Buitenland en Moezel

Trier, keizerstad aan de Moezel

Vijftig jaar geleden, in mei 1956, reisde een erudiet gezelschap van de Drents Praehistorische Vereniging af naar Trier. Van deze tweede excusie naar het buitenland sedert WO II verscheen enige maanden later een fraai boekje, waarvan een exemplaar in mijn boekenkast belandde.


Naar Trier

Vijftig jaar geleden, in mei 1956, reisde een erudiet gezelschap van de Drents Praehistorische Vereniging af naar Trier. Van deze tweede excusie naar het buitenland sedert WO II verscheen enige maanden later een fraai boekje, waarvan een exemplaar in mijn boekenkast belandde. Keizerstad Trier, was in de Romeinse tijd de grootste stad te noorden van de Alpen, en het heeft na Rome in onze dagen de grootste verzameling gebouwen uit die tijd. Geen wonder dat je als hobby-archeoloog toch minstens een keer in je leven onder de Porta Nigra moet hebben doorgelopen om deze antieke stad te bezoeken. Dat heb ik meerdere keren gedaan, de laatste keer in de voorjaarsvakantie van 2006.

Is er veel veranderd in een halve eeuw? De oude reisbeschrijving is nog verrassend actueel, behalve dan dat ik via een moderne snelweg in een halve dag naar mijn bestemming kon rijden ondanks de sneeuw, en dat het toenmalige reisgezelschap er twee dagen over deed. Een foto van het keurvorstelijk slot met daarachter de Keizeraula uit de vierde eeuw uit de reisgids kon ik ongewijzigd overmaken met mijn digitale camera en ook het Landesmuseum, gesticht in 1885, zag er nog net zo uit op enkele moderniseringen na. Over de historie van Trier en de Romeinse bezienswaardigheden is enorm veel gepubliceerd, ook op het internet. Ook de Drents Prehistorische Vereniging heeft een zeer toegankelijke website. Men organiseert nog immer een jaarlijkse reis naar interessante prehistorische en historische monumenten en musea binnen Europa naast tal van andere activiteiten.

Maar over Trier

historische bronnen vermelden een planmatige aanpak van de bouw van de stad Augusta Treverorum in het jaar 16 voor Chr. Vijftien jaar eerder had daar al een fort gelegen, dat al na enkele maanden weer was opgegeven, kennelijk moeste een grotere troepenmacht ‘iets’ doen aan de opstandige stam der Treveren die tot dan toe de dienst uitmaakte in het Moezeldal. Maar de stad die Keizer Augustus bouwde in het land der Treveren, heeft het tot op heden volgehouden. Eerst was het de hoofdstad van de provincie Belgica, later werd het zelfs de hoofdstad van het West-Romeinse Rijk en had de Keizer er zijn Aula (de ‘Basilica’). De Romeinse cultuur in Trier wordt vertegenwoordigd door prachtig bewaard gebleven beeldhouwwerken. We hebben dat te danken aan de ondergang van het Romeinse Rijk en de invallen van de Alamannen (Germanen). Men wist niets anders te bedenken dan allerlei monumenten af te breken om de gaten in de vervallen stadsmuren op te vullen om de vijand buiten de deur te houden. Na twee eeuwen was de Pax Romana voorbij en werd de stad veroverd door de barbaren. Op de puinhopen ontstond een nieuwe Christelijke cultuur, die op haar beurt weer allerlei monumenten en bezienswaardigheden achter liet.

Een bombardement in 1944 legde een flink stuk van de binnenstad in de as. En tijdens de wederopbouw in de jaren vijftig en zestig werd de archeologische collectie flink uitgebreid. Tegenwoordig wordt dat dunnetjes overgedaan omdat de naoorlogse bouw geleidelijk aan al weer vervangen wordt. Naast het museum, de Porta Nigra en de Basilica loont het de moeite om de restanten van de Kaiserthermen en het Amphitheater te bezoeken. De Romeinse Thermen zijn qua functie te vergelijken met een Turks badhuis en het Amphitheater biedt nog steeds plaats aan vijfentwintigduizend bezoekers, die overigens geen gladiatorengevechten meer te zijn krijgen maar eigentijdse theaterproducties. Enthousiast geworden door de Romeinse antiquiteiten, biedt Trier voor de verzamelaar van oudheden diverse antiekzaakjes, waar je eventueel je collectie kunt uitbreiden. Sommige liggen echter niet in de looproute door de winkelstraten. En een kop koffie met sachertorte kun je in een middeleeuwse kelder genieten onder het warenhuis van Karstadt.
Practisch:

Wij reisden met een Hyundai H 200 busje voorzien van een Allegria-Duocamp demontabele inbouw. Buiten het gebruikelijke kampeerseizoen moet je vooral letten op de kou en op regen c.q. sneeuw wanneer je de auto inpakt. Trier ligt aan de Moezel op ongeveer 200 kilometer van Maastricht verwijderd. Ook in winterse omstandigheden is het daar goed toeven ook al zijn de meeste campings pas op 1 april geopend. Camperplaatsen staan overal langs de Moezel goed aangegeven met blauwe borden. Let er wel op dat de rivier in het voorjaar flink kan stijgen bij invallende dooi, wanneer de plaats dicht langs het water ligt. De stad zelf is goed toegankelijk, zeker wanneer je vouwfietsen meeneemt
© 2007 - 2010 Albertfolkerts, gepubliceerd in Buitenland (Reizen en Recreatie) op 10-08-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Albertfolkerts is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Trier, keizerstad aan de Moezel"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.