Spitsbergen en Oslo
Dit verslag gaat over een reis rondom Spitsbergen op een omgebouwde ijsbreker, gevolgd door een bezoek aan OsloCruise “Rondom Spitsbergen”
Woensdag 20 juli 2005
Eindelijk is het dan zover. Bijna twee jaar geleden hebben we deze reis geboekt, nu gaan we dan naar eindelijk naar Spitbergen (of Svalbard, zoals de Noren zeggen).Vandaag de koffers ingepakt. Vreemd hoor: hoog zomer en jij moet je winterkleding inpak-ken, rubberen laarzen, bergschoenen, ski-ondergoed enz.
Donderdag 21 juli
Het is 11.00 uur en Annie heeft ons naar de metro gebracht. Pech: metro net weg, veertien minuten wachten.Om 12 uur op het Centraal Station voor de trein: weer net weg!
Ook hier weer ongeveer een kwartier moeten wachten en alsof dit nog niet voldoende was, moesten we bij Leiden de trein uit (er zou een storing zijn bij Schiphol) om na een kwartier weer in een trein te stappen en dan toch door naar Schiphol (er bleken mensen op de rails te hebben gelopen). Uiteindelijk kwamen we toch nog om half twee op het vliegveld aan.
Om half drie Mariska gebeld, ze was net op Schiphol aangekomen voor haar vakantie op Kos en ging naar vertrekhal 3 (wij 1). Wij moesten al naar de Gate en een hele andere kant op, waardoor we elkaar niet meer hebben gezien.
In het vliegtuig bleek een van de gidsen (Arjen Drost) van onze reis op dezelfde rij in het vliegtuig te zitten. We herkenden hem omdat we de dagen voor ons vertrek zijn website hadden bezocht.
Wij zijn op tijd vertrokken naar Oslo. Op het vliegveld van Oslo moesten we onze koffers door de douane loodsen (althans dat werd gezegd en stond ook in onze papieren).
We hebben bijna een uur bij de band gestaan, maar geen koffers. Bij navraag bleek dat onze koffers gelijk doorgingen naar het volgende vliegtuig, dus niet zelf meer sjouwen.
Eerst een broodje gehakt en aardappelsla gegeten en dan maar wachten op de volgende vlucht naar Longyearbyen.
21.45 boarden, 22.00 uur vertrokken en bij aankomst kregen we een extra rondje boven Longyearbyen, wat een heel mooi gezicht was: Hoge kale bergen, gletsjers, kortom gewel-dig. We vlogen tussen de bergen door, door een dal (wat later het eind van de fjord bleek te zijn waar Longyearbyen aanligt), over Longyearbyen, draaiden naar links waarna we landden.
Vrijdag 22 juli
Na om 00.50 uur geland te zijn waren we om 02.00 uur in ons “guesthouse”.Het was nog volop licht, omdat de zon niet ondergaat in deze tijd van het jaar.
In het “hotel” is het gebruikelijk om je schoenen buiten uit te trekken en op je sloffen of sok-ken binnen te gaan. Net zoals in sommige winkels, de kerk en de bibliotheek. De reden hier-voor is dat er maar weinig geasfalteerde wegen zijn in Longyearbyen (dat is trouwens de eni-ge plaats in heel Spitsbergen waar geasfalteerde wegen zijn), zodat er altijd wel modder of steentjes (blijven gemakkelijk zitten tussen het profiel van je zolen) naar binnen gelopen kun-nen worden.
In Longyearbyen zijn 4 grote hotels. Overal in het plaatsje staan gekleurde houten huisjes en “guesthouses”. Er zijn geen tuinen, want er groeit bijna niets (we zitten ver boven de boom-grens), maar wel zie je overal snow-scooters staan. Ook de weg is niet meer dan nodig, dus zodra je links of rechts afslaat loop je op onverharde wegen..
De huizen zijn gebouwd op palen, omdat anders door de verwarming in de huizen de perma-frostlaag zou ontdooien, waardoor het huis zou gaan verzakken. Soms is het onderste gedeelte met planken waar tussen open ruimtes gehouden worden dichtgetimmerd zodat men er spullen kwijt kan.
Er is een winkelcentrum waar ze leuke en mooie dingen verkopen en een haven (eigenlijk meer een lange kade) waar verder niets is.
Tijdens onze wandeltocht van het “hotel” naar de haven, kwamen we een rendier tegen dat gewoon zijn gang ging en zich niets van ons aantrok.
We bezochten de kerk (de noordelijkste kerk ter wereld) en het winkelcentrum waar (naar later bleek) ook onze Duitse scheeps-arts rondliep Zijn koffer was niet aangekomen in Long-yearbyen.
Later kwam men zijn koffer brengen bij het havenkantoor. Onze koffers zouden van het “hotel” naar de haven worden gebracht, maar juist vandaag bleek deze service niet beschik-baar. Gelukkig had de doktor dit in de gaten toen men hem op kwam halen om naar de haven te gaan en hij zorgde ervoor dat onze koffers tegelijk meegenomen werden.
Vlak voorbij het havenkantoor staat een bord om je te waarschuwen dat je uit moet kijken voor ijsberen en dat dit voor heel Spitsbergen geldt.
Toen wij daar een foto van wilden gaan maken werden we aangevallen door een Noordse Stern, die daar blijkbaar zijn nest had. Het beestje vloog vlak over ons heen en je moest soms wegduiken, want anders raakte hij je met zijn scherpe snavel.
Toen we later in het havenkantoor zaten te wachten tot 16.00 uur, het tijdstip waarop we aan boord mochten, hebben we de Noordse Stern nog diverse keren nietsvermoedende toeristen aan zien vallen.
In het havenkantoor was ook een winkeltje waar Sary een prachtige gevoerde Noorse trui kocht, die wind en waterdicht is, maar wel “ademt”. Tijdens de trip heeft ze daar veel plezier van gehad.
Eenmaal op de boot, de “Professor Molchanov”, trok de bewolking weg en ging de zon schij-nen. We hadden hut 421, die erg gunstig lag: Op het dek waar je aan boord kwam en het was de 1e hut aan je linkerhand als je de boot inging. Naar het “Restaurant” ging je 1 trap naar beneden, de bar / informatieruimte was op hetzelfde dek en naar de brug moest je 2 trappen op, waarbij de trap ook weer direct naast onze hut was.
In de hut stonden 2 bedden schuin tegenover elkaar. Onder ieder bed waren lades, waarvan er 1 bestemd was voor het echte reddingsvest. Verder waren er 2 hangkasten en 1 legkast met daarboven nog ruimtes waar je je (mini) zwemvest kwijt kon. Dan stond er nog een bureau met lades en was er boven het linkerbed nog een ruimte voor bijv. bekers etc., dus opberg-ruimte was er meer dan voldoende.
Aan het eind van de hut was rechts een gedeelte met een douche, toilet en wastafel, met boven de wastafel ook weer een kastje.
Alle deuren waren goed vergrendeld en in de open kastjes was er een opstaande rand aange-bracht zodat bij een stevige deining er geen spullen uit de kast konden vallen.
In de bar hadden de tafels ook opstaande randen.
We moesten nog tot 19.00 uur wachten om de watervoorraad op peil te brengen. We kregen geen sleutel van de hut omdat het aan boord de gewoonte is om niets op slot te doen. Anders raken mensen de sleutel toch maar kwijt en meestal op ongelukkige momenten / plaatsen. Eer-lijkheid staat hoog aangeschreven.
Intussen kregen we veiligheidinstructies, waarbij er gespeeld werd dat we van boord moesten. Eerst moesten we verzamelen in de bar, waarna gekeken werd of iedereen er was. Daarna ging je naar de reddingsboten: Stuurboordpassagiers boot 1 en bakboordpassagiers boot 2. Hoewel alles duidelijk uitgelegd was, bleek na het alarm dat 2 Italianen niet aanwezig waren in de bar. De boot werd doorzocht en de Italianen werden gevonden: Ze zaten al in de reddingsboot ! Desondanks hoefden we de oefening niet nogmaals te herhalen.
Daarna om 19.30 uur eten: Tilapiafilet. Heerlijk gegeten, nog even een kop koffie gedronken en daarna slapen.
Sary is wel zeeziek geweest, want we voeren over open water.
In de Adventfjorden en de Isfjorden was de zee nog kalm, maar op weg naar Prins Karls Forland werd dat anders.
Vanaf nu waren we onbereikbaar voor de buitenwereld (op onze eigen telefoon dan).
Zaterdag 23 juli
Vroeg gewekt, om 07.00 uur. Dit is de standaard wektijd, waarna om 7.30 uur het ontbijt klaar staat en om 8.30 informatie gegeven wordt wat we die dag gaan doen.Douchen, ontbijten en om half 9 instructies voor de zodiak (een rubberboot met buitenboord-motor waar ca. 12 personen + een bestuurder in kunnen. De boot heeft 12 luchtcompartimen-ten en kan uiteraard tegen een stootje).
Hoe moet je instappen, hoe weer uitstappen, welke kleding en schoenen kan je het beste aan-doen, wat gebeurt er als we aan land gegaan zijn, etc.
Het weer was redelijk: Zo’n 6 oC, wat eigenlijk de hele reis de gemiddelde temperatuur was. Met wind was het wat kouder en met de zon was het warmer, rond de 12 oC.
We lagen voor anker in de Kongsfjorden, de een na grootste fjord aan de westkust. Om 09.15 uur vertrokken we naar Blomstrand, voor een wandeling van een paar uur.
Rinie van Meurs, de expeditieleider, was niet zeker of Blomstrand vernoemd was naar een Zweedse ontdekkingsreiziger of naar het feit dat er veel bloemen groeien. Ook de literatuur spreekt zich hierover nog wel eens tegen.
Er was aangeraden om een regenbroek aan te doen, want je wist het maar nooit met de zodiaks: De ene keer blijft alles droog, de andere keer wordt alles nat.
Het is wel verplicht om een (klein) zwemvest te dragen in de zodiaks en daar werd goed opgelet.
Dat gold ook voor het af- en aanmeldingssysteem: Een bord waarop allemaal plaatjes met nummers stonden. Ieder nummer stond voor een persoon. Ga je mee met een zodiak, dan draai je het plaatje om. Kom je weer aan boord, dan draai je het plaatje weer om. Zo weet iedereen waar iemand is. Na terugkomst van een tocht wordt gecontroleerd of iedereen weer aan boord is. Hangen er nog plaatjes omgedraaid, dan worden de nummers omgeroepen, zodat de desbetreffende persoon zich kan melden.
Eenmaal aan land kan je het zwemvest achterlaten, evenals overtollige kleding zoals bijv. de regenbroek. Alles bleef gewoon liggen, want er was toch niemand anders in de buurt. Werden we ergens anders opgehaald door de zodiaks, dan zorgde de bemanning dat alle spullen bij de ophaalplaats lagen.
Deze trip hielden we de regenbroek aan, maar dat is de laatste keer geweest, want terug aan
boord was je gewone broek ook drijnat van het zweet. De volgende landingen hebben we vrij-
wel altijd de regenbroek aan boord gelaten.
Aan land werden we in 3 groepen verdeeld: een slow, een fast en een groep Noren. Slow was langzaam en laag blijven terwijl de fastgroep omhoog de berg op gaat in rapper tempo.
Wij besloten met de laatste groep mee te gaan en halverwege splitste deze groep ook weer in tweeën: er ging een gedeelte de top van de berg over, maar wij vonden deze klim hoog ge-noeg.
We kwamen heel wat mooie bloemetjes en plantjes tegen, ook sneeuwhoenen en een vrouw-tjes rendier met haar jong.
Vlak voor de plek waar we opgepikt zouden worden, Ny London, werden we aangevallen door een Noordse Stern. Even later viel hij ook Lilian, de Purser, aan en zij werd geraakt op haar hoofd, waarna er een straaltje bloed over haar gezicht liep.
In Ny London was een Engelse marmermijn. Helaas bleek het marmer niet bestand tegen hogere temperaturen en viel dan in brokjes uit elkaar. De mijn werd gesloten en de restanten ervan zijn nog steeds te bekijken.
Na de lunch aan boord vertrokken we naar Ny Alesund, dat tegenover Blomstrand ligt.
De enige “droge landing” van deze reis. Dit houdt in dat je geen laarzen aanhoeft te hebben om aan land te kunnen gaan. In alle andere gevallen moest je 1 of meer passen door het water doen om aan land te komen.
Ny Alesund was een mijnwerkersplaats met een school, maar na een ongeluk waarbij 50 do-den vielen werd de mijn gesloten en verliet men Ny Alesund.
In de 60-er jaren werd de plaats herontdekt door onderzoekers: het pakijs komt niet tot Ny Alesund, zodat er altijd bevoorradingsschepen kunnen komen. Er werd ook een vliegveld aangelegd. Er zijn nu onderzoekstations van diverse landen o.a. Amerika, Engeland, China, Japan en Noord-Korea.
We waren net Ny Alesund binnengelopen toen we teruggeroepen werden door iemand die iedereen een sticker op zijn jas plakte waarop stond dat Ny Alesund een milieu-vriendelijke stad is. Wat verder de achtergelegen gedachte was werd ons niet duidelijk.
Ook hier zijn slechts enkele wegen aangelegd en je mocht daarvan ook niet afwijken of verder doorlopen vanwege de ijsberen, maar ook omdat er veel apparatuur stond en er stukken land ingezaaid waren met bepaalde gewassen om te kijken hoe die zich hielden in het Arctische klimaat.
In Ny Alesund bevindt zich het meest noordelijke postkantoor ter wereld, waar we onze kaarten postten. Helaas was het speciale stempel gestolen.
In het dorp staat een beeld (hoofd) van Amundsen die hier met een zeppelin heen kwam. De mast waaraan de zeppelin vastgelegd werd staat er ook nog.
Ook is er een museum waarin te zien is hoe men in de mijnen werkte en er is ook een vrij grote souvenirwinkel, die alleen open is als er schepen aankomen. Tijdens ons bezoek arri-veerde de Costa Marina, een Italiaans cruiseschip.
Er komen regelmatig cruiseschepen naar Spitsbergen, maar zij kunnen alleen aanleggen in Longyearbyen en Ny Alesund.
Er waren veel “Barnacle” ganzen (brandganzen) met jongen en 3 huskies zaten aan de rand
van het dorp in een kooi. Ook vlogen er veel Noordse Sternen rond, maar dit keer lieten ze
ons met rust.
Direct nadat we aan boord waren vertrokken we en voeren naar de Kongsbreen (konings glet-sjer) waar we door het pakijs (veel kleine ijsschotsen) vlak langs voeren. Er lag een zodiak met 4 personen voor het ijsfront tussen de ijsschotsen en op een van de ijsschotsen lag een zeehond.
Tijdens de tocht naar de gletsjer vertelde de Duitse scheepsarts dat hij voor Ford in Keulen werkte. Zo zie je maar hoe klein de wereld is, want aan Ford levert Huntsman de grondstoffen voor de stoelen. Hij had een advertentie gezien waarin men om een scheepsarts voor deze cruises vroeg. Het leek hem wel wat en zodoende was hij nu aan boord. De enige kosten die hij hoefde te maken waren de reiskosten om in Longyearbyen te komen en weer terug in Keu-len.
Zondag 24 juli
De hele nacht voeren we naar het Noorden en kwamen `s morgens aan in de Jakobsbukta (Jacobsbaai). Daar gingen we aan land voor een wandeling van 2 ½ uur.Er lagen hier veel takken en soms stukken boomstam, terwijl er op Spitsbergen geen bomen groeien. Het bleek dat deze afkomstig waren uit Siberie: Ze zijn door de Koude Golfstroom meegenomen naar het Zuiden en vervolgens door de Warme Golfstroom weer terug meege-nomen naar het Noorden om uiteindelijk hier terecht te komen.
Op de rotsen en het strand lagen ook veel vellen die op plastic leken. Deze vellen zijn van kelp, een plant die op de zeebodem groeit en door ijs kapot wordt gemaakt, waarna de blade-ren aanspoelen en na uitdrogen dus net op plastic lijken. Als je erover loopt moet je goed uit-kijken, want het spul is erg glad.
Een van de Amerikanen liep vandaag in zijn korte broek en een T-shirt. Hij had volkomen gelijk, want tijdens de wandeling trok de een na de ander een trui of T-shirt uit omdat men het te warm kreeg.
Onderweg weer veel planten/bloemen en een “purple sandpiper” ( een klein vogeltje dat onze aandacht trok om bij zijn nest weg te blijven) gezien.
Vlak voor het uitzichtpunt op 2 gletsjers lag een rendiergeraamte.
Op de terugweg was er een Noor die de groep achter zich liet en zich naar het punt spoedde waar we geland waren. Omdat wij voorop liepen zagen we hem bukken, wat spulletjes bij el-kaar vegen en daar iets op leggen. Toen we bij dat puint kwamen bleek hij een soort nestje ge-maakt te hebben, waarin hij een kippe-ei had gelegd. Het was prachtig om te zien dat veel mensen erin trapten en zich afvroegen van welk dier dat nest kon zijn en waarom hij dat nest verlaten zou hebben, want er was op die plek geen vogel te bekennen !
Na de lunch gingen we op zoek naar ijsberen in de Liefdefjord.
Om 14.10 uur (we zaten nog geen uur in onze hut) voeren we langs de Andoyne eilanden en er werd omgeroepen dat er een ijsbeer was gezien. Dus aankleden en in de zodiaks, we heb-ben met 5 zodiaks bijna 2 uur lang deze ijs-beer gevolgd. Geweldig!
Hij (sorry), zij (het was een vrouwtje zei onze cruiseleider) is het hele eiland rondgelopen, op zoek naar voedsel, en vond ook een eidereendennest. Tijdens de zoektocht naar eten , werd ze steeds aangevallen door vogels die daar een nest hadden, zodat je goed kon zien waar de ijs-beer zich op het eiland bevond. Likkebaardend liep ze verder en uiteindelijk, na diverse po-gingen om het water in te gaan, deed ze dat dan ook, en zwom naar het volgende eiland. Zodra de ijsbeer in het water was moesten wij op afstand blijven, omdat de ijsbeer anders in paniek kon raken en verdrinken.
Ijsberen zijn goede zwemmers. Rinie vertelde dat hij er wel een een 65 km uit de kust was tegengekomen (in het Rotterdams Dagblad van 11 augustus stond dat men een ijsbeer gevolgd had via een zendertje en dat deze ijsbeer al zwemmend 78 km uit de kust was gesignaleerd !).
Na het avondeten lagen we bij de Monacogletsjer waar ook veel Grote Burgemeesters (vo-gels) waren. Drie maal brak er een stuk ijs van de gletsjer af, dat met een enorm lawaai in het water terecht kwam.
Overal vlogen “Kittywakes” (drieteenmeeuwen), die af en toe in het water doken op zoek naar voedsel. Door het afbreken van het ijs verandert de samenstelling van het zeewater: Het wordt minder zoet en ook door de kou van het smeltende ijs ontstaan er onder het wateroppervlak wervelingen waardoor water uit de diepte omhoog gestuwd wordt en voedsel meeneemt voor deze vogels.
Af en toe zag je ook een Ivoormeeuw, een meeuw die helemaal wit is. Deze meeuw ruimt o.a. de resten op die ijsberen na het verorberen van een zeehond (ze eten dan alleen het vet op) achterlaten.
Maandag 25 juli
’s Nachts doorgevaren op weg naar de Sjuoyane (7 eilanden). Door de ijsgang ging dit iets minder vlot dan verwacht.’s Morgens lagen we net voorbij de Hinlopenstraat met nog zo’n 40 zeemijlen te gaan. We waren wel de 80° noorderbreedte gepasseerd, maar voeren nu terug naar het Zuiden.
9.40 uur: Walrus op 14.00 uur, stuurboord. Het bleken er twee te zijn die nieuwsgierig het schip bekeken, onderdoken, weer opdoken etc. Uiteindelijk klom er 1 op een ijsschots, waar-bij hij eerst zijn tanden in, o nee, op het ijs zette en zich daarna met behulp van zijn flippers op het ijs trok. Hij bleef daar zo’n vijf minuten liggen en rolde er daarna weer vanaf. Vervolgens zwommen ze voorbij het schip en verdwenen in de open zee.
Het werd wat mistig, zodat er besloten werd om lezingen te organiseren.
Onze groep, de stuurboordpassagiers, kregen een lezing van ca. 1 uur over zeevogels, van Peter Scova: Wat zijn zeevogels en hoe zijn ze onderverdeeld.
Ondertussen was de boot iets teruggevaren naar de Sorgfjord.
Om 11.40 lag er weer een walrus op een ijsschots vlak voor het schip. Hij leek te slapen, werd wakker, schuurde zijn buik een paar keer langs de rand van het ijs en liet zich in het water zakken waarna hij verdween.
Het waterschap veranderde constant: grote ijsschotsen, kleine ijsschotsen, open zee, ijsvlaktes etc. Soms mist, dan weer helder.
De “Prof. Molchanov” is een echt expeditieschip en “ontdekt” vaak gebieden waar nog nie-mand geweest is en waar dus niets over bekend is. Er worden dan aantekeningen gemaakt
om te gebruiken bij volgende bezoeken.
Arjen Drost gaf een lezing van 45 minuten over de aanpassingen van vogels en zoogdieren
aan het leven in arctische gebieden.
15.40 uur Walrus en Baardrob gezien.
Terwijl we op de brug stonden moesten we door een lange ijsschots die dwars voor het schip lag. Met een vaart schoof het schip op het ijs, zodat de voorkant omhoog kwam, waarna het ijs door het gewicht van de boot brak. Een heel aparte ervaring!
19.50 uur 2 walrussen. Daarna nog een stuk van de lezing voor Amerikanen gevolgd over walrussen en ijs. Vlak daarna werden diverse keren zeehonden gezien, 1x zelfs een groep van zo´n 10 dieren.
De passagiers bestonden uit een bont gezelschap: 2 Australiers, 2 Italianen, 1 Duitser, 3 Hollanders, 2 Denen, 23 Amerikanen, 8 Noren, en 5 Engelsen.
Dinsdag 26 juli
´s Morgens lagen we bij de Lomfjordhalfoya, voor de Alkefjellet. In de zee zwommen hon-derden zeekoeten in groepjes van zo´n 20 – 30.Na het ontbijt gingen we met de zodiaks langs de kliffen waar honderdduizenden zeekoeten aan het broeden waren.
Er waren al jongen: Het vrouwtje zat dan met haar rug naar zee, om het jong te beschermen tegen de zeemeeuwen die proberen de eieren of de jongen te pakken. De mannetjes vlogen af en aan om het vrouwtje en het jong te voeden. Ze kunnen maar 1 visje tegelijk meenemen, dus het is hard werken voor de beestjes!
Twee poolvossen scharrelden rond op zoek naar eieren en verdwenen over de sneeuw naar de top van de kliffen.
Tijdens de tocht zwom er een groep kleine rietganzen voorbij.
Het sneeuwde zachtjes tijdens de tocht die zo´n 2 uur duurde.
Michael, de Amerikaanse gids die onze zodiac bestuurde, viste ondertussen allerlei soorten plankton uit het water en bewaarde die in plastic zakjes zodat iedereen de plankton (met de vreemdste vormen) goed kon zien.
Ook kwamen we nog een dode zeekoet tegen die hij aan boord nam en aan ons liet zien. Het was een prachtig beest, zonder ook maar een beschadiging, dus iedereen vroeg zich af hoe hij doodgegaan zou zijn.
Tussen de kliffen waren veel watervalletjes en enkele stukken met “hangende gletsjers”.
´s Middags de Lomfjord opgevaren, waar weer veel ijsschotsen dreven. Veel zeehonden op het ijs gezien.
Vervolgens aan land bij Faksevagen en anderhalf uur gewandeld, 5 rendieren gezien. De tocht eindigde bij de overblijfselen van een jagershut.
´s Avonds gezigzagd door het ijs. Vlak langs 2 zeehonden gevaren. Ook nog 2 papegaaidui-
kertjes langs zien vliegen. Ze zijn hier zeldzaam.
Nog even naar de bar, die stond elke dag vol met 2 mandjes, waar 2 soorten (Hollandse) koek-jes in zaten en ook stond er een grote pot drop. Thee, koffie, chocolademelk en bouillon ston-den op de bar en dit was gratis, andere drankjes kon je zelf pakken maar dan moest je je naam en hutnummer en wat je genomen had opschrijven op een formulier.
Om 22.45 uur werd nog een ijsbeer gesignaleerd. Helaas wel ver weg. Toch maar een foto ge-maakt.
Woensdag 27 juli
Voor anker bij Torellneset bij de Augustabukta op Nordaustlandet.Bij aankomst was al een groep walrussen duidelijk zichtbaar op het kiezelstrand. Na het ont-bijt er dus met de zodiaks naar toe.
Vanaf zo´n 100 meter schoven we steeds 10 tot 20 meter op om de walrussen te laten wennen aan onze aanwezigheid.
Af en toe keek er een (van de ca. 40) op en ging daarna weer rustig liggen. Soms hoorde je bromgeluiden uit de groep komen en kwamen er flippers omhoog. Er was beweging genoeg. Uiteindelijk stonden we op ca. 30 meter afstand.
Plotseling kwamen van achter de groep 2 walrussen, een jonge en een oude, aanzwemmen. Ze wilden aan land gaan, maar zagen ons staan.
Daarop draaiden ze zich om en zwommen naar ons toe. Vlak voor ons kwamen ze richting strand, kwamen tot bij het strand en gingen dan weer iets terug om een klein stukje verder te zwemmen en daarna weer naar ons toe te komen. Degenen die vooraan stonden langs de wa-terlijn konden de walrussen bijna aanraken.
Dit ritueel herhaalde zich enkele malen, tot ze voorbij onze groep gezwommen waren, waarna ze teruggingen naar het begin van de groep en ons nog een keer op dezelfde manier “contro-leerden”. Daarna zwommen ze naar dieper water en verdwenen uit zicht.
De groep werd opgesplitst en wij gingen mee naar hoger gebied. Daar kon je beter lopen dan op het kiezelstrand waar je steeds wegzakte.
Twee Barnacle ganzen met hun twee jongen renden weg van ons richting de walrussen, waar ze net vandaan gelopen waren toen wij richting walrussen gingen.
Op hoger gelegen stukken liepen zo´n 50 kleine rietganzen, die zich ook snel uit de voeten maakten toen wij er aan kwamen, en snel de zee ingingen.
Op het plateau groeide nauwelijks iets. Je zag alleen zand en stenen en slechts af en toe een plantje. Dit kwam omdat we in de Arctische woestijn waren. Er valt hier minder dan 300 mm regen per jaar, waardoor er ook bijna niets groeit.
Af en toe lag er een walvisbeen, wat vreemd is, omdat dit ver van het strand was. Dit gebied is echter nog steeds in beweging en komt daardoor steeds hoger te liggen.
Langs de kust zwom weer een walrus en we vonden enkele rendiergeweien.
Vlak voor we het uitzichtpunt op de gletsjer hadden bereikt moesten we stoppen.
Rechts in de vallei lag een ijsbeer te slapen of was hij dood? Snel werd de “Noorse” groep, die verder landinwaarts liep gewaarschuwd. Zij zouden de ijsbeer anders pas zien als ze over de heuvel heen kwamen.
Besloten werd om te kijken of de ijsbeer leefde en Arne Kristoffersen (de Noorse gids) , ging
een kijkje nemen.
Even later stond hij naast de ijsbeer en wenkte ons.
De ijsbeer was erg mager en misschien al heel lang dood. Zijn huid was nog helemaal gaaf, net als zijn kop. Na het maken van foto´s (sommige mannen alleen met een geweer en de ijs-beer) gingen we terug naar het strand.
Daar werden al mensen opgehaald met zodiaks en er bleken ook weer 2 walrussen rond te zwemmen.
We waren net op tijd terug, want het begon te regenen in de Arctische woestijn.
Na de lunch werd koers gezet naar Wilhelmoya om daar de Bjornsundet door te varen met wellicht kans op ijsberen. Tijdens de overtocht sneeuwde het.
15.30 uur IJsbeer gesignaleerd. Deze rende over het ijs heen en weer, leek iets te pakken te hebben en verdween met zijn vangst in het water en zwom richting land.
Vanwege het slechte weer werden er weer lezingen georganiseerd. De onze ging over walrussen en werd gepresenteerd door Rinie van Meurs.
18.20 uur Karkas van een zeehond op een ijsschots (helaas had ik geen fototoestel bij me) en 18.35 uur een Baardrob op een ijsschots.
´s Avonds hield een van de Amerikanen een lezing over hoefdieren.
Over open zee, met deining, werd richting Kongs Karls Oya gevaren.
Donderdag 28 juli
We varen langs Svenskoya, een van de eilanden van de Kongs Karls Oya. We moesten hier 500 meter uit de kust blijven omdat hier de vrouwtjesijsberen met hun jongen rondlopen. Als er veel ijs is kan het gebeuren dat ze over het ijs naar het schip komen. Dus gaan we op zoek.Helaas werd het uitzicht beperkt door mist, zodat je maar 100 meter ver kon kijken.
We voeren wel regelmatig langs de ijsvelden, maar ijsberen waren in geen velden of wegen te bekennen (net als de velden en wegen trouwens), terwijl er wel ijsberensporen te zien waren op de ijsschotsen.
Arjen Drost hield een lezing over brandganzen en Rinie van Meurs over walrussen.
Ondertussen gingen we op weg naar Freemansundet, een zeestraat tussen Barentsoya en Edgeoya.
Tijdens de overtocht hield Arjen ook nog een lezing over de Arctische Ecologie (waarom heeft een ijsbeer zo’n spitse snuit, hoe circuleert het bloed van een Kleine Alk door zijn li-chaam en houdt hij het bloed op temperatuur, etc.) en Rinie over ijsberen. In Rinie’s lezing gebruikte hij veel foto’s uit zijn laatste 2 boeken.
Vrijdag 29 juli
´s Morgens lagen we voor anker bij Kapp Lee, het noordwestelijke punt van Edgeoya.Dit was al verder dan de bedoeling was, maar in de baai waar we eerst voor anker zouden gaan lag te veel ijs. Sary was door het geluid van de ijsschotsen tegen de romp al om 05.00 uur wakker geworden.
Ook waaide het stevig, zodat men besloot een beschutte plek op te zoeken. Het weer was slecht, wind en regen.
Op het strand lagen zo´n 30 walrussen en er werd besloten om toch aan land te gaan.
Na het ontbijt bleek er echter een ijsbeer achter de walruskolonie te liggen, zodat we niet aan land konden.
Eerst zouden de presentaties van gisteren herhaald worden, maar Rinie besloot te inventari-seren hoeveel personen met een zodiak langs de kust wilden gaan varen. Dit bleken er 28 te zijn, zodat we even later met 3 zodiaks erop uit trokken. Degenen die achterbleven kregen een BBC video van Richard Attenborough te zien over het leven op de Noordpool.
Het was even wennen aan de golven, maar het viel nog alles mee, alleen de regen bleef vallen.
Langs de kust vlogen veel drieteen-meeuwen die constant de zee indoken om te eten.
Even later zagen we een poolvos die over het strand liep op zoek naar eten. We volgden hem een tijdje en gingen daarna op weg naar de walrussen.
Een grote groep lag op het strand voor enkele huisjes die in de winter van ’68-’69 gebruikt zijn door Nederlanders om te kijken hoeveel ijsberen er in deze omgeving leefden. Men dacht toen namelijk dat de ijsbeer aan het uitsterven was. Gelukkig bleek dit niet het geval te zijn. Een van hen was Ko de Korte, de oprichter van Oceanwide Expeditions.
In het water waren ook enkele walrussen te zien. Toen we dichterbij gekomen waren werden de buitenboordmotoren afgezet en dreven we langzaam langs de groep op het strand.
De walrussen in het water kwamen naar de zodiaks toe en bleven nieuwsgierig rondhangen.
Dan waren er 4, dan weer 3 en dan weer 6. Nadat we voorbij de walrussen waren gedreven gingen we terug om dit te herhalen.
Omdat we ook nog wilden zien waar de ijsbeer was, wilden we nog wat verder langs de kust varen, maar de doorgang tussen 2 uitlopers van het strand bleek te ondiep en daar bevonden zich ook nog walrussen. De ijsbeer was nog net te zien en bleek nog steeds op dezelfde plek te liggen. De walrussen bleven rond de zodiaks zwemmen en soms waren er wel 8 die ons nieuwsgierig aankeken.
Op de uitloper van het strand bleken ook nog een groot aantal rietganzen te zitten.
Uiteindelijk voeren we terug naar ons schip voor warme chocolademelk met slagroom (vol-gens Sary was het ook nog met rum, maar als Jan gedronken heeft, vergeet hij alles…..).
Rinie vertelde dat hij 1 keer had meegemaakt dat een Walrus te dicht bij een zodiak opdook en met zijn tanden in een compartiment terechtkwam. De Walrus schrok van het ontsnappen van de lacht en zwom snel weg. De mensen in de zodiac waren ook flink geschrokken, maar aangezien er verder niets gebeurde was het later het verhaal van de dag.
Het stopte met regenen en we gingen onderweg naar Diskobukta, iets verderop langs de kust van Edgeoya.
Daar gingen we aan land, na een zodiaktocht die wel een kwartier duurde over de ruwe zee.
Normaal gesproken moesten de zodiaks het laatste stuk door het ondiepe water naar de kant gesleept worden door de bemanningsleden, maar dit keer bleek dat de zodiaks toch tot aan het strand konden varen.
We liepen naar een kloof waarin drieteenmeeuwen broedden. Je kon aan de zijkant omhoog, zodat je nog beter zicht had op de meeuwen, die in grote aantallen krijsend rondvlogen. Een prachtig gezicht.
Tijdens deze tocht moesten we een riviertje oversteken, waarbij Sary’s laarzen net te laag ble-ken en er in 1 laars water naar binnen liep.
Je kon nog verder omhoog, waarna je bovenlangs naar het einde van de kloof kon lopen en er vervolgens langs de andere kant weer naar beneden kon.
Wij gingen niet mee en bleven wachten tot we het sein kregen dat er geen ijsbeer in de kloof was. Daarna liepen we iets naar beneden, staken een riviertje over en gingen de kloof in.
Boven ons hoofd vlogen duizenden meeuwen krijsend rond. Aan het einde van de kloof bleek het riviertje onder het ijs vandaan te komen.
Plotseling verscheen een poolvos die vlak boven ons langs de kant van de kloof op zoek ging naar voedsel. Hij liep tot vlak bij ons, keerde zich om en liep terug.
Op dat moment kwam een tweede poolvos de kloof in lopen. Halverwege de kloof kwamen ze heel even bij elkaar, waarna de ene de kloof weer uitging en de andere boven ons langs naar het einde van de kloof liep en daar bleef rondscharrelen.
Het begon weer zachtjes te regenen en we liepen terug naar het strand. Ook hier stonden wat houten hutjes en lagen er walvisbeenderen verspreid in het rond.
Met de zodiaks gingen we terug naar het schip, waarbij de zee ruwer werd naarmate we ver-der van het strand kwamen. Af en toe kwam er buiswater over ons heen, zodat we toch nog redelijk nat terug aan boord kwamen.
Zodra iedereen weer aan boord was ging de boot op weg naar de zuidelijkste punt van Spits-bergen om daarna noordwaarts te varen naar de Hornsund.
’s Avonds hielden de Amerikanen een presentatie over de verschillen in leefomgeving tussen de ijsberen in Canada en Spitsbergen.
Omdat we de open zee over moesten had Sary een zeeziektepil ingenomen. Hier wordt je slaperig van, zodat we slechts een deel van de presentatie hebben gevolgd en Sary al om 21.30 uur lag te slapen.
Zaterdag 30 juli
Al voor het ontbijt waren we in Hornsund. Het was prachtig weer.We gingen van boord bij een Pools onderzoekstation.
Achter dit station is een kolonie Kleine Alken. Deze vogels graven een hol onder een steen waar zij hun eieren leggen (deze vogels leggen maar 1 ei, maar wel een grote) en hun jongen grootbrengen. Daardoor zijn de eieren en de jongen veilig voor poolvossen en kunnen zowel het vrouwtje als het mannetje voedsel halen voor de jongen. Deze vogels kunnen het voedsel “opkroppen”, zodat zij minder vaak heen en weer hoeven te vliegen.
Onderweg naar de Kleine Alken liet Rinie ons stoppen: even verderop zat een ijsbeer tussen
de rotsen. Zo nu en dan tilde hij zijn kop op om naar ons te kijken. 3 onderzoekers van het
Poolse station liepen onze groep, druk pratend, voorbij, totdat een van hen de ijsbeer zag, zich
omkeerde en naar ons gebaarde dat we niet verder moesten lopen omdat er een ijsbeer was!
Rinie antwoordde, “Thanks for the information, but as you can see, we are not blind and did already notice the polarbear”.
We liepen naar rechts over een tapijt van mos, afgewisseld met rotsen.
Sary vond nog een ei, dat afkomstig bleek te zijn van een Kleine Alk.
Daarna ging het weer geleidelijk omhoog tot de alken in zicht kwamen.
Het was een mooi gezicht om deze kleine zwart-witte vogels te zien rondvliegen of ze vlak voor je op de rotsen te zien zitten. Je kon heel dicht bij ze komen, maar je moest wel op het mos blijven.
Tussen de rotsen stond een tentje dat van 2 Amerikaanse onderzoeksters was. Rondom de tent stonden een aantal video camera’s op de vogels gericht en je moest uitkijken dat je niet over de kabels struikelde.
Af en toe vlogen er groepen Kleine Alken krijsend op, wat veroorzaakt werd door een Grote Burgemeester die boven de groep rondzweefde in de hoop een jonge alk te verschalken. Rinie vertelde dat deze vogel de alk uit de lucht kon plukken en in 1 keer door kon slikken!
Van bovenaf werd nog gekeken of de ijsbeer er nog was, maar deze was alweer verdwenen. Dat vonden de gidsen minder prettig: Je kan een ijsbeer beter zien, zodat je weet waar hij is, dan weten dat er een is en hem niet zien.
Aan Rinie werd gevraagd of er wel eens een ijsbeer neergeschoten was tijdens een cruise. Dat was 1 x gebeurd en nog wel door de schuld van een (Russische) gids. Deze zag een ijsbeer op zijn groep afkomen en gaf dit door aan Rinie. Rinie gaf hem opdracht zijn lichtkogelpistool af te schieten, maar de gids bleef alleen maar melden hoe ver de ijsbeer bij hen vandaan was: 11 meter, 80 meter, 60 meter, 50 meter…..waarbij zijn stem steeds paniekeriger klonk. Rinie bleef roepen dat hij zijn pistool moest afschieten, zodat de ijsbeer zou schrikken en weglopen. Uiteindelijk pakte de gids zijn geweer en schoot de ijsbeer dood toen die vlak voor hem stond. Dit had nog heel wat voeten in aarde, want iedere ijsbeer die neergeschoten wordt moet gemeld worden aan de overheid. Tot Rinie’s verbazing bleek de gids enkele jaren later toch weeer zijn oude functie uit te oefenen…
Nadat iedereen de tijd had gekregen om de alken te fotograferen, daalden we de berg weer af.
Op weg naar het onderzoekstation vloog er een Steenloper op omdat we dicht bij zijn nest kwamen. In het nest lagen 4 eieren. Rinie legde zijn handschoenen op de eieren en gaf 1 van de Amerikanen opdracht om ze weer mee te nemen zodra de hele groep gepasseerd was. Als de eieren langer dan 2 minuten niet bebroed worden, zijn ze niet meer levensvatbaar.
Rinie vertelde onderweg over een eigenwijze passagier die steeds bij de groep vasndaan liep en op eigen houtje rondliep. Rinie had hem 2 dagen lang steeds teruggeroepen, maar op de 3e dag zei hij tegen hem, direct na de landing en waar iedereen bij was: “ Ik heb er genoeg van om je steeds terug te moeten roepen en zal dat vanaf nu ook niet meer doen. Je weet hoe gevaarlijk het hier is, maar als je dat risico wil lopen, dan doe je dat maar. Reken er echter niet op dat ik je te hulp kom als er iets gebeurd, want ik laat deze groep mensen niet voor jou
in de steek”. Desondanks bleef de man zijn eigen weg gaan, maar gelukkig gebeurde er niets.
Bij het Poolse station zaten 3 honden aan lange looplijnen, die blij waren ons te zien. Deze honden zaten aan de achterkant van het station en waarschuwen met hun geblaf als er een ijs-
beer in de buurt komt.
We mochten het Poolse onderzoekstation, waar ook Tsjechen en Amerikanen werkten, van binnen bekijken en werden verwelkomd door de directeur (sinds 3 weken) die ons vertelde wat er zoal onderzocht werd. Daarna kregen we een rondleiding door het station.
Er waren diverse laboratoria, veel slaapruimtes, een grote keuken en zelfs een operatiekamer
(alhoewel er sinds 2 jaar geen dokter meer was). ’s Zomers zijn er zo’n 20-30 onderzoekers waarvan er 8 het hele jaar blijven en de anderen om de 3 maanden worden afgelost, behalve
’s winters, dan blijven alleen de 8 man achter.
Iedere week komen er 2 of 3 ijsberen langs, meestal op woensdag, ook in Polen gehaktdag, en ’s winters zelfs meer, zodat men per jaar minstens 150 ijsberen ziet.
Terug op de boot werd koers gezet naar de Sofia Bogen, waar de hut van de 1e vrouwelijke Noorse “trapper” (pelsjager) staat.
Ook hier gingen we aan land. Er stond veel wind, waardoor het erg koud leek.
Langs het strand lagen veel stukken ijs die er door de wind heen geblazen waren.
In de hut bleek een Pools echtpaar te zitten. De man was hout aan het hakken en zijn vrouw haalde water uit een put.
Achter de hut was een enorme steile rots, waar ook drieteenmeeuwen en papegaaiduikers hun nest hadden. De nesten zaten te hoog om de vogels goed te kunnen zien.
Op de terugweg zagen we een zodiak op zee drijven, die even later door onze Russische be-manning teruggehaald werd.
Aan boord teruggekeerd werd het anker gelicht en voeren we door enkele zijtakken van de Hornsund.
Overal zag je lichtblauw gekleurde ijsschotsen en ijsbergen drijven en kwamen er diverse gletsjers uit op de fjor-den. Een prachtig gezicht dus.
Door de bergen rondom werd de wind tegengehouden, zodat het water als een spiegel was.
Er werd daarom besloten om met de zodiaks tussen het ijs te gaan varen. Weer een unieke be-levenis dus! Rinie zocht de hoogste en mooiste ijsbergen op, die dan ook volop gefotogra-feerd werden.
Terug aan boord werden er presentaties gegeven. Wij kregen er een van Arjen Drost over de Arctische ecologie, de invloed van diverse factoren op het leven in Spitsbergen en hoe de voedselketen van plankton tot ijsbeer in elkaar zit.
Daarna was het tijd voor het surprise diner, dat bleek te bestaan uit een barbecue op het achterdek met muziek en gelegenheid tot dansen (vooral door het vrouwelijke deel van de Russische bemanning) wat erg gezellig was. De polonaise hebben we ook gedaan, zodat ie-dereen even op de “dansvloer” is geweest.
Tijdens de barbecue klonk achter de boot veel geraas en er bleek een ijsberg te kantelen, wat een mooi gezicht opleverde.
Jammer genoeg begon het te miezeren, zodat om ca. 21.30 de meeste passagiers teruggingen naar de hut of de bar.
Zondag 31 juli
Vlak na het ontbijt gingen we voor anker bij de Alkhornet in de Isfjorden.Op het land waren al zo’n 10 rendieren te zien en in de baai lag ook de “Noorderlicht”, een tweemastschoener die ook reizen rond Spitsbergen maakt en ’s winters in een fjord gebruikt wordt als restaurant / hotel voor wintersporters.
De Alkhornet is een enorme rots landinwaarts waar zeekoeten en drieteenmeeuwen broeden. Het probleem voor de jonge vogels is dat zij na het verlaten van het nest, zich niet naar bene-den kunnen laten vallen in de zee, zoals bij de Alkefjellet (zie dinsdag 26-7). Nu moeten zij proberen al zwevend over het stuk open land te vliegen om zo bij de zee te komen. Lukt dit niet, dan zijn de poolvossen en de Longtail Skua’s (Grote Jagers) er snel bij om de alkjes op
te schrokken.
De zodiaks landden op een strandje, waarna je een redelijke steile helling op moest.
Daarna gingen we op weg naar een vossenhol, dat Rinie kortgeleden bij toeval ontdekte.
Al direct kwamen we langs een meeuw met een jong, die op een uitloper van de rotsen in zee rustig bleven zitten.
De tocht ging over mos (een dik tapijt waar je iets in wegzakte), door beekjes en door een soort moerassig gebied waar je, als je hier niet snel genoeg doorliep, met je laarzen vastgezo-gen werd (wat dus ook Jan bijna gebeurde).
Onderweg kwamen we de rendieren tegen (vrouwtjes met jongen) die op de flank van de heu-vel aan het grazen waren en zich niet aan ons stoorden.
Even verderop vlogen 2 Grote Jagers op, landden vlak bij ons, waarbij ze deden of ze een ge-broken vleugel hadden. Reden: door ons af te leiden kon hun jong zich uit de voeten maken en dat deed het dan ook, het rende zo snel mogelijk richting zee.
Langzaam gingen we verder tot we op de rotsen 2 volwassen poolvossen zagen die er snel vandoor gingen. Even later ontdekten we 3 jonge vossen die heerlijk bij elkaar lagen voor het vossenhol. Af en toe keek er een op, waarna hij weer rustig ging liggen.
We maakten een omtrekkende beweging om ze beter te kunnen zien. Daarbij zagen we op het stuk naast de rots eerst 1, toen 2 en tenslotte zelfs 3 mannetjes rendieren, waarvan er 2 enorme geweien hadden.
De rendieren zijn hier veel groter dan in Noord en Oost Spitsbergen, omdat zij hier meer goed voedsel kunnen vinden.
De rendieren kwamen langzaam naar ons toe gelopen, zodat de aandacht verlegd werd van de vossen naar de rendieren. Iedereen probeerde de rendieren goed in beeld te krijgen, waarna men weer terugging naar de vossen.
Een vosje stond op, liep opzij en klom omhoog om daar een beter uitzicht te krijgen.
Besloten werd om de groep op te splitsen; 1 groep (waar wij ons bij aansloten) ging langzaam terug richting zodiaks en de andere groep ging achter de rendieren aan, die zich ondertussen hadden omgedraaid en langzaam van ons vandaan liepen.
Op de terugweg werden we weer door de Grote Jagers ontdekt (nu 3) en zij vlogen nu rake-lings over ons heen. Oorzaak: we waren nu tussen het jong (dat we weer zagen wegrennen) en de zee doorgelopen, wat de ouders blijkbaar niet beviel.
Terug aan boord vertelde Rinie dat we 2 enveloppen zouden krijgen voor de fooien: 1 voor de bemanning en 1 voor de gidsen (staff). Daarnaast kregen we ook een vragenlijst om in te vul-len hoe we de reis gevonden hadden etc.
Na de lunch ging de boot voor anker bij Colesbukta, een verlaten Russische mijnbouwneder-zetting die zij hadden overgenomen van de Hollanders. Rond 1960 was de steenkolenmijn gesloten.
Er stonden nog enkele gebouwen, die nog steeds gebruikt konden worden, een half vergane houten pier, een loods met boormonsters en een gedeelte van de transportlijn.
Hogerop de berg was een begraafplaats met 17 graven, waarvan er slechts 2 voorzien waren van geboorte- en overlijdensdatum, de naam en een foto van de overledene.
Terug aan boord werden de rekeningen betaald en werd voor het avondeten de reis doorgeno-men door Rinie.
Voor hij dit deed bedankte hij eerst de kapitein, die speciaal het overhemd van zijn uniform aan had getrokken, voor de samenwerking en het vakmanschap om ons door het ijs te loodsen.
De kapitein bedankte ons in het Russisch, wat door Lilian, Rinie’s Poolse vrouw, vertaald werd. Hij sprak geen Engels, omdat de ijsberen toch ook geen Engels spraken.
Rinie bedankte de andere gidsen, Lilian en Ellen en werd daarna zelf in het zonnetje gezet door Colin, een Amerikaanse gids.
Daarna kreeg iedereen een map met het verslag van deze reis uitgereikt. We hadden in totaal
1055 zeemijlen (1952 km) afgelegd. Daarna kregen we ook nog een verklaring uitgereikt waarin stond dat we op 80 o 19” Noorderbreedte waren geweest, ondertekend door de kapi-tein en Rinie.
Na het laatste diner werden de koks en de bediening bedankt en voeren we naar Longyear-byen.
Daar aangekomen bleek de plek aan de kade al bezet, waarop Rinie de havenmeester belde. Hij kreeg hem aan de lijn, maar de havenmeester was op vakantie en zat op de Canarische ei-landen!
Wel zorgde hij ervoor dat zijn vervanger Rinie belde. Om 23.00 uur zou er plaats zijn aan de kade.
Vanaf nu waren we weer bereikbaar via onze mobiele telefoon. Via een SMS-je hebben we
dit even doorgegeven en al spoedig kregen we een aantal berichten terug.
Maandag 1 Augustus
Om 02.45 uur moesten al een aantal mensen gewekt worden, omdat zij al om 04.15 uur moes-ten vliegen.Zelf hadden we eerst nog het ontbijt aan boord en gingen we om 09.00 uur aan wal.
Voor we van boord gingen vroegen we Rinie of er wel vaker mensen meegingen die moeilijk ter been zijn. Deze reis was er een Amerikaans echtpaar waarvan de vrouw moeilijk kon lo-pen en al haar maaltijden in haar hut wilde krijgen omdat ze de trap naar het restaurant niet af kon. Dit terwijl ze wel meeging aan land waarbij ze via een veel stijlere en moeilijk beloopba-re trap van de boot naar de zodiaks moest. Als klap op de vuurpijl liep ze ook nog mee met de Polonaise tijdens de barbecue!
Er was ook nog een ouder echtpaar uit Engeland, maar die letten goed op elkaar en bleven meestal bij de langzame groep wandelaars.
Rinie zei dat er iedere reis wel een paar mensen waren die dit soort problemen hadden. Ze hadden ook wel eens een gehandicapt meisje aan boord gehad, dat al bij de aanmelding had gevraagd of ze tijdens de reis zoveel mogelijk op de brug mocht blijven omdat ze niet aan land kon en zo toch van de omgeving zou kunnen genieten.
Ze vond het prachtig dat dit kon, maar tijdens de reis zorgde men ervoor dat ze toch ook meekon met de zodiaks en dan langs het land kon varen. Ze kreeg dan ook een eigen gids mee die vertelde over het landschap en de dieren die ze tegenkwamen.
De Noren en de Denen werden naar Longyearbyen gebracht door Arne, die een eigen boe-kingskantoor heeft in Longyearbyen.
De Australiërs gingen lopend naar Longyearbyen. Met een minibus werd de rest opgehaald. De 2 Italianen wilden naar het vliegveld, terwijl de anderen naar het centrum van Longyear-byen wilden, om na de lunch lopend naar de boot terug te gaan, waar ze dan om 13.00 uur opgehaald werden door de bus om ze naar het vliegveld te brengen.
Wij werden afgezet bij Guesthouse 102, waar we onze bagage kwijt konden in een afgesloten bagageruimte.
Vanaf 11.00 uur kon je pas in je kamer, zodat we besloten om naar het centrum te gaan.
We zochten Arne’s kantoor op en boekten een boottrip naar Piramiden, een sinds 1998 verlaten Russische mijnstad, en de Nordenskiold gletsjer.
In het dorp kwamen we diverse passagiers tegen, evenals enkele bemanningsleden en Arjen (die nog even een paar uur geslapen had).
Tijdens de wandeling door het dorp zagen we 2 mannetjes rendieren die rustig tussen de hui-zen liepen te grazen.
We sloegen rechtsaf en liepen langs huizen waar sleeën, ski’s en af en toe een snowboard voor de deur stonden/hingen en waar ook wel rendiergeweien waren opgehangen.
Na een paar honderd meter hield de asfaltweg ineens op, net als van de weg erboven en eron-
der en keek je op een steile helling neer.
Na wat boodschappen gedaan te hebben en souvenirs (T-shirt met ijsbeertjes, ijsbeer in glas geëtst, boekenlegger, walrussen op een stuk stof om op onze rugzak te naaien, idem de naam Longyearbyen 78 o voor op een T-shirt) gekocht te hebben, liepen we terug naar het Guest-
house.
Tijdens de wandeling terug hoorden we opeens een vreemd geluid, wat ons even afleidde van een zware vervelende rugzak. Het was een vogel, die we nog niet hadden gezien, Jan wilde snel even een foto maken, maar deze had het door en vluchtte snel de heuvel over.
Na gedoucht te hebben gingen we wat lezen en drinken.
De Denen, die op huwelijksreis zijn, bleken ook in Guesthouse 102 te zitten.
Buiten kwamen steeds mensen voorbij met rugzakken en af en toe een groep met een gewa-pende gids.
Dinsdag 2 Augustus
Om 8.45 uur werden we opgehaald met een bus voor de excursie naar de Piramiden. Er gin-gen diverse gasten uit Guesthouse 102 mee.De boot, MS Langoysund, was volgeboekt. Om aan boord te komen moest je eerst aan boord van een vrachtschip gaan.
We vertrokken om 09.30 en bij het verlaten van de Isfjorden voeren we naar het noord-oosten, de Billefjorden op.
Eerst werd er langs de Diabasklif gevaren, waar Kleine Alken broedden. Tijdens de tocht daar naar toe zagen we regelmatig Puffins (Papegaaiduikers), terwijl die ook hier toch ook zeld-zaam zijn.
De bergen langs de Billefjorden zijn prachtig om te zien: De bovenkant bestaat uit harde lagen, waar tussen de zachtere lagen verticaal zijn weggespoeld.
Aan onze kant van het fjord scheen helaas de zon niet en er blies een stevige wind, zodat iedereen die aan dek stond het al snel koud kreeg. De schipper riep dan ook om dat we de wind tegen hadden en dat het daardoor zo koud aanvoelde, maar dat het vanmiddag beter zou worden als we de wind mee kregen.
Op de bergen aan de overkant van de fjord scheen de zon regelmatig en dat leverde ook weer mooie plaatjes op.
Onderweg kon je drinken en diverse versnaperingen kopen. Na een uurtje varen werden daar warme wafels aan toegevoegd.
Voor de koffie en thee kon je een mok kopen met een plaatje van het schip er op voor 95 Noorse Kronen (ca. 12 Euro), waarbij je dan de hele reis de mok gratis kon laten vullen met thee of koffie, die anders apart 15 Noorse Kronen per bekertje kostte. Uiteraard hebben wij zo’n kop aangeschaft.
Uiteindelijk gingen we oostwaarts de Adolfbukta in en aan het eind daarvan bevond zich de Nordenskioldgletsjer.
We voeren er langzaam naar toe, waarbij we tot 4x toe een groot stuk ijs van de gletsjer zagen
(en hoorden) vallen. Voor de gletsjer waren Kleine Sternen in het water aan het duiken op zoek naar voedsel. Ook dreven er ijsschotsen rond en op een daarvan lagen 2 zeehonden te rusten.
Vlak voor de gletsjer bleven we stil liggen en kregen we een plastic bekertje met een bodem-pje whisky waaraan ijs van de gletsjer (meer dan 4000 jaar oud) was toegevoegd.
Daarna vertrokken we richting Piramiden, de Russische mijnstad, die nu een spookstad was.
Onderweg werd de lunch geserveerd: Een gehaktschotel met rijst, wat prima smaakte.
Bij Piramiden gingen we aan land, waarbij we weer bij elkaar moesten blijven vanwege het gevaar voor ijsberen. Aan de kade lag ook nog een groot zeiljacht, waarvan de opvarenden even kwamen kijken wie er langs kwam.
De weg naar de stad zat vol scheuren en hier en daar stond de weg ook onder water of liep er water over de weg.
In het begin kwamen we alleen maar hopen stenen tegen. Dit kwam omdat de Russen na het verlaten van de stad begonnen waren met het met dynamiet opblazen van de gebouwen.
Toen de Gouverneur van Spitsbergen hierover hoorde ging hij direct naar Piramiden om verdere vernieling te voorkomen.
Waarom de Russen hals over kop vertrokken zijn is nog steeds niet duidelijk. Er was brand geweest in de mijn, maar deze was al geblust toen men vertrok.
Of was het de economische situatie die ervoor gezorgd had dat het ontginnen van de kolen niet meer rendabel was?
Het vreemde is dat in alle woningen nog meubels staan en bij 1 huis staan zelfs de bloemen in een vaas nog voor het raam !
Vlak voor het stadje stond een grote puntvormige stellage waar bovenop een vierpuntige ster stond. Deze was daar neergezet vanwege het 100-jarig bestaan van de Russische mijnbouw. Voor dit monument stond ook nog een kolenwagentje met daarop de datum: 31 maart 1998. Dat was de dag dat dit laatste gevulde kolenwagentje uit de mijn werd gehaald.
Even verderop begon het stadje met eerst links een grasveld waar helikopters konden landen en iets verderop een grote schuur waar men kippen, varkens en vee hield. Deze dieren werden gebruikt voor de eigen consumptie maar ook als ruilobject met de handelaren uit Longyear-byen.
Ook lagen er stapels gele stenen die gebruikt werden om muren te bouwen rond de uit hout opgetrokken gebouwen. Dit was nog duidelijk te zien, omdat er van de 4 gebouwen die op een rij stonden er 3 al stenen muren hadden en de 4e nog niet.
Aan de rechterkant kon je een witte tekst zien op de berghelling. Men had hier o.a. geschre-ven: “Vrede op Aarde”. Deze tekst werd als kalender gebruikt: Kan je de tekst lezen dan is het zomer, zo niet dan is het winter.
Vervolgens kwamen we langs de school en het ziekenhuis, waarna we uitkwamen op een groot plein waar de stenen kop van Lenin over uit keek. Aan dit plein stonden het theater, het zwembad, het sportstadion (de bal lag nog op het voetbalveld) en woonblokken.
De enige plek die we nader mochten bekijken was het zwembad. Daar ontbrak zelfs het ere-
podium voor het uitreiken van de prijzen niet. Alles was afgezet met prachtig bewerkt hout en
ook de telefoon hing nog in de hal met een telefoonboek ernaast.
Midden op het plein stond een afbeelding van een ijsbeer met daaromheen de tekst dat men zich in Arctisch gebied bevond.
Even verderop was een plek afgedekt met keien. Dit was de laatste rustplaats van een kat die men vergeten had mee te nemen en die een jaar later dood werd aangetroffen.
Aan het eind van het stadje stond nog een hotel, waar nu drieteen-meeuwen hun nesten had-den gebouwd in de vensterbanken, een bioscoop en een grote voorraadschuur.
Terug bij de boot arriveerden er net 2 kajaks, waarvan de inzittenden ook even een kijkje kwamen nemen in Piramiden. Voor we aan boord mochten werden eerst onze schoenen schoongespoten, zodat er geen modder meegenomen werd aan boord.
Er waren ook 8 hikers en 2 honden aan boord die bij Skansbukta, halverwege Piramiden en
Longyearbyen, afgezet moesten worden.
Ze hadden veel bekijks en als je zag wat er allemaal mee moest: 2 zware kisten, grote rugzak-ken met o.a. een tent en diverse losse dingen, maar toch hoefde de zodiak maar 2 x heen en weer. Bij de landing sloeg een grote groep ganzen op de vlucht.
Het was nu inderdaad beter aan dek omdat we de wind mee hadden. Opnieuw zagen we diver-se keren Papegaaiduikers voorbij vliegen.
De reis verliep voorspoedig en al snel zagen we de navigatiebollen (net als bij radarstations)
op de rand van de bergen bij Longyearbyen staan. Even later verscheen er een schip aan de horizon en weer wat later kwam een cruiseschip ons tegemoet.
Vlak voor onze aanlegplaats kwam er nog een vrachtschip voorbij.
De aanlegplaats, waar we om ca. 20.00 uur aankwamen, bleek bezet door de “Jan Mayen”, een Noors schip met wetenschappers van een universiteit, zodat wij aan de korte kant van de kade moesten aanleggen.
De bus bracht ons naar het centrum waar we een hapje wilden eten. Omdat het al na achten was, waren alle restaurantjes evenals de supermarkt, al dicht.
Gelukkig bleek er nog 1 restaurant, Kroas, open te zijn. Helaas was alles volgeboekt maar we konden nog wel wat eten aan de bar. Zo gezegd, zo gedaan. De hamburgers waren lekker en de portie frites was erg groot, dus dat kwam mooi uit.
Opvallend was dat de gasten hun consumpties zelf kwamen ophalen aan de bar en deze dan gelijk afrekenden.
Moe maar voldaan kwamen we aan in Guesthouse 102.
Woensdag 3 Augustus
Toen we wakker werden regende het, maar na het ontbijt was het al weer droog. Op de berg-toppen tegenover Longyearbyen, 925 meter hoog, lag een laagje verse sneeuw die in de loop van de dag langzaam verdween.In het dorp was het bijzonder rustig en wij bezochten ons favoriete koffietentje in het “Lom-pen” winkelcentrum.
We hadden gelezen dat je in de bibliotheek gratis kon internetten en dat bleek ook zo te zijn. Je moest wel eerst een afspraak maken om vast te leggen welke tijd je van de computer ge-bruik wilde maken, maar we hadden geluk: Van 11 tot 11.30 uur was de PC nog vrij.
Zodoende konden we even onze E-mailpost bekijken (o.a. 2 berichtjes van Mariska over haar vakantie op Kos) en opschonen en daarna nog een berichtje uitsturen over onze belevenissen van de afgelopen dag.
Op de terugweg zagen we nog 2 rendieren die de weg bij het museum overstaken en al grazend richting centrum gingen.
Om 13.15 kwam de “Flybus” ons ophalen om ons naar het vliegveld te brengen.
Daar bleken veel passagiers van onze vlucht de vorige dag ook met de excursie naar Piramiden mee geweest te zijn.
De vlucht vertrok op tijd en na een blik op de luchthaven en Longyearbyen verdween Spits-bergen onder het wolkendek.
Vlak voor de landing bij Tromso brak het wolkendek open en hadden we een prachtig uitzicht op de eilanden voor de kust, gevolgd door enkele fjorden en mooie bergpartijen en tenslotte door Tromso zelf.
In Tromso moesten we de bagage ophalen en opnieuw afgeven, waarna we een uurtje later weer zouden vertrekken. We kregen geen nieuwe instapkaart en bleven ook dezelfde stoelen houden in het vliegtuig.
Toen we door de douane liepen om weer in te stappen werd Sary aangehouden en verdween met een douanier achter een gordijn. Men had gezien dat er iets van kristal in de handbagage zat en wilde weten wat dit was. Toen men de ijsbeer in kristal zag kon Sary weer verder lo-pen.
Ook tijdens de vlucht naar Oslo was het vanaf Bodo bewolkt.
We kwamen op tijd aan en nadat we onze koffers opgehaald hadden gingen we op zoek naar vervoer naar het centrum van Oslo waar ons hotel was. We konden per bus of per trein en ko-zen voor de laatste.
Voor de zekerheid vroegen we nog waar we uit moesten stappen en dit bleek bij het Nationaal Theater te zijn, een halte na het Centraal Station.
De “Flytoget” exprestrein was binnen een half uur in het centrum van Oslo.
Bij het Centraal Station zag Sary een enorm groot hotel met daarop de naam “Radisson“, wat ook de naam van ons hotel was (Radisson Plaza).
Omdat er gezegd was dat we er pas bij het volgende station uitmoesten bleven we zitten. Helaas bleek dat het hotel bij het Centraal Station toch het juiste hotel was, met als gevolg dat we zo’n 3 kwartier door Oslo liepen te sjouwen met onze koffers.
We waren blij dat we in het (prachtige) hotel waren en gingen snel naar onze kamer op de 9e verdieping.
We hadden een plastic kaart met een magneetstrip gekregen, die je moest gebruiken in de lift, om je kamer van slot en op slot te doen en om het licht in de kamer aan te doen.
We waren nog maar net binnen of iemand probeerde via de tussendeur onze kamer binnen te komen. Even later werd er geklopt en stond er een hotelmedewerker voor de deur die mee-deelde dat er een melding binnen was gekomen dat iemand de tussendeur wilde gebruiken en dat zij deze deur nu op slot kwam doen.
Voor het eerst sinds het begin van onze vakantie zagen we dat het buiten donker begon te worden.
Donderdag 4 augustus
Na een goede nachtrust gingen we lekker ontbijten. Er was een ontbijtbuffet waar niets aan ontbrak: Haring, chocolademelk, gebakken spek, boter, kaas en eieren, ja, alles was er !Ook de achtergrondmuziek ontbrak niet.
Na het ontbijt zijn we nog even naar de 35e verdieping gegaan. Hier bevond zich een zwembad en je had er een prachtig uitzicht over Oslo.
We konden de koffers achterlaten in het hotel, kochten openbaar vervoer kaartjes en gingen met de metro op weg naar het Vigelandpark, waar de beeldhouwer Vigeland de levenscyclus heeft weergegeven in beelden.
Bij de ingang stonden al veel bussen, waaronder 2 uit Nederland.
In het park was het dan ook goed druk, maar door de grote oppervlakte kon je alles toch goed bekijken.
Via een “oprijlaan” kwam je bij een brug met op de brug aan weerszijden een groot aantal blote jongens, meisjes, mannen en vrouwen beelden. Links van de brug kwam je via een pad bij beeldjes van baby’s uit.
Na de brug was er een bloemperk met daarin een mooie fonteien waar omheen granieten bomen stonden waarin ook weer allerlei mensen aanwezig waren.
Daarna ging je trappen op om bij een soort “Circle of life” uit te komen met in het midden een kolom met mensenfiguren die op elkaar stonden en daar omheen trapsgewijs 3 beelden groe-pen, waarbij je als je rondliep de menselijke levenscyclus doorliep van baby tot bejaarde.
De beelden zijn prachtig om te zien en stralen ook het plezier van de jeugd uit maar ook de bezorgdheid bij het ouder worden.
Nog verderop was er een cirkel die op zijn kant staat met mensenfiguren die elkaar vasthou-den.
Aan de zijkant van het park staat nog een beeldengroep die een familie voorstelt.
Het was prachtig weer, veel te warm om met jassen aan rond te lopen. Op de grasvelden lagen al een aantal mensen heerlijk te zonnebaden.
Met de tram gingen we terug naar het centrum en aten wat op een terras met uitzicht op het drukke stadsgewoel.
Daarna was het tijd om de koffers op te halen en gingen we met de trein naar het vliegveld.
Tijdens de hele vlucht was het bewolkt. Ook deze vlucht verliep zonder vertragingen, maar na de landing op Schiphol moesten we eerst nog zo’n 15 minuten taxiën voordat we bij het punt waren waar we uit konden stappen.
Vervolgens bleken alle koffers van de aangekomen vliegtuigen op dezelfde band aangevoerd te worden (terwijl de andere 6 banden leeg waren !), zodat het enorm druk was en het lang duurde voor we onze koffers hadden.
Gelukkig hadden we wel een sneltrein naar Rotterdam, die alleen op Den Haag Hollands Spoor stopte.
We hadden Annie laten weten hoe laat we aan zouden komen in Rotterdam.
Omdat we niet met onze koffers de trappen af wilden lopen gingen we met een lift naar de be-gane grond. Daardoor kwamen we in de stationshal aan de voorkant van het Centraal Station uit, terwijl we met Annie hadden afgesproken aan de achterkant.
Voor de zekerheid keken we nog even op de afhaalplaats naast het station en liepen toen via de voetgangers/fiets tunnel naar de achterkant van het station.
Daar stond wel de auto van Annie, maar Annie zelf was er niet. Zij bleek met haar vriendin op het perron te staan om ons daar op te wachten.
Na een telefoontje waren ze al snel terug en vertrokken we naar Spijkenisse, na eerst Annie’s vriendin bij haar huis te hebben afgezet.
Na een lekkere kop soep en het vertellen van (een gedeelte van) onze belevenissen aan Annie en Barend waren we tegen 23.00 uur thuis.
Moe maar voldaan gingen we snel naar bed.
Zaterdag 5 augustus
Badend in het zweet werd Sary wakker. Zij had oog in oog met een ijsbeer gestaan en er was niemand om haar te helpen. Ook Rinie die iets verderop liep hoorde haar niet roepen, terwijl de ijsbeer steeds dichterbij kwam……….Toch leuk zo’n vakantie op Spitsbergen !© 2006 - 2012 Janbos, gepubliceerd in Reisverhalen (Reizen en Recreatie) op .
Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Janbos is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…
Oslo – Wat is er te doen en te zien Wat is er te zien en te doen is Oslo? Dat wordt een langer verhaal dan op te noemen w…
Goedkoop vliegen naar Oslo Vlieg voordelig naar een van de budget vliegvelden van Oslo, en zie bij welke maatschappijen j…
Weekend naar Oslo Oslo is één van de mooiste steden van Europa, maar is toch relatief weinig bezocht. Dit artikel biedt a…
IJsberen: gevaarlijk of niet? IJsberen zijn prachtige dieren. Ze zien er lief uit met hun mooie dikke vacht. Toch zijn ij…
Gerelateerde artikelen
Ondergrondse Ark van Noach Het is te doen op Spitsbergen, het semi-autonome eiland in de Noordelijke IJszee dat afhangt v…Oslo – Wat is er te doen en te zien Wat is er te zien en te doen is Oslo? Dat wordt een langer verhaal dan op te noemen w…
Goedkoop vliegen naar Oslo Vlieg voordelig naar een van de budget vliegvelden van Oslo, en zie bij welke maatschappijen j…
Weekend naar Oslo Oslo is één van de mooiste steden van Europa, maar is toch relatief weinig bezocht. Dit artikel biedt a…
IJsberen: gevaarlijk of niet? IJsberen zijn prachtige dieren. Ze zien er lief uit met hun mooie dikke vacht. Toch zijn ij…
Reageer op het artikel "Spitsbergen en Oslo"
Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.