwe vogel, de Steller’s Blue Jay, en een vis-arend die langzaam langs de kust vloog.
Ondertussen was ook nog eens de zon gaan schijnen, dus ook het weer viel deze dag mee.
Zaterdag 1 juli Zon. 17oC. 204 km.
Tijdens het ontbijt hoorden we achterin het restaurant luide kreten. Toen we daar gingen kij-ken zaten er enkele Engelse supporters hun ploeg, die tegen Portugal speelde, aan te moedi-gen.
Het ging om een plaats in de halve finale. De eindstand was 0 – 0, zodat penalties moesten beslissen wie er doorging.
Het was erg spannend, maar Portugal won de penaltyreeks uiteindelijk met 3 – 2: 2 Portuge-zen schoten naast, maar de Portugese keeper stopte 3 penalties.
Voor we richting Anchorage gingen zijn we nog even naar Seward geweest.
Seward is genoemd naar William H. Seward, de man die in 1867 Alaska van de Russen kocht. Seward wordt ook wel de poort van Alaska genoemd omdat hiervandaan eerst de hondeslee-weg (de Iditarod) en daarna de spoorlijn de rest van Alaska ontsloot.
Op Goede Vrijdag, 27 maart 1964, werd Seward getroffen door een tsunami (vloedgolf) als gevolg van een aardbeving. De stad werd voor een groot gedeelte verwoest. Overal langs de wegen bij de kust staan nu bordjes waarop staat wat te doen als er een tsunami alarm is.
Bij het rondkijken in Seward was het opvallend hoeveel campers en tenten er stonden op de kampeerterreinen. De reden hiervoor was dat op 4/7, Independance Day, er een race gehouden werd: Men moest de berg achter Seward oprennen en na op de top geweest te zijn zo snel mo-gelijk weer afrennen. Twee inwoners hadden dit jaren geleden voor de grap gedaan en nu kwamen er ieder jaar duizenden mensen op af.
De weg van Anchorage richting Seward was vandaag dan ook erg druk, terwijl wij goed kon-den doorrijden.
We bezochten het Big Game Alaska dierenpark, waar de dieren die in Alaska voorkomen te zien zijn. Hier worden ook jonge of gewonde dieren die gevonden worden naar toe gebracht om ze later weer vrij te laten in de natuur.
We zagen een jong (wees)elandje, 2 zwarte beren die in een boom zaten (precies zoals ze op de folder van het park waren afgebeeld), elken, bisons, grizzly beren, elanden, een stekelvarken, een visarend en muskus-ossen.
Het was opvallend dat je in dit dierenpark met je auto rond kon rijden, wat veel bezoekers dan ook deden.
We waren al vroeg in Anchorage en reden naar het Kin-caid Park dat vlak naast het vliegveld ligt. Hier heb je een grote kans om elanden te zien, die door het hek om het vliegveld niet verder kunnen en dus gedwongen worden om via het Kincaid Park rond het vliegveld te lopen.
De informatie klopte, want al snel zagen we een auto langs de kant staan en in de struiken stond een eland van de struiken te eten.
Rustig liep hij al etend verder tot hij uiteindelijk in de bossen verdween.
Bij het bezoekerscentrum was het redelijk druk. Er bleek een bruiloft te zijn. Na nog een stukje rondgelopen te hebben door de bossen gingen we naar het hotel, de Inlet Towers Suites.
Onze kamer lag op de 9e etage met uitzicht op de zeestraat Knik Arm, de daarachter liggende bergen en links de startbaan van het vlieg-veld van Anchorage, waar weer regelmatig vliegtuigen vertrokken.
We konden ons gelijk inschrijven voor de shuttlebus naar het vliegveld op maandag-morgen. We wilden om 05.00 uur mee, maar de receptioniste zei dat we gemakke-lijk de shuttle van 05.30 konden nemen als we om 07.00 uur moesten vliegen. Dus schreef zij ons voor 05.30 uur op.
We bezochten de zalmtrap ook weer. Het water in de rivier stond nu een stuk lager, waardoor er nog maar 1 doorgang voor de zalmen was. Je zag ze weer regelmatig “hangen” in het stromende water en vervolgens met grote snelheid richting dam verdwijnen.
Aan de andere kant van het vliegveld bevindt zich Point Woronzof, waar je ook grote kans had om elanden te zien. We reden door zo ver als we konden en uiteindelijk eindigde de weg bij een parkeerterrein waarvan af je naar het strand beneden kon komen. Het uitzicht over de Knik Arm was ook geweldig.
Plotseling klonk er een luid geraas en even later vloog er een vliegtuig vlak over ons heen richting zee. Terwijl wij daar rondkeken vloog er wel iedere 6 minuten een vliegtuig over.
Logisch dat we hier geen elanden zagen !
Op de terugweg stopten we bij het Earthquake Park. Een weg door het bos leidde naar een plek waar enkele borden stonden met infor-matie over de aardbeving op Goede Vrijdag in 1964.
Een groot gedeelte van Anchorage was verwoest en een aantal huizen was door een aardverschuiving in zee verdwenen.
Het geheel viel eigenlijk tegen en we werden ook nog lastig gevallen door muggen.
Zondag 2 juli Zon. 18 oC.
Onze laatste dag in Anchorage en Alaska. Sary nam ontbijt waar bij vermeld stond dat je er vers fruit bij kreeg.
Het ontbijt dat opgediend werd bestond uit 2 gebakken eieren, toast, gebakken aardappels, een schijfje sinaasappel en een halve aardbei.
Sary dacht dat er een fout gemaakt werd, want zij verwachtte geen gebakken aardappelen en wel vers fruit.
Voor de zekerheid raadpleegden we eerst de kaart: Er stond toch duidelijk: Met vers fruit. Onderaan stond wel aangegeven dat er gebakken aardappelen bij het ontbijt geserveerd wer-den.
Toen we de serveerster vroegen waar het verse fruit bleef keek ze naar Sary’s bord en zei: “Dat zijn de aardbei en de sinaasappel daar”……..
Om 10.00 uur brachten we de auto terug naar Avis, na deze eerst volgetankt te hebben, zoals aangegeven stond op de Avis informatie. We vergaten evhter een bonnetje te vragen, zodat Avis het recht had om ons voor een volle tank te laten betalen.
De Duitse vertegenwoordigster van All Alaska Tours arriveerde net bij Avis en informeerde hoe wij het gehad hadden en of alles naar wens was verlopen. Toen zij binnen vroeg of haar klanten voor die ochtend al gearriveerd waren, bleek dat deze net met hun huurauto vertrok-ken waren.
Degene die onze sleutel in ontvangst nam hoefde geen bewijs te hebben dat we getankt had-den. Als er iets niet in orde zou zijn , werd dit geregeld met All Alaska Tours, die dit dan weer aan ons zouden doorgeven. Ook de auto werd niet gecontroleerd.
We noteerden nog even hoeveel mijl we gereden hadden: 2570 (= 4140 km).
We liepen nog even door Anchorage en namen nog wat foto’s.
Op een gegeven moment hoorden we muziek en kwamen uit bij een grote markt waar amateurs de gelegenheid kregen om voor de be-zoekers te laten horen hoe goed zij konden zingen.
Op de markt stonden veel kramen waar typische Eskimo kunst verkocht werd. Er was ook een natuurfotograaf die zijn foto’s voor behoorlijke prijzen te koop had. Ook was er veel vis en fruit te koop. Daarna wandelden we verder door de stra-ten richting de kust.
In Elderbury Park staat een standbeeld van Captain James Cook die uitkijkt over de zee. Hier is een platform met verrekijkers neergezet waarmee je kan speuren naar Beluga’s die hier re-gelmatig langs komen.
Terug in het hotel pakten we onze koffers en hadden nog een prima maaltijd in het restaurant van het hotel.
Maandag 3 juli
Om 04.55 uur stonden we op en we stonden net voor het hotel toen de shuttlebus arriveerde. De chauffeur vroeg waar we heen wilden en toen we antwoorden: “Het vliegveld”, zei hij: “Daar kom ik net vandaan ! Ik ga nu naar het station en daarna pas weer naar het vliegveld.”
Wij vertelden hem dat wij het advies gekregen hadden om niet om 05.00 uur maar om 05.30 uur de hotelshuttle te nemen. Hij ging met ons naar binnen en legde de receptioniste uit wat er aan de hand was. Zij controleerde het logboek en zag onze namen staan. Wij vertelden nog een keer wat er gebeurd was en daarna zei ze: “Ik zal zorgen dat er een taxi op onze kosten voor U wordt geregeld”. Binnen een kwartier was de taxi er en weer een kwartier later waren we op het vliegveld.
Binnen was men al druk aan het inchecken. Je kon dit zelf doen m.b.v. de code die op je ticket stond.
Helaas weigerde het apparaat onze codes te accepteren en ook een vertegenwoordiger van United Airlines lukte het niet. We werden apart gezet en dienden te wachten tot iemand ons zou komen helpen. Gelukkig duurde dit niet al te lang.
Zij controleerde de passagierslijst en zei (gelukkig maar): “U staat er inderdaad bij”. Daarna draaide zij instapkaarten voor ons uit en wees ons waar we de bagage neer konden zetten.
Dit keer hoefden we in Chicago onze bagage niet op te halen, deze zou daar op het vliegtuig naar Amsterdam gezet worden.
We hadden geen tijd meer om iets te kopen voor ontbijt en konden direct door naar het vliegtuig.
Om 06.55 vertrokken we. Ook nu zat het vliegtuig vol. Om 12.35 uur (15.35 uur plaatselijke tijd) landden we in Chicago. De Gate voor Amsterdam bleek naast de Gate te liggen waar we aangekomen waren. We hadden nu tijd genoeg om wat te eten (een grote beker yoghurt met vruchten) en te drinken en onze laatste $$$$$ op te maken.
Om 18.00 uur vertrokken we uit Chicago. Na het avondeten werd er nog een film vertoond: Eight Below, een film waarin onderzoekers hun sleehonden op hun basis achterlaten en daar niet naar terug kunnen vanwege een storm. Daarna is er geen geld, maar uiteindelijk na een aantal maanden kan men terug en vindt men de meeste honden (die losgebroken waren) weer levend terug. De film laat zien hoe het de honden gelukt is om in leven te blijven.
Daarna ging de verlichting uit, zodat je kon proberen te slapen. Wij namen allebei een half slaaptabletje en doezelden weg, af en toe gewekt door het harde lachen van iemand die naar de volgende film keek of een harde nies van de passagier achter ons.
Een uur voor de landing werd het ontbijt geserveerd. Om 02.10 (09.10 plaatselijke tijd) land-den we op Schiphol. Met de shuttlebus van der Valk reden we naar het hotel. Daar dronken we nog even koffie en vertrokken richting Spijkenisse. Het was toen al 25 oC en het zou die dag (en de dagen erna) constant rond de 35 oC worden ! Welkom thuis !
Resumé: Alaska is een gebied zonder files met veel uitgestrekte bossen, bergen, enorme vlak-tes, grote gletsjers, watervliegtuigen, meren, eindeloos lijkende wegen, vliegvelden (vrijwel ieder dorp, ook al staat er maar 1 huis, heeft er een, al is het soms maar een open strook gras in het bos) en dieren (maar je moet geluk hebben om ze te zien en/of tegen te komen).
De mensen zijn zeer vriendelijk en behulpzaam en aangezien het op de hoogte ligt van Zuid-Noorwegen zijn de zomers “normaal” met temperaturen tussen de 15 en 25 oC (uitzonderingen daargela-ten). © 2006 - 2009 Janbos, gepubliceerd in Reisverhalen (Reizen en Recreatie) op 09-10-2006. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Janbos is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...
Verwante artikelen
- Noord- en Midden Amerika, de V.S: De Verenigde Staten is één van de grootste en machtshebbende landen ter wereld. Het is een prachtig land om op vakantie te gaan, met zijn vele nationale parken met overweldi…
- Taken van de hond: sledehonden: Honden zijn voor vele doeleinden nuttig. Vaak zijn er dan ook speciaal gefokte honden voor een taak, deze honden hebben de voor hun taak benodigde eigenschappen. Bij het trekk…
- Alaska, the last frontier!: Een bezoek aan Alaska is een intensieve ervaring die je je als reiziger levenslang zal blijven herinneren. Mensen die dit ontzaglijk gebied, de thuis van honderden verschillende v…
- WK korte baan zwemmen: dames 1993: Het WK kortebaanzwemmen werd voor het eerst in 1993 gehouden, in een experimentele fase en vond plaats in Spanje. Vooral de dames van China deden het dit jaar erg goed in d…
- De Verenigde Staten van Amerika: De Verenigde Staten van Amerika, ook wel USA of VS genoemd, zijn onderverdeeld in 50 staten. Daarnaast bestaat er nog het District van Columbia, beter bekend als Washington D…

Reageer op het artikel "Rondreis Zuid-Alaska en Noord-Canada"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

